Geloofsverklaring

 

De Bijbel: De gehele Bijbel is in zijn oorspronkelijke vorm woordelijk geinspireerd door God en heeft volledige autoriteit. (Het principe van Goddelijke inspiratie. 2 Timotheus 3:16-17 en 2 Petrus 1:21)  

 

GOD        : Er bestaat een God, van eeuwigheid bestaande (Hebreeen 7:3) uit drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest ( Lees Deuteronomium 6:4,  Johannes 4;24, 10:30, Efeze 4:6)

 

Christus  : Jezus Christus, verwekt door de Heilige Geest, werd geboren uit de maagd Maria, en is zowel waarlijk God als waarlijk Mens en kwam uit  het zaad van David (Lukas 1:35, Filippensen 2:6-9, Romeinen 1:3-4, 2 Timotheus 2:8)

 

De mens   :  Alle mensen zijn van nature dood in hun overtredingen en zonden (Efeze 2:1-3) veroorzaakt door de val van Adam (Romeinen 5:12). Hierdoor is de mens niet in stat te doen wat voor God welbehaaglijk is (Romeinen 8:7-8).  Wij  bevestigen  hier nadrukkelijk dat buiten de werking van God, de mens de relatie met God buiten de Persoon Jezus Christus niet kan herstellen ( I Timotheus 2:5-6). Wij geloven volledig dat mensen in staat zijn zalig te worden en tot de kennis der waarheid kunnen komen. Daartoe zijn ze allemaal door het Evangelie der Genade Gods geroepen I Timotheus 2: 3-4 en 2 Thessalonicensen 2:13-14). Daardoor geloven wij dat het aannemen van de Heere Jezus Christus als persoonlijk Verlosser, een persoonlijke beslissing is, die van de mens zelf afhangt.

(2 Korinthe 6;2). De Bijbel ondersteunt de gedachte dat de zaligheid "je gegeven moet worden"niet.

 

Verlossing  :God rechtvaardigt goddeloze zondaren uit Zijn genade op basis van het bloed van Christus, door middel van het geloof. Deze volledige  behoudenis wordt door God geschonken als een gave, onafhankelijk van de werken  van de mens. ( Romeinen 3;24-28, 5: 1,9, Efeze 2: 8-9, 2 Timotheus 1:9). 

 

Zekerheid   : Alle geredde mensen in deze bedeling der genade Gods , waaronder wij leven, hebben eeuwige zekerheid in 

                       Christus (Efeze 1:13-14). Wij bevestigen dat behoudenis niet afhangt van de werken van de mens. Geredde 

                       mensen kunnen hun behoudenis niet verliezen ( Romeinen 8:37,39, Romeinen 6:23, Titus 1: 2, Kolossensen

                       2:9, Filippensen 1:6)

 

Heilige Geest: De Heilige Geest is de Persoon Die geredde mensen opwekt, doopt, verzegelt, verlicht, bekrachtigt en Die in                                  hen woont  (Efeze 1:3,13-14, 17,18, Efeze 3:16, Romeinen 8:11. 1 Korinthe 12:13, Titus 3:5)

 

De Gemeente: In de huidige bedeling is er EEN BIJBELSE GEMEENTE, welke het Lichaam van Christus genoemd wordt, en

                           waarvan de Heere Jezus Christus het Hoofd is. De leden van deze Gemeente, zijn allen geredde mensen

                           in de bedeling van Genade (I Korinthe 12:13, Efeze 1:22-23, Efeze 3:6)

 

De Gaven: Om de gelovigen te volmaken en op te bouwen zijn uitsluitend de gaven die opgesomd worden in Efeze 4:11 nodig. Vanwege de functie van de gaven bevestigen wij dat de gaven als apostelen en profeten niet meer aan de orde zijn, omdat de hele raad van God, verleden, heden en toekomst, via de Bijbel bekend is gemaakt (Kolossensen 1:25)

 

Wandel: Vanwege de overwinning van Christus over de zonde, en de Heilige Geest Die in de geredde mensen woont, mag en zou een ieder van hen de verlossing van de macht der zonde moeten ervaren door Romeinen 6:11 te gehoorzamen!       Het volbrachte werk aan het kruis is, positioneel, een werkelijkheid: "Houdt het daarvoor". Maar wij bezitten nog het            lichaam der zonde, dat positioneel in Gods ogen wel gekruisigd is. Daarom ontkennen wij dat het lichaam der zonde            van de mens ooit in dit leven op aarde uitgeroeid kan worden. Wij bevestigen hier nadrukkelijk dat het karakter of de persoonlijkheid van de gelovige geen vrijstelling vormen om de schriften in Gods Genade Evangelie die met de wandel te maken hebben, te ontkennen (Romeinen 12:1-2, Galaten 5;16-15, Romeinen 8:37, 6:14, 2 Korinthe 2:14, 10:2-5)

 

Doop:     Alle geredde mensen zijn lid geworden van het Lichaam van Christus door een Goddelijke doop. Dit is de doop door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus. ( I Korinthe 12;13, Romeinen 6:3-5, Kolossensen 2;10, 2 Timotheus 1:9

Titus 3:5 en Efeze 2:8-9) Door deze een doop wordt elk lid van het Lichaam van Christus geindentificeerd met Christus        in Zijn dood, begrafenis en opstanding. In het licht van de verklaring in Efeze 4:5 betreffende de een doop, de          verklaring betreffende de doop in Kolossensen 2:12, en de verklaring van Paulus in I Korinthe 1:17 dat "Christus hem          niet gezonden heeft om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen", bevestigen wij dat de waterdoop geen       plaats heeft in Gods geestelijk programma voor het Lichaam van Christus, onder deze bedeling van Genade (Romeinen        11:6, Efeze 3:1-3)

 

Avondmaal: De deelname aan het avondmaal, door de leden van het Lichaam van Christus, is zoals geopenbaard door de 

apostel Paulus in I Korinthe 11:23-26, een gebeurtenis welke wordt gehouden tot gedachtenis "totdat Hij komt".   Er is geen enkele plaats in de Schrift te vinden, waar het avondmaal verbonden wordt met de waterdoop, noch qua verordening, noch qua sacrament van de Gemeente.

 

Opstanding: Jezus Christus is lichamelijk opgestaan uit de dood, nadat Hij drie dagen en nachten in het graf is geweest

(I Korinthe 15:3-4). Als Hij komt voor Zijn Gemeente zal Hij alle mensen die onder deze bedeling van Genade gered zijn, opwekken om voor eeuwig met Hem te zijn. (I Korinthe 15:51-54, I Thessalonicensen 4:13-18) Bij Zijn komst op aarde zal Hij alle verloren mensen opwekken tot eeuwigdurende veroordeling  (1 Korinthe 15: 22-24, Openbaringen 12:11, 20:11-15) 

 

Wederkomst: Jezus Christus zal 2 keer komen. Hij zal  komen om de Gemeente, het Lichaam van Christus voor Zichzelf te ontvangen (I Thessalonicensen 4:13-18, Titus 2:13, I Korinthe 15:51-55). Hij zal dan niet op aarde komen maar Hij zal in de wolken blijven!  Met de komst op aarde, de wederkomst zal de Heere Jezus Christus Zijn duizendjarig rijk ontvangen om daarover te regeren (Openbaringen 12:11, 20:10)

 

Opdracht: De opdracht en bediening van de Gemeente is de apostel Paulus te volgen in leer en wandel ( Filippensen 4:8-9,

 I Korinthe 11:1, 4:16) volgens de openbaring van het geheimenis ( Romeinen 16:25), welke de Heere Jezus              Christus vanuit de hemel door Paulus aan ons heeft doorgegeven ( I Korinthe 4:16, 11:1, Filippensen 3:17,                          ITimotheus 1:16, Romeinen 11:13, 15:16, Efeze 3:1, I Timotheus 2:7. 2 Timotheus 1:11, 2:2)