Handelingen Hoofdstuk 17:
door
J.W.Weeda
Dit is een vers bij vers studie
Hoofdstuk 17 vers 1: En door Amfipolis en Apollonia hun weg genomen hebbende, kwamen zij te Thessalonica, alwaar een synagoge der Joden was.
Vers 1: Van Filippi reisden Paulus, Silas en waarschijnlijk ook Timotheus over de grote Romeinse weg naar het westen. Ze gingen door Amfipolis en Apollonia naar Thessalonica. Thessalonica was de grootste stad van de Romeinse provincie Macedonie. Paulus heeft later 2 brieven aan de gelovigen te Thessalonica geschreven welke zijn in de Bijbel. Nadat Paulus en Silas kwalijk behandeld waren in Fillipi wat we kunnen lezen in Handelingen 16 en ook in I Thessalonicenzen 2 vers 2 lezen wij dit: Maar, hoewel wij te voren geleden hadden, en ook ons smaadheid aangedaan was, gelijk gij weet, te Filippi, zo hebben wij nochtans vrijmoedigheid gebruikt in onzen God, om het Evangelie van God tot u te spreken in veel strijds. Thessalonica was geen Romeinse stad maar een Macedonische stad en in tegenstelling tot Filippi woonden er Joden en was er een synagoge der Joden. Op de sabbat kwamen de Joden bijeen in de synagoge om te horen naar een rabbi die het Woord van God sprak tot hen.
Vers 2: En Paulus, gelijk hij gewoon was, ging tot hen in, en drie sabbatten lang handelde hij met hen uit de Schriften,
Vers 2: Het was aan Paulus de gewoonte om de synagoge in te gaan op de sabbat. Waarom? Om de Joden te leren uit de Schriften, de Schriften van God, Gods Woord. Waarom deed hij dit? Omdat de Joden de woorden van God ten eerste waren toebetrouwd. Welliswaar had God Zijn handelen met Israel voor een tijd opzij gezet na de steniging van Stetanus Handelingen 7. Romeinen 11: 11, 25. Het was in de Handelingenperiode dat Paulus dit deed vanwege het feit dat individuele Joden net als hij tot geloof konden komen in de Heere Jezus Christus I Korinthe 15: 3-4 en heel veel Joden geloofden in de ware God en er waren ook Jodengenoten waarschijnlijk in de synagogen. In Romeinen 11 vers 14 lezen wij : Of ik enigszins mijn vlees tot jaloersheid verwekken, en enigen uit hen behouden mocht.
Verse 3: Dezelve openende, en voor ogen stellende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze Jezus is de Christus, Dien ik, zeide hij, ulieden verkondige.
Vers 3: Paulus opende de schriften van God en wat hij gehoord had van de opgestane Heere Jezus Christus vanuit de hemel door voortschrijdende openbaringen. Hij vertelde de mensen in de synagoge dat de Christus moest lijden. Het was en is Gods plan om zondaars te redden. In I Timotheus 1 vers 15 lezen wij: Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken van welke ik de voornaamste ben. Hij verkondigde hier dit wat we ook kunnen lezen in : I Korinthe 15 vers 3 en 4: Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften. Christus moest lijden voor de gehele wereld, de zonden van de gehele wereld dragen aan het kruis en Hij is opgestaan om de mensheid de mogelijkheid te geven van eeuwig leven in Hem. Daarom stond Hij op uit de doden. Romeinen 4: 25. Met grote overtuiging vertelde hij aan de mensen dat Jezus de Christus is en dat hij Hem verkondigde. Het is geloven in de Persoon Jezus Christus want in Hem is leven, eeuwig leven!!! Dit deed de apostel Paulus 3 sabbatten achter elkaar. Hij kreeg de gelegenheid, de permissie om dit te doen in de synagoge der Joden. Heel bijzonder en het laat ook zien dat de mensen die in de synagoge bijeenkwamen veel respect toonden voor Paulus. Zijn karakter, handelen, houding, vaardigheid en zijn oprechte spreken gaf de doorslag dat ze hem vaker wilden horen. Moderne evangelisten tegenwoordig geven hun toehoorders een minimum van het Woord van God want er komt veel meer entertainment bij kijken. Paulus predikte niet dezelfde booschap als de 12 apostelen. Hij predikte de glorie van het kruis I Korinthe 1: 17-18 en niet de schaamte zoals Petrus op de pinksterdag dit deed Handelingen 2:36. Paulus predikte de opgestane Heere Jezus Christus Die nu zit aan de rechterhand van God de Vader en het is de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest Romeinen 16: 25-26. Hij predikte Gods Genade Evangelie Handelingen 20;24 en niet het Evangelie van het Koninkrijk wat op aarde zal komen Markus 1: 27
Vers 4: En sommigen uit hen geloofden, en werden Paulus en Silas toegevoegd, en van de godsdienstige Grieken een grote menigte, en van de voornaamste vrouwen niet weinige.
Vers 4: Sommigen van deze Joden uit de synagoge geloofden in de Heere Jezus Christus, namen Hem aan als Verlosser. Zij werden Paulus en Silas toegevoegd. Hoe kwam dit? In I Thessalonicenzen 1 vers 5 lezen wij: Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in vele verzekerdheid; gelijk gij weet, hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil. Het Evangelie van Genade had zo'n kracht dat het de mensen in de synagoge overtuigde dat het waar was en is. Ook godsdienste Grieken en dit was een grote menigte en veel voorname vrouwen gingen geloven. Mensen werden geraakt door het volbrachte werk aan het kruis door de Heere Jezus Christus zodat zij Hem aannamen als persoonlijk Verlosser.
Vers 5: Maar de Joden, die ongehoorzaam waren, dit benijdende, namen tot zich enige boze mannen uit de marktboeven, en maakten, dat het volk te hoop liep, en beroerden de stad; en op het huis van Jason aanvallende, zochten zij hen tot het volk te brengen.
Vers 5: Er kwam echter ook tegenstand van de duivel die dit helemaal niet wil horen want hij is door de Heere Jezus Christus overwonnen en dat kan hij niet hebben. Kolossenzen 2:15. Hier lezen wij dus dat de Joden die ongehoorzaam waren Efeze 2: 2 en waar de geest van satan in woont en werkt zagen dat er veel tot geloof kwamen en dat zinde hen niet en zij trommelden boze mannen uit de marktboeven op en maakten dat het volk onrustig werd en met hen meeliep en zo beroerden zij de stad Thessalonica. En zij gingen naar het huis van Jason want zij dachten dat Paulus en Silas en meerdere personen die geloofden daar waren en dat ze ze zouden brengen tot het volk. Waar Gods Woord is is ook de tegenstander namelijk satan.
Vers 6: En als zij hen niet vonden, trokken zij Jason en enige broeders voor de oversten der stad, roepende: Dezen, die de wereld in roer hebben gesteld, zijn ook hier gekomen;
Vers 6: Deze slechte Joden en marktboeven en veel ander kwaad volk vonden Paulus en Silas en Timotheus niet maar zij trokken Jason en enige broeders en brachten hen tot de oversten van de stad en riepen dit: Deze zijn het die de wereld in rep en roer hebben gesteld en zijn ook in deze stad gekomen. Zij waren erg kwaad en dit was ook een kwaad woord wat zij brachten. Ze wilden Paulus en Silas wel vermoorden, het zwijgen opleggen. Zo haten zij hen.
Vers 7: Welke Jason in zijn huis genomen heeft; en alle dezen doen tegen de geboden des keizers, zeggende, dat er een andere Koning is, namelijk een Jezus.
Vers 7: O wat waren deze Joden woedend. Zij wisten dat Jason Paulus en Silas en anderen (Timotheus) in zijn huis had genomen om te slapen. De Joden hoorden een nieuwe leer, de leer der Genade en werden nijdig hierover want zeiden zij dat deze Paulus en Silas en inclusief Jason tegen de geboden des keizers ingingen en zeiden dat er een andere koning is namelijk Jesus Christus. Jezus van Nazareth en dat Hij leeft.
Vers 8: En zij beroerden de schare, en de oversten der stad, die dit hoorden.
Vers 8: Deze Joden brachten grote opschudding onder het volk en de oversten van de stad Thessalonica! Die hoorden al de woorden wat deze Joden vertelden aan hen. Dit moet wel een chaos in deze stad te weeg gebracht hebben!
Vers 9: Doch als zij van Jason en de anderen vergenoeging ontvangen hadden, lieten zij hen gaan.
Vers 9: Uiteindelijk waren deze Joden tevreden met wat ze hoorden van Jason en andere gelovigen met hem en zij lieten hen gaan. Niet langer werden Jason en anderen met hem vastgehouden door de menigte der boze mannen. In de latere brief aan de Thessalonicenzen schrijft de apostel Paulus dit: Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft. Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in Judea zijn, in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden; Welke ook gedood hebben den Heere Jezus, en hun eigen profeten; en ons hebben vervolgd, en Gode niet behagen, en allen mensen tegen zijn; En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij te allen tijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde I Thessalonicenzen 2: 13-17
Vers 10: En de broeders zonden terstond des nachts Paulus en Silas weg naar Berea; welke, daar gekomen zijnde, gingen heen naar de synagoge der Joden;
Vers 10: De broeders van de gemeente die ontstaan was in Thessalonica zonden Paulus en Silas weg. Dat deden ze in de nacht. Natuurlijk niet overdag want dan zouden ze gepakt kunnen worden door de boze Joden en marktboeven. Dus ze ontsnapten natuurlijk s'nachts. Ze gingen weg naar Berea. Toen Paulus en Silas daar aankwamen gingen zij zoals gewoonlijk naar de synagoge der Joden omdat hen de woorden van God eerst toebetrouwd waren en dan individuele Joden te bereiken met het Evangelie van Gods Genade. Dat enigen uit hen tot behoudenis mochten komen.
Vers 11: En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.
Vers 11: Deze Joden in de synagoge te Berea waren edeler. Wat betekent het woord edeler? Zij onderscheiden zich dat ze meer tot de Schrift van God waren en daaraan vasthielden. Meer geestelijk. Zij ontvingen het Woord van God door Paulus mond met toegenegenheid, met graagte. Zij onderzochten de Schriften van God dagelijks of het ook klopte en wat Paulus vertelde ook klopte. Het waren dus echte onderzoekers van het Woord van God.
Vers 12: Velen dan uit hen geloofden, en van de Griekse eerlijke vrouwen en van de mannen niet weinige.
Vers 12: Veel Joden uit de synagoge te Berea begonnen te geloven of waren al gelovig in de Heere Jezus Christus. Ook de Griekse eerlijke vrouwen en veel mannen. Het zal voor Paulus en Silas heel erg fijn gevonden zijn al deze gelovigen in Christus, broeders en zusters in de Heere Jezus Christus, in het Lichaam van Christus. Dit allemaal door het Woord want het geloof is door het horen en horen door Gods Woord. Romeinen 10:17
Vers 13: Maar als de Joden van Thessalonica verstonden, dat het Woord Gods ook te Berea van Paulus verkondigd werd, kwamen zij ook daar en bewogen de scharen.
Vers 13: De Joden van Thessalonica hoorden dat Paulus het Woord van Gods Genade ook te Berea verkondigde werden erg nijdig en kwamen te Berea en begonnen ook in Berea een opstand tegen Paulus en Silas. Zij bewogen de mensenmassa's daar en zo'n hele stad of plaats was in rep en roer.
Vers 14: Doch de broeders zonden toen van stonde aan Paulus weg, dat hij ging als naar de zee; maar Silas en Timotheüs bleven aldaar.
Vers 14: De broeders van de gemeente te Thessalonica zonden Paulus weg zodat hij naar de zee ging. Echter Silas en Timotheus bleven te Berea. Waarom bleven zij te Berea. Waarschijnlijk om de nieuw ontstane gemeente te Berea te versterken en te bemoedigen met Gods Woord. Voor Paulus was het te gevaarlijk geworden want de Joden haatten hem en hij was de eerste mens die mocht doorgeven van Gods Woord van Genade. Hij was de apostel en zij wilden hem niet. Eigenlijk wilden ze hem uit de weg ruimen en daarom werd hij naar de zee gezonden om weg te vluchten van geweld wat tegen hem was.
Vers 15: En die Paulus geleidden, brachten hem tot Athene toe; en als zij bevel gekregen hadden aan Silas en Timotheüs, dat zij op het spoedigste tot hem zouden komen, vertrokken zij.
Vers 15: Er waren gelukkig mensen bij Paulus die hem begeleiden en brachten naar Athene. Paulus beval hen daarna om Silas en Timotheus naar hem te zenden met spoed. Dat zouden ze doen en zij vertrokken weer terug naar Berea.
Vers 16: En terwijl Paulus hen te Athene verwachtte, werd zijn geest in hem ontstoken, ziende, dat de stad zo zeer afgodisch was.
Vers 16: Paulus was nu te Athene en verwachtte dat Silas en Timotheus spoedig weer bij hem zouden zijn. Terwijl hij daar was werd zijn geest in hem ontstoken. Wat betekent dit? In het Engels staat er stirred in him. Denk dat Paulus erg geschrokken was van de situatie die hij daar zag in Athene. Dit had hij waarschijnlijk nog niet op zo'n grote schaal gezien dat de stad zo zeer afgodisch was. Heel veel beelden van Griekse goden en waarschijnlijk ook gebouwen gewijd aan goden en mensen die daar veel me bezig waren om ze te vereren.
Vers 17: Hij handelde dan in de synagoge met de Joden, en met degenen, die godsdienstig waren, en op de markt alle dagen met degenen, die hem voorkwamen.
Vers 17: Hier lezen wij dat Paulus zoals gewoon was ten eerste de synagoge inging en handelde met de Joden. Hij vertelde hen de glorie van het kruis, van de Heere Jezus Christus volbrachte werk en van Zijn opstanding en dat mensen door te geloven in Hem het eeuwige leven zullen ontvangen. Dit zal hij besproken hebben met hen en wat hij ook deed was dit: hij sprak met degenen die godsdienstig waren en op de markt in Athene sprak hij met iedereen die hij zag. Paulus was zeker een evangelist, hij was en is de apostel der Heidenen. Hij was een prediker en een leraar. In Romeinen 11 vers 13 lezen wij dit: Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk; En meteen daarachter aan dit: Of ik enigszins mijn vlees tot jaloersheid verwekken, en enigen uit hen behouden mocht. Dit was zijn doel ook om enigen uit de Joden de boodschap van Gods Genade uit te leggen en dat zij de Heere zouden aannemen als Verlosser en zo ook behouden mochten worden voor de eeuwigheid. Daarom ging hij naar de synagogen in de Handelingenperiode: de Joden waren de woorden van God het eerst toebetrouwd en dat enigen van hen behouden mochten worden in de Heere Jezus Christus. Wat is het mooier om in het openbaar het Woord van God te delen met mensen, het bekend te maken de glorie van het kruis!
Vers 18: En sommigen van de Epikureische en Stoische wijsgeren streden met hem; en sommigen zeiden: Wat wil toch deze klapper zeggen? Maar anderen zeiden: Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden; omdat hij hun Jezus en de opstanding verkondigde.
Vers 18: Er waren in Athene wijsgeren, mannen die filosofen waren en deze streden met Paulus. Zij discusierden met hem en geloofden hem niet wat hij zei tegen de mensen. Andere mensen zeiden wat wil toch deze klapper zeggen? Wat is een klapper. Engels babbler, wauwelaar, prater. Weer andere mensen zeiden: hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden die ons niet bekend voorkomen omdat hij hen Jezus Christus en de opstanding verkondigde. Paulus als hij het goede nieuws verkondigde bleef bij de kern namelijk het kruis en de opstanding van Christus en dat mensen vergeving konden krijgen van al hun zonden door het bloed van Christus vergoten voor hen. Handelingen 13: 38 en 39 en I Korinthe 15: 3 en 4: Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften. En dit behoren wij als gelovigen ook te doen net als Paulus de kern van het Evangelie der Genade Gods verkondigen aan mensen.
Vers 19: En zij namen hem, en brachten hem op de plaats, genaamd Areopagus, zeggende: Kunnen wij niet weten, welke deze nieuwe leer zij, daar gij van spreekt?
Vers 19: De mensen van Athene en met name ook de filosofische wijsgeren namen Paulus mee naar een plaats genaamd Areopagus. Wat was dat voor een plaats in Athene. Het was een heuvel in Athene en nog steeds is het een heuvel. The areopagus hill of mars hill. Daar brachten ze Paulus naar toe en zeiden tot hem: kunnen wij ook weten welke nieuwe leer u de mensen van Athene leert en waarvan gij spreekt? Met andere woorden wij kennen niet Jezus Christus en de opstanding waarvan u spreekt. In de volgend verzen gaat Paulus tot hen spreken.
Vers 20: Want gij brengt enige vreemde dingen voor onze oren; wij willen dan weten, wat toch dit zijn wil.
Vers 20: De mensen die Paulus naar de Areopagus gebracht hadden zeiden tegen hem dat hij vreemde dingen vertelde en zij wilden wel weten wat dit was. Waarschijnlijk vroegen zij dit aan Paulus uit nieuwsgierigheid. De vraag is of ze echt wilden weten wat hij te vertellen had, waar het over ging?
Vers 21: (Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen, die zich daar onthielden, besteedden hun tijd tot niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen.)
Verse 21: De inwoners van Athene en de vreemden die in de stad waren waren de gehele dag bezig om wat nieuws te zeggen en te horen. En nu hoorden zij iets anders wat ze nog nooit gehoord hadden en dat maakte hen nieuwsgierig.
Vers 22: En Paulus, staande in het midden van de plaats, genaamd Areopagus, zeide: Gij mannen van Athene! ik bemerke, dat gij alleszins gelijk als godsdienstiger zijt.
Vers 22: De apostel Paulus staat daar dan in het midden van de plaats op de heuvel Areopagus in Athene en begint heel positief naar de inwoners van Athene: hij zegt tegen hen dat ze erg godsdienstig zijn. Ze hadden natuurlijk allerlei goden, afgoden en een afgod is niets. Buiten God is er geen god. Maar dit zegt de apostel Paulus niet, nee hij begint heel positief en vindt en zegt dat ze erg godsdienstig zijn. Als gelovigen in de Heere Jezus Christus kunnen we hier heel veel van leren want zo behoren wij ook mensen te benaderen namelijk positief. Niet hetgene wat ze allemaal doen en dat beoordelen maar een ingang vinden naar de ander die positief is.
Vers 23: Want de stad doorgaande, en aanschouwende uw heiligdommen, heb ik ook een altaar gevonden, op hetwelk een opschrift stond: DEN ONBEKENDEN GOD. Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden.
Vers 23: Paulus was in de dagen dat hij in Athene was de gehele stad doorgegaan en aanschouwde de heiligdommen van deze stad en de mensen zag hij de tempels binnengaan en weer uitgaan. Wat zag hij nog meer en dat gaat hij uitleggen aan de mannen die luisteren naa hem: ik vond een altaar in de stad en daarop stond geschreven AAN DE ONBEKENDE GOD. Deze God die jullie niet kennen maar wel dien verkondig ik u nu. Dit was erg tactisch wat de apostel Paulus hier deed. Ze waren godsdienstig oftewel religieus. De Epikureische wijsgeren of filosofen waren atheisten. Geen god of goden, zij waren alleen gefocust op mensen. De Stoicse wijsgeren of filosofen waren patheisten. Voor hen was het gehele universum god. Paulus gaat hen vertellen over de ware God die zij niet kenden of negeerden. Ze hadden wel een altaar voor Hem gemaakt.
Vers 24: De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;
Vers 24: Paulus zegt hier dat God Die de wereld, de aarde, gemaakt heeft en alles wat daarin is. Hij is de Schepper en Hij is de Heere des hemels en der aarde. Dit betekent dat Hij regeert over hemel en aarde. De hemel en de aarde is van Hem. Dat betekent dit. God woont niet in tempels met handen gemaakt. In Handelingen 7 verzen 48-50 staat geschreven: Maar de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt; gelijk de profeet zegt: De hemel is Mij een troon, en de aarde een voetbank Mijner voeten. Hoedanig huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heere, of welke is de plaats Mijner ruste?Heeft niet Mijn hand al deze dingen gemaakt? Dit vertelde Stefanus aan Israel en Paulus gebruikte ook deze teksten uit Jesaja 66 vers 1. Wie God wil dienen behoort Hem te dienen in de geest en in waarheid want God is Geest. Er waren in Paulus dagen tempels en zoals hier in Athene ook een altaar voor God gebouwd. God woont niet in tempels, in kerkgebouwen of moskeeen.
Vers 25: En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven, en den adem, en alle dingen geeft;
Vers 26: In het Engels staat er neither is worshipped with men's hands. God wordt niet van mensenhanden aanbeden. Hij heeft niets nodig van mensen. Zijn wegen zijn niet onze wegen. Hij is onafhankelijk van mensen. Hij werkt naar de raad van Zijn wil en Hij Zelf geeft alle mensen het leven, de adem en alle dingen zoals voedsel, kleding etc.
Vers 27: Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons.
Vers 27: Of mensen Hem tasten en vinden mochten zegt de apostel Paulus want Hij heeft alles gemaakt en allen het leven en de adem gegeven zodat mensen kunnen gaan nadenken en de Schepper van hen mogen leren kennen en Hij is niet verre van een ieder van ons. Hij is dichtbij. Nu is het de welaangename tijd, nu is het de dag der behoudenis II Korinthe 6 vers 2. Dit is wat de apostel Paulus zei tegen de mannen van Athene. Nu is Hij dichtbij!
Vers 28: Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poëten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.
Vers 28: Wat een geweldig vers is dit! In dit vers worden 3 dingen ten eerste gezegd namelijk: In Hem en dat is Christus leven wij, In Hem bewegen wij ons en in Hem zijn wij! Wij zijn een deel van Hem van Zijn gebeente! Wij zijn van Zijn geslacht offspring- genos generatie. Zelfs 1 van de poeten van Athene zei dit zegt de apostel Paulus tegen de mannen van Athene.
Vers 29: Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn.
Vers 29: Dit was een terechtwijzing van de apostel Paulus naar de Griekse wijsgeren, de Stoicijnen en de Epicureische wijsgeren. Het argument van de apostel Paulus was als we verstandig leven en zijn van Zijn geslacht, offspring. dan behoren wij niet te denken dat God een idool is. Of dat Hij gemaakt is van goud, zilver of steen door mensenkunst en door bedenking van mensen gesneden zijn. Als je kijkt in Rooms Katholieke kerken dan zie je allerlei beelden van zogenaamde heiligen maar ook de Heere Jezus Christus hangende aan het kruis of in de moederschoot van Maria. Mensen willen altijd een beeld van God hebben maar God is Geest en wie Hem willen dienen moeten Hem dienen in Geest en waarheid. God is niet de beelden die mensen van Hem maken.
Vers 30: God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.
Vers 30: Paulus zegt hier dat God de afgoderij van de Heidenen genegeerd had zonder het te oordelen alsof Hij niet zag maar nu. Er is een verandering plaatsgevonden zegt de apostel Paulus dat alle mensen overal zich behoren te bekeren=repent van het Griekse woord metanoeo: om anders te gaan denken, herzien, in overweging nemen. Dat betekent dit woord hier. Door het Evangelie van Gods Genade te horen kunnen mensen anders gaan denken, tot geloof komen en hun inzichten herzien.
Vers 31: Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.
Vers 31: De apostel Paulus gaat verder met dit: dat God een dag heeft gesteld dat Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een Man en dat is de Heere Jezus Christus. Hij heeft Hem daartoe geordineerd/aangesteld. Dit is zeker want Hij heeft Christus uit de doden opgewekt en Hij leeft! Anders kan Hij ook niet de mensen oordelen. De apostel spreekt hier dus over het komende oordeel op aarde als de Heere Jezus Christus als Koning gaat regeren. Hij is de Zoon des mensen en Hij kan alleen oordelen de mensen naar hun werken.
Vers 32: Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.
Vers 32: De mannen van Athene hoorden van de opstanding der doden. In hun ogen kon dit helemaal niet waar zijn en sommigen van hen spotten daarmee en anderen zeiden tot Paulus dat ze nog een keer hem zouden horen hierover. Tevreden met hun eigen heidense geloof wilden de meesen van hen Paulus niet meer horen over de opstanding der doden. Een enkele wilde dit wel en zei dit ook tegen hem.
Vers 33: En alzo is Paulus uit het midden van hen uitgegaan.
Vers 33: Het leek erop dat Paulus had gefaald in Athene maar dit was niet waar. Hij ging weg van hen omdat de meeste van hen niet Gods Woord wilden horen en daarmee spotten. Toch is Gods Woord krachtig en levendig en scherpsnijdener dan enig tweesnijdend zwaard en gaat door tot de verdeling der ziel en des geestes en der samenvoegselen en des mergs en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. Hebreeen 4: 12. Gods Woord gaat nooit verloren! Paulus stopte met spreken en ging weg maar het was zeker niet tevergeefs want lezen wij in het volgende vers dit:
Vers 34: Doch sommige mannen hingen hem aan, en geloofden; onder welke was ook Dionysius, de Areopagiet, en een vrouw, met name Damaris, en anderen met dezelve.
Vers 34: Gods Woord had effect op de mensen die daar luisterden. Sommige mannen hingen Paulus aan en geloofden in de Heere Jezus Christus waaronder een van hen met name Dionysius de Areopagiet. Wie was Dionysius? Volgens de overlevering/geschiedenis was Dionysius de Areopagietlid van het gerechtshof Areopagus te Athene, die op de prediking door de apostel Paulus tijdens diens tweede zendingsreis, tot geloof in de Heere Jezus Christus kwam. Hij was het niet alleen want er was ook een vrouw genaamd Damaris. Wat betekent de naam Damaris? Antwoord de geliefde. Men weet niet precies of deze vrouw een Griekse vrouw was of iemand buiten Griekenland. Zij kwam in ieder geval tot geloof en andere mensen met hen. De mannen van Athene die niet geloofden in Christus roemden in hun eigen schaamte. In ieder geval hadden zij gehoord van het geloof in Christus en van de opstanding en van het oordeel. Zij waren en zijn niet te verontschuldigen als zij voor Christus zullen verschijnen op de dag des oordeels.