Hoop voor de bedroefden

                                                      Door pastor C.R. Stam

vertaald uit het Engels

 

                                 

 

"Opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de anderen, die geen hoop hebben”

                                        I Thessalonicensen 4:13.

 

“Wat buigt gij u neer, o mijn ziel! En wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God.”

 

HOOP VOOR DE BEDROEFDEN

 

                                         Angst voor de dood

 

In mijn dertig-jarige bediening heb ik veel  mensen gezien die de dood nabij waren, en heb ik sommigen zien sterven.  Degenen die Christus kenden als hun Verlosser, waren klaar, zelfs verlangend om met Christus te zijn. Sommigen van hen overleden met liederen op hun lippen. Degenen die verzuimd hadden om zich voor te bereiden op de ontmoeting met God, stierven in angst, niet zozeer voor de dood, maar voor hetgeen na dit leven zou komen.

 

 

   Wat hierboven beschreven staat, gaat niet altijd op, want ik heb ook weleens de hardnekkigste ongelovigen dit leven al grappend zien verlaten, schijnbaar niet bang, terwijl ik aan de andere kant de meest oprechte gelovigen heb gezien met angst voor de dood. Deze menselijke reacties veranderen echter niets aan het feit dat ongelovigen reden hebben om bang te zijn, terwijl gelovigen dat niet behoeven te zijn.

 

  Het Woord van God vertelt ons in Hebreeen 9:27 “En gelijk het de mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel;”. Het is het “daarna” wat de mensen zo bang maakt om te sterven. Ze vrezen de waarheid van Romeinen 14:12 waar staat geschreven: “Zo dan een ieder van ons zal voor zichzelf aan God rekenschap geven.” Ze weten  in hun binnenste dat ze verantwoording aan God verschuldigd zijn voor hun gedrag en zijn bang om voor Hem rekenschap af te leggen, in het bijzonder omdat de Bijbel zegt dat “.. alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Hem, met Wie wij te doen hebben.” (Hebreeen 4:13)

 

CHRISTUS DOOD VOOR ONS

 

  Maar wacht, ik heb niet het gehele schriftgedeelte aangehaald over dood en oordeel in Hebreeen 9;27 en 28. Het volledige gedeelte luidt als volgt: “En gelijk het de mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel; Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden door hen, die Hem verwachten tot zaligheid”.

 

Let nauwkeurig op “gelijk” en “alzo”. GELIJK het de mensen gezet is, eenmaal te sterven en God in het oordeel te aanschouwen, ALZO “was Christus eenmaal geofferd om veler zonden weg te nemen”. Dit kan slechts één ding betekenen, Christus is voor ons gestorven en droeg het oordeel voor onze zonden. Met andere woorden, Hij stierf, niet alleen lichamelijk, maar droeg ook voor ons de pijn van “de tweede dood”, Gods verschrikkelijke oordeel over zonde.

 

  Hebreeen 2:9 verklaart dat “door de genade Gods’ de Heere Jezus Christus ‘voor allen de dood smaken zou”, en de verzen 14 en 15 gaan verder door te zeggen dat Hij: “door de dood…verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, gedurende heel hun leven, aan de dienstbaarheid onderworpen waren.”

 

   Hoe treffend beschrijven deze laatste woorden de gevoelens van de meerderheid van de mensen met betrekking tot de dood. Ze mogen grappen over de dood maken en doen alsof ze er niet bang voor zijn, maar eigenlijk gaan ze door het leven met een constante angst voor de dood – “met vreze des doods, gedurende heel hun leven, aan de dienstbaarheid onderworpen.”

 

   Dank de Heere, dat degene die zichzelf aan Christus als de Verlosser, die stierf voor zijn zonden, heeft toevertrouwd, zeker niet bang behoeft te zijn voor de dood, oordeel of de poel des vuurs, want hij weet dat Christus was “geofferd om veler zonden weg te nemen.” Hij weet dat door de genade Gods Christus “de dood heeft gesmaakt voor allen” en heeft deze gezegende waarheid in geloof geaccepteerd. Op die manier is hij bevrijd van de angst die de ongelovige gevangen houdt.

 

HET VERTROUWEN VAN DE GELOVIGE

 

   De ware gelovige accepteert dat hij een zondaar is en het oordeel van God verdient, maar hij gelooft “het evangelie (goede nieuws) van de genade van God “dat Christus éénmaal geofferd was om veler zonden weg te nemen”, dat Hij “de dood voor allen smaken zou”. Als hij dit gelooft, neemt hij in geloof Christus aan als zijn Verlosser. Hij vertrouwt op Gods beloften over behoudenis door Christus en verheugt zich in Schriftgedeelten als hieronder weergegeven:

 

   “Want de bezoldiging (loon) van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere,” (Romeinen 6:23)

 

    “En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is” (Romeinen 3:24)

 

    “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”. (Efeze 2:8-10)

 

    “Die (Christus) overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus;” (Romeinen 4:25, 5:1)

 

     “Zo is er dan nu geen verdoemenis voor hen, die in Christus Jezus zijn”. (Romeinen 8:1)

 

DE HOOP VAN DE GELOVIGE

 

    Laat ik direct zeggen dat het woord “hoop” op de meeste plaatsen in het Nieuwe Testament niet betekent “wensen” maar een zekere verwachting uitdrukt van goede dingen die komen gaan. Hebreeën 6:11 spreekt over: “volle verzekerdheid der hoop” en vers 19 voegt daar aan toe: “welke wij hebben als een anker der ziel, dat zeker en vast is..”.

 

    Met dit in gedachten is het veelbetekenend dat Paulus, door de Geest, aan de gelovigen te Thessalonica schreef over hun geliefden, die hen reeds ontvallen waren, en hen vermaande om niet bedroefd te zijn: “zoals de anderen, die geen hoop hebben.”

 

    Wij mogen als gelovigen zeker treuren om het verlies van gelovige geliefden, maar we behoeven niet te treuren over hun lot, want we zijn verzekerd van de grotere zegeningen die ze in het leven hierna zullen ontvangen. Luister naar de door de heilige Geest ingegeven woorden van Paulus:

 

   “Maar wij hebben goede moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen, en bij de Heere in te wonen.” (II Korinthe 5:8)

 

   “Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin.” (Filippensen 1:21)

 

“….hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste,” (Filippensen 1:23)

 

   De verklaring : “Kostbaar is in de ogen des Heren de dood van Zijn gunstgenoten,: (Psalm 116:15) heeft nu meer betekenis dan toen het voor het net was geschreven.

 

   De ziel en de geest van de overleden gelovigen hebben het lichaam verlaten om met Christus te zijn en zijn veel “beter af” dan wij, maar dit is nog niet alles, want we lezen in I Korinthe 15:51-54:

 

  “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En wanneer dit verderfelijke onverderfelijkheid zal aangedaan hebben, en dit sterfelijke onsterfelijkheid zal aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.”

 

  In I Thessalonicensen 4:16-18 vertelt de apostel Paulus gedetailleerd over deze gebeurtenis en laat hij zien dat dit de basis is waarop bedroefde gelovigen elkaar kunnen troosten:

 

  “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods neerdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen. Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.”

 

   De huidige “bedeling van genade van God” zal tot een einde gebracht worden met de komst van Christus voor de Zijnen, hetzij levend of gestorven “en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen.” Wat een zalige hoop!

 

    De apostel Paulus noemt, door goddelijke inspiratie, deze gebeurtenis voor de gelovigen “de zalige hoop”:

 

“….Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus;” (Titus 2:13)

DE HERE ZELF ZAL NEERDALEN

 

  De belangrijkste reden waarom de apostel Paulus de komst van de Heere voor de Zijnen als een “zalige hoop’ beschrijft is omdat “de Heere Zelf” vanuit de hemel zal nederdalen.

(I Thessalonicensen 4:16)

 

   De Heere, die in de hemel zit ter rechterhand Gods “Ver boven alle overheid, en macht en kracht en heerschappij, en alle naam, die genaamd wordt,” (Efeze 1;21) komt persoonlijk om ons, arme schepselen, die niets verdienen, mee te nemen naar de hemel.

 

HET GEHELE LICHAAM ZAL VERENIGD WORDEN

 

   Het is heel fijn om te mogen weten dat de leden van het lichaam van Christus, die nu verdeeld zijn over lering, door geografische afstand of de dood, op een dag voor eeuwig verenigd zullen zijn. We zullen “tezamen opgenomen worden” (I Thessalonicensen 4:17).

Er zal dan geen enkele scheiding meer zijn. We hebben gelovigen hun verlangens horen uitspreken om in de hemel “naast de Heere Zelf” te mogen zijn, of “naast Paulus” te mogen zitten. Maar als dat nodig zou zijn om contact met elkaar te hebben, dan zou de hemel geen verbetering zijn ten opzichte van de aarde. Nu worden we op velerlei manieren beperkt.

Onze gedachten, ons gehoor, gezichtsvermogen en reuk zijn aan beperkingen onderhevig.

Maar dan zullen deze beperkingen verdwijnen en zullen we kunnen genieten van volledige eenheid met alle andere gelovigen, net als onze Heere Die alom tegenwoordig is, en persoonlijk contact kan hebben met vele individuele mensen op hetzelfde tijdstip.

 

ENGELEN ZULLEN ONS BEGELEIDEN

 

“Tezamen met hen opgenomen worden in de wolken….” (I Thessalonicensen 4:17)

 

   De schrijver kan zich nog heel goed zijn gedachten uit zijn jeugd herinneren over bewolkte  dagen. “Dit zal de dag zijn”, dacht hij, “want zegt Openbaring 1:7 niet : “Ziet, Hij komt met de wolken.”

 

    Maar de wolken waarin de Heere naar de aarde zal terugkeren om ons op te halen, zijn geen regenwolken. Van elke groep in de Bijbel wordt gesproken als een “wolk”. Hebreeen 12:1 verwijst naar gelovigen die eerder geleefd hebben:

 

“Daarom dan ook, alzo wij zo’n grote wolk der getuigen rondom ons hebben liggen, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is;”

 

  Toen de Heere Israel door de woestijn heen leidde, was Hij aanwezig in wat overdag leek op een wolkkolom, en ’s nachts op een vuurkolom. Dit was de ‘Shekinah wolk”, een menigte van engelen.

 

   Toen de Heere Jezus geboren was, werden de herders omschenen met de heerlijkheid des Heren, en was er met de engel “een menigte van hemelse heerlegers”. (Lukas 2:9,13).

Bij de verheerlijking op de berg heeft “een luchtige wolk hen overschaduwd” (Mattheus 17:5)

Bij Zijn hemelvaart “nam een wolk Hem weg van hun ogen.” (Handelingen 1:9). Bij Zijn komst voor ons zullen we “opgenomen worden in de wolken” om Hem te ontmoeten. (I Thessalonicensen 4:17). En tenslotte bij Zijn terugkomst op aarde om te heersen zal Hij

komen “op de wolken des hemels” (Mattheus 26:24) of zoals in II Thessalonicensen 1:7 staat  “in de openbaring van de Heere Jezus van de hemel met de engelen Zijner kracht.

 

WE ZULLEN VERANDERD WORDEN

 

“Opgenomen …in de wolken” (I Thessalonicensen 4:17)

 

    Het feit dat we opgenomen zullen worden in de ruimte boven ons, geeft aan dat er een grote lichamelijke verandering zal plaatsvinden als de Heere ons komt halen. Zal de wet van de zwaartekracht veranderen? Nee, wij zijn het die veranderen en dat maakt deel uit van “de zalige hoop”.

 

    In zijn brief aan de gelovigen in Korinthe schrijft de apostel: ‘Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar we zullen allen veranderd worden;” (I Korinthe 15:51)

 

 

   “In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.” (vers 52,53)

 

    “Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelf kan onderwerpen.” (Filippensen 3:20,21)

 

ALTIJD MET DE HEERE

 

    “En alzo zullen wij altijd met de Heere wezen.” (I Thessalonicensen 4:17)

 

     Dit laat duidelijk zien dat de Heere Zelf voor  ons komt omdat Hij van ons houdt en ons voor Hemzelf wil hebben.

 

   “Gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven; …opdat Hij  haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of  iets dergelijks..” (Efeze 5;25-27)

 

BEDROEFDE VRIEND, BENT U KLAAR?

 

  Het zou kunnen zijn  dat dit boekje wordt gelezen door iemand die een geliefde heeft verloren, die niet bereid was om te sterven. Tot zo iemand kunnen we zeggen dat we zelden weten wat in de gedachten en harten van de ongelovigen omgaat op het moment dat hij gaat sterven. We weten dat God niemand kan rechtvaardigen los van het geloof in Christus; maar we weten ook dat Hij zeer genadig is en Zich soms op het laatst van hun leven aan de ongelovige kan openbaren.

 

    Het allerbelangrijkste is of  uzelf klaar bent.

 

 Toen de apostel Paulus met Felix redeneerde over rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het komende oordeel; “Felix zeer bevreesd geworden zijnde, antwoordde: Voor ditmaal ga heen; en als ik gelegen tijd zal hebben verkregen, zo zal ik u tot mij roepen.” (Handelingen 24:25).

 

   En Felix vond een paar gelegenheden, maar hij gaf niet toe dat hij een zondaar was voor wie Christus gestorven was. Enkele historici vertellen ons dat hij uiteindelijk zelfmoord pleegde.

 

   Paulus dringt er, door de Geest, op aan: “En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben..Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!”

 

   Wees niet onverstandig door kostbare dagen te verkwisten. God laat niet met Zich spotten, maar Hij is genadig en geeft u NU op dit moment de gelegenheid om Christus aan te nemen als persoonlijk Verlosser en gered te worden. Waarom zou u het niet doen  - nu?

 

   “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwig leven hebbe.” (Johannes 3:16)

 

    “Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden,” (Handelingen 16:31)

 

                                                ----------------------------------------

 

   “En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Dit ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade, Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk…” (II Thessalonicensen 2:16,17).