De tweede brief van de apostel Petrus

Dit is een vers bij vers commentaar/studie

door 

J.W.Weeda

Inleiding

Deze tweede brief is ook gericht aan de Joden die gelovig geworden waren in Christus en ook verstrooid waren

over grote delen van het toenmalige Romeinse Rijk. Waarom hij deze tweede brief aan hen schreef is vanwege

het feit dat hij niet wilde verzuimen om hen te vermanen en dat ze in de waarheid versterkt zouden worden.  Dit staat in Hoofdstuk 1 vers 12.  In deze tweede brief wordt de nadruk meer gelegd op de kennis van God. Het woord weten of kennis wordt in deze brief 13 keer gebruikt. Het is gebaseerd op wat de Heere gebruikte in Johannes 17 vers 3: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen" De apostel Petrus opent zijn brief met de omschrijving van het leven in Christus. Voordat hij de vervalsingen beschrijft beschrijft hij eerst de ware gelovigen. De beste manier om leugens te begrijpen zijn de karakteristieken van de waarheid. Petrus maakt 3 belangrijke bevestigingen over het leven met Christus. Ook deze brief/epistle zal een rol gaan spelen als de Joden die gelovig worden in Christus  in de Grote Verdrukking. 

2 Petrus 1 vers 1

Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onzen God en Zaligmaker, Jezus Christus;

Vers 1: Simeon Petrus daar begint Petrus zijn brief mee naar deze gelovige Joden in Christus. Hij was een dienstknecht en apostel van Jezus Christus. Dienstknecht = in het Grieks Doulos wat betekent slaaf. Hij was dus een dienstknecht en een apostel. Petrus was een apostel geworden toen de Heere Jezus Christus op aarde was. Christus koos 12 apostelen uit en Petrus was later in het begin van Handelingen de leider van de 12 apostelen. Aan degenen en dat zijn de gelovige Joden want volgens Galaten hoofdstuk 2 vers 9 staat er geschreven:En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan. Na de ontmoeting met Paulus en Barnabas maakten Jakobus, Petrus en Johannes een afspraak met Paulus en Barnabas dat zij alleen tot de besnedenen (Joden)  zouden gaan en Paulus en Barnabas naar de onbesnedenen (Heidenen). Deze Joden waarnaar Petrus schrijft hebben een even dierbaar geloof in Christus met hen= dat zijn de apostelen verkregen door God Zelf door Zijn rechtvaardigheid in Jezus Christus Wie ook hun en dat van Petrus Zaligmaker is. Onze God en Zaligmaker Jezus Christus. Het laat hier weer zien dat God de Vader en God de Zoon Jezus Christus een zijn!  

2 Petrus 1 vers 2

Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis van God, en van Jezus, onzen Heere;

Vers 2: Deze brief begint Petrus ook met Genade en vrede die hen vermenigvuldigd was door de kennis van God. Genade is Gods onverdiende gunst. God geeft ook hen, deze Joden in Christus iets wat ze niet verdienen maar toch krijgen van God namelijk Zijn genade en vrede. God is de God van alle genade door Zijn Zoon Jezus Christus zie Johannes 1 vers 16: En uit Zijn volheid hebben wij  allen ontvangen, ook genade voor genade. Het resultaat hiervan is vrede. Hij is God van genade en vrede en wordt hen vermenigvuldigd door de kennis van God als zij wandelen met Hem en vertrouwen hebben in Zijn beloften. 

2 Petrus 1 vers 3

Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;

Vers 3: Wat betekenen deze woorden? Zijn Goddelijke kracht dit is namelijk van God de Vader. Wat tot het leven en de godzaligheid behoort: dat is wat tot het eeuwige leven nodig is en dienstig om dat te verkrijgen. De godzaligheid: dat is om God recht te dienen, een godzalige wandel te leiden. Geschonken heeft: Van God geschonken uit Zijn Genade zonder enige waarde van  hen. Door de kennis Desgenen: Dat is Jezus Christus.  God heeft ons geroepen  het leven, hij hier nu noemt de heerlijkheid; en godzaligheid hij nu noemt deugd.

2 Petrus 1 vers 4

Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid.

Vers 4: Door Welke: Dat is door Christus zijn hun en de apostel Petrus de grootste en dierbare beloften geschonken. Die beloften zijn geschonken door God: dat is, uit genade gedaan, en het beloofde goed uit genade gegeven. Opdat deze gelovigen waarnaar Petrus schrijft weldaden en beloften de goddelijke natuur deelachtig zoudt worden. Zij waren het eeuwige verderf ontvlucht. Deze gelovige Joden die in de toekomst in de Grote Verdrukking leven zullen echt moeten vluchten van het eeuwige verderf. Zij mogen namelijk niet het merkteken van het beest ontvangen. Zij zullen moeten blijven geloven tot het einde toe waarneer Christus op aarde zal weerkomen. Het verderf is in de wereld rondom hen door de begeerlijkheid der mensheid.  Het verderf : namelijk dat de ongelovigen en ongoddelijken zal overkomen namelijk voor eeuwig van God gescheiden worden, dag en nacht op een zekere plaats pijn lijden. 

2 Petrus 1 vers 5

En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis,

Vers 5: Dit vers hoort bij vers 4. Zij waren het verderf ontvlucht wat in de wereld is door begeerlijkheid en het gaat nu over de goddelijke natuur de ze deelachtig zijn geworden en ook tot alle naarstigheid. Daarbij voegen zij bij hun geloof deugd en bij deugd kennis. Het is een deugdelijke en Godzalige wandel dit natuurlijk vanwege meer kennis. Meer kennis lijdt tot betere wandel en door wandel betere eigenschappen zoals braaf/lief zijn. 

2 Petrus 1 vers 6

 En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid,

Vers 6. Wat betekent: bij de kennis matigheid? Matigheid heeft ook te maken met zelfbeheersing wat Gods Woord ook leert: dat is, onthouding van overdaad in spijs, drank en van de lusten des vleses. Bij de matigheid lijdzaamheid. Wat betekent dit lijdzaamheid? Geduld, stille berusting. En bij die berusting godzaligheid. Dat is zoals God het wil ook voor deze gelovige Joden en ook  in de toekomst in de Grote Verdrukking. Dit behoort dan een grote rol te spelen bij de gelovige Joden in Christus die dan leven en zal ook in hun leven tot uiting behoren te komen. 

2 Petrus 1 vers 7

En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.

Vers 7: Godzaligheid: Godsvrucht. Zoals God het wil: broederlijke liefde. Dus degene die je broeder of zuster is in Christus liefhebben als jezelf. Dit geldt niet alleen dat je je broeders en zusters behoort lief te hebben maar ook liefde mag hebben voor alle mensen. Ook mensen die niet geloven in Christus. Dit is wat Petrus schrijft aan deze gelovige Joden.  Dus alle mensen, zelfs ook je vijanden behoor je lief te hebben. Mattheus 5 vers 44 zegt ons: Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen. Dit geldt ook voor deze gelovige Joden en ook de Joden in de toekomst in de Grote Verdrukking waarin het heel moeilijk wordt voor de gelovige Joden om te blijven geloven in Christus. Dan zullen deze vermaningen en verzen gaan gelden. 

Natuurlijk geldt dit ook voor ons als leden van het Lichaam van Christus. Petrus richt zich echter tot de Joden en niet tot ons persoonlijk. Dit is ook gericht op de toekomst.  

2 Petrus 1 vers 8

 Want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onzen Heere Jezus Christus.

Vers 8: Want zo deze dingen bij u zijn. Wat zijn deze dingen? De godzaligheid broederlijke liefde en bij de broederlijke liefde liefde jegens allen onder andere. Deze zijn bij hen, deze gelovige Joden in Christus en ook overvloedig in hen. Zij zullen niet leeg zijn. Wat betekent hier onvruchtbaar laten? Namelijk van goede werken, die vruchten zijn van den Heiligen Geest en van het geloof. Onder andere kunnen wij dit lezen in Mattheus 3 vers 8 en Johannes 15 vers 2. Dit alles in de kennis van onze Heere Jezus Christus. Dat is tot de kennis tot meerdere en overvloediger kennis wat wij ook kunnen lezen in 2 Petrus 3 vers 18

2 Petrus 1 vers 9

Want bij welken deze dingen niet zijn, die is blind, van verre niet ziende, hebbende vergeten de reiniging zijner vorige zonden.

Vers 9: De apostel Petrus wil hiermee zeggen dat wie geen o.a. broederlijke liefde toont, geen liefde heeft tot allen, geen lijdzaamheid heeft die leidt tot godzaligheid die is blind. Namelijk in zijn verstand, aangaande de zaken die de rechte godsdienst betreffen namelijk God dienen of godzaligheid. Het is net als de schriftgeleerden en farizeeen die met de Heere Jezus Christus wilden twisten zij waren blind en in Mattheus 15 vers 14 lezen wij dan ook: Laat hen varen; zijn zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde de blinde leidt, zo zullen zij beiden in de gracht vallen. Van verre niet ziende: Dat betekentbijziende,die niet kan zien dan hetgeen dicht voor zijn ogen gehouden of gebracht wordt, en de ogen bijna toesluitende. Hebbende vergeten: wat betekent dit dan? Vergeten de reiniging van zonden door water (doop). Zijn vorige zonden: Dit zijn de zonden die eertijds begaan zijn. Dus de bekering tot God in Christus en de reiniging daarna door water is de persoon waar het hier om gaat vergeten. 

2 Petrus 1 vers 10

Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.

Vers 10: Vanwege het voorgaande vers hier een oproep aan zijn broeders (Joden in Christus) zegt de apostel Petrus dat ze zich moeten beijveren. Om wat? Om hun roeping en verkiezing vast te maken. Wat betekent dit dan? Antwoord: door de goede werken;namelijk als door de vruchten, waaruit een goede boom bekend wordt. Dit lezen wij in Mattheus 7 vers 17 en 18: Alzo een iedere goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten. Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.  Mensen hier worden vergeleken met goede bomen (gelovigen) en kwade bomen (ongelovigen). Dit zeide Jezus Christus op aarde tegen de mensen. Dus als deze gelovige Joden waarnaar Petrus schrijft zich blijven beijveren om hun roeping en verkiezing vast te maken door goede vruchten te doen en te laten zien zullen zij nimmermeer struikelen. Dit behoort wel door hen gecontinueerd worden met andere woorden zij moeten blijven in het geloof en daarin volharden. 

2 Petrus 1 vers 11

Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.

Vers 11: Als ze volharden in het geloof en door de Grote Verdrukking heenkomen zullen ze rijkelijk toegevoegd worden om het Koninkrijk wat op aarde zal komen ingaan namelijk het 1000 jarig Rijk. Zij zullen dan wel de goede vruchten moeten blijven voortbrengen. Het zal niet gemakkelijk zijn. Als wij vallen of ontrouw zijn als leden van het Lichaam van Christus onder deze bedeling van Gods Genade Hij blijft getrouw, Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Wij blijven zonen en dochters van Hem omdat wij ook verzegeld zijn met Gods Geest Efeze 1: 13 en 14, Efeze 4:30. 

2 Petrus 1 vers 12

Daarom zal ik niet verzuimen u altijd daarvan te vermanen, hoewel gij het weet, en in de tegenwoordige waarheid versterkt zijt.

Vers 12: Wat betekenen deze woorden van de apostel Petrus naar deze gelovige Joden? Met andere woorden hij zal niet vergeten om hen te vermanen dat ze goede vruchten moeten voortbrengen. Dat ze blijven geloven in Christus en ook versterkt worden in de waarheid die voor hen geldt namelijk het eeuwige Koninkrijk wat begint op aarde en Christus als Koning der Koningen en dat ze met Hem zullen regeren op aarde. Dus vermaning was erg belangrijk en dat zal het ook zijn voor de Joden in de Grote Verdrukking  als deze brieven weer gelezen en bestudeerd worden onder de gelovige Joden. 

2 Petrus 1 verse 13

En ik acht het recht te zijn, zolang ik in dezen tabernakel ben, dat ik u opwekke door vermaning;

Vers 13: De apostel Petrus achtte het recht te zijn hen te vermanen deze Joden zolang hij in deze tabernakel (lichaam) leefde. Dat hij hen kon opwekken door vermaning. Dit zegt de apostel Petrus omdat de gelovigen waarnaar hij schrijft vaak traag en slaperig waren en hun plicht niet deden. Hij, Petrus moest hen vaak indachtig maken door vermaningen zodat ze weer opgewekt waren. 

2 Petrus 1 verse 14

 Alzo ik weet, dat de aflegging mijns tabernakels haast zijn zal, gelijkerwijs ook onze Heere Jezus Christus mij heeft geopenbaard.

Vers 14: De apostel vertelt en zegt hier dat het sterven hem nabij is: het afleggen van zijn tabernakel. Het lichaam is een tabernakel. Hij wist dat zijn einde nabij was. Daarom was het erg belangrijk deze gelovige Joden waarnaar hij schrijft te blijven vermanen zolang hij dit nog kon doen. De Heere Jezus Christus had hem geopenbaard hoedanige lichamelijke dood hij zou sterven. In Johannes 21 verse 18 en 19 lezen wij:  Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt.  En dit zeide Hij, betekenende, met hoedanigen dood hij God verheerlijken zou. En dit gesproken hebbende, zeide Hij tot hem: Volg Mij.

2 Petrus 1 vers 15

Doch ik zal ook naarstigheid doen bij alle gelegenheid, dat gij na mijn uitgang van deze dingen gedachtenis moogt hebben.

Vers 15: Wat betekenen deze woorden in dit vers? Bij alle gelegenheid= Ofaltijd, alleszins. Naarstigheid= beijveren. Het had alles te maken met dat hij hen vermaande en dat zij weer tot een betere wandel konden komen door deze vermaning. Het tweede gedeelte hier heeft te maken met als hij er niet meer is. Als hij ontslapen namelijk uit dit leven, dat is, na zijn dood  over deze vermaningen nog nadenken en dat kan door deze brieven allebei geschreven door Petrus aan deze gelovige Joden in Christus. 

2 Petrus 1 vers 16

Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onzen Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit.

Vers 16 De apostel Petrus zegt hier het volgende dat hij geen menselijke fabels die overigens erg goed in elkaar zitten, heet nagevolgd: namelijk gelijk de valse leraars dit plegen te doen.  In het Grieks staat er wantkunstelijke fabelen niet nagevolgd. Wat hij wel zegt is dat hij en nog meer met hem hen bekend heeft gemaakt de kracht en toekomst van onze Heere Jezus Christus. Dat is, de eerste komst van Christus in het vlees, waarin Hij door Zijn leer en wondertekenen krachtig heeft getoond en de harten der mensen overtuigd heeft. Dat Hij de ware beloofde Messias was, inzonderheid ook door Zijn opstanding uit de doden en de verheerlijking volgende. Hij Petrus, Jakobus en Johannes zijn aanschouwers geweest van Christus majesteit. In Mattheus 17 vers 1 en 2 lezen wij het volgende; En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, zijn broeder, en bracht hen op een hogen berg alleen.  En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht. En ziet, van hen werden gezien Mozes en Elias, met Hem samensprekende.Dit hadden Petrus, Johannes en Jakobus gezien namelijk Christus majesteit: iets van de toekomst als Hij als Koning zal regeren op aarde. Daarom spreekt Petrus tot hen, deze gelovige Joden over wij. 

2 Petrus 1 vers 17

 Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.

Vers 17 Christus ontving van God de Vader eer en heerlijkheid.  Als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid. Wat betekent dit? Dat is van de God de Vader in majesteit vanuit de hemel, Die de troon is Zijner majesteit en heerlijkheid. God de Vader bracht deze woorden voor Zijn Zoon: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb. Dit correpondeert met Mattheus 17 vers 5: Terwijl Hij nog sprak, zie , een luchtige wolk  heeft hen overschaduwd; en zie , een stem uit de wolk, zeggende : Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelke Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem. Hier was Petrus met Johannes en Jakobus getuige van geweest. Ook in Markus 9 en Lukas 9 vers 28 kunnen wij hierover lezen.