De Pastor

 

Efeze 4 vers 11 en 12
En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot

apostelen, en sommigen tot profeten, en 

sommigen tot evangelisten, en sommigen 

tot herders en leraars. Tot de volmaking der

heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing

van het Lichaam van Christus

 

Wie is de pastor?

In vers 11 van Efeze 4 lezen wij over sommigen die herders en leraars zijn. Herder = in het Engels Pastor.

1) De pastor in het Grieks is poimain, een herder. Door de Bijbel heen lezen wij over kudden schapen waarover een herder gesteld is. In Psalm 100 vers 3 lezen wij: Weet, dat de Heere God is, Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide En in Handelingen 20 verse 28 lezen wij: Zo hebt dan acht op uzelf, en op de gehele kudde, waarover u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods  te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed

Een herder is verantwoordelijk voor het geestelijke voedsel, het leiden, bescherming en het algemene welzijn van de kudde die aan zijn zorg toevertrouwd is. De schapen van de kudde kennen geen richting, verdedigen zichzelf niet en vatbaar voor voeding. Dus de herder is de pastor, de leider en de schapen zijn volgers van de leider, pastor of herder.

2) Leraar zijn is het eerste werk van een pastor. Hij is bij uitstek de instructeur in de gemeente. Combineer de concepten van pastor-leraar de apostel Paul had geen twijfels in zijn gedachten hierover. Het model wat God beloofde aan Israel en wat Hij ook zou geven was dit: En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand"

3) Man van God. In I Timotheus 6 vers 11 lezen wij: Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen; en jaar naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid.  De meest belangrijke benaming van een pastor. Deze titel is herinnerd ons aan het Oude Testament waar God's profeten genoemd werden mannen van God zoals Elia I Koningen 17 vers 18, Elisa II Koningen 5 vers 14, Mozes in Ezra 3 vers 3 en David in Nehemia 12 vers 24. De implicatie is duidelijk: zijn leiderschapsrol komt van een speciale relatie tot en opdracht van de Heer als een communicator van Goddelijke waarheid. Het moest een man zijn, geen vrouw. Een vrouw kan geen pastor zijn wat God zegt in Zijn Woord. Zij kan andere taken doen binnen de plaatselijke gemeente.  Lees Efeze 5 vers 22. Een vrouw is onderdanig en dat betekent niet dat ze niets te vertellen heeft integendeel maar dat zij een hulp is van de man ook binnen de gemeente zoals God dit ook heeft gegeven en dat ze dit herkend en zich daarnaar schikt. 

4) Dienaar van Jezus Christus.  We lezen met elkaar I Timotheus 4 vers 6: Als gij deze dingen de broeders voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt. In het engels staat er Minister wat uit het Grieks is vertaald (diakonos) of deacon. Het is de dienstknecht in de activiteit van zijn werk. Hij is bezig in de uitvoering van God's orders. 

5) Dienaar van Christus. In het Grieks hypyretas. Letterlijk: een ondergeschikte roeier als op een galleischip. Een ander woord is assistent. I Korinthe 4 vers 1: Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. De bediening heeft een bestemming: door te roeien wordt het doel behaald. 

6) Dienaar van de Heere: In het Grieks lezen wij het woord doulos. Het betekent dus slaaf. Het is iemand die in stand houdt een blijvende relatie met onze Heere in een de capaciteit van een dienaar.  Terwijl hij anderen dient ziin dienst is voor de Heere ten eerste om Hem welbehaaglijk te zijn. Galaten 1:10 zegt ons: Want predik  ik nu de mensen of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus 

7) Medearbeider van God. In I Thessalonicensen 3 vers 2 lezen wij het volgende: "En hebben gezonden Timotheus, onze broeder , en Gods dienaar, en onze medearbeider in het Evangelie van Christus, om u te versterken, en u te vermanen van uw geloof" En in 2 Korinthe 6 vers 1 lezen wij: En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben.  Het Griekse woord hier is sunergos en dit woord komt er op neer in dienst van God als een assistent. Een die samen werkt met de Heere. De Heere is altijd nabij de pastor als die zijn pastorale lading uitdraagt, uitoefent. 

8) Uitdeler van de geheimenissen van God. In I Korinthe 4 vers 1 en 2 lezen wij: Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. En voorts worst in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde" De uitdeler of steward: in het Grieks staat er oikonomos. Een combinatie van oiko = huis en nomos is regel. De uitdeler was de manager van huishoudelijke zaken in Paulus dagen. De pastor is een uitdeler van de geheimenissen van God. De geheimenissen die aan Paulus ten eerste waren toevertrouwd en dat de pastor dit weer verder vertelt of uitdeelt aan anderen. Het is daarbij belangrijk zoals we al hebben kunnen lezen is dat de pastor ook getrouw mag zijn. De pastor zal bouwen op het fundament wat Paulus gelegd heeft namelijk Christus maar met wat voor materiaal? Hij kan bouwen met hooi, stoppels, hout of hij kan bouwen met kostelijke stenen, goud en zilver. De pastor behoort natuurlijk de bouwstenen te gebruiken die niet branden en hij behoort Gods Woord der Waarheid, het Evangelie van Gods Genade te verkondigen en ook recht te snijden Handelingen 20:24 en 2 Timotheus 2:15. 

 Pastor en oudste

Er zijn 5 overeenkomsten tussen pastor en oudste.

1) Petrus en Johannes waren oudsten en zij zijn ook twee pilaren van de gemeente te Jeruzalem Galaten 1 vers 9. In I Petrus 5 vers 1: De ouderlingen of oudsten, die onder u zijn, vermaan ik, die een medeouderling en getuige het lijden van Christus ben, en deelachtig der heerlijkheid, die geopenbaard zal worden. 

2) Jakobus en Petrus spreken over oudsten maar niet over de pastor. In Jakobus 5 vers 14 lezen wij: Is iemand ziek onder u? dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende  met olie in de Naam des Heeren. In de brief van Petrus vinden we niet het woord pastor, alleen het woord oudste. De pastor daarentegen heeft authoriteit maar die vinden wij niet terug in zijn brieven. 

3) Paulus in zijn betoog aan de oudsten te Efeze beschrijft de rol van een oudste als iemand die het overzicht heeft en de kudde ook moet voeden Handelingen 20: 17 en 28 net als I Petrus 5 vers 2. 

4) De apostel Paulus wijst de oudsten op hun verantwoording voor de gemeente. Het Griekse woord is epimelomai I Timotheus 3 vers 5.  Epi betekent over. 

5) De apostel Paulus wijst de oudsten op het onderwijs en hun rol daarin. In I Timotheus 3 vers 2 kunnen wij dit lezen. In Titus 1 vers 9 lezen wij : Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen.  In I Timotheus 5 vers 17 lezen wij: Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer" 

De pastor volgens Paulus: afzonderlijk van en boven de oudsten

1) De apostel Paulus addresseert 3 brieven. 2 daarvan naar Timotheus en 1 daarvan naar Titus. In I Timotheus 1 verzen 1 en 2 en in II Timotheus 1 vers 1 en 2 en in Titus 1:1 en 4 lezen wij over Paulus die naar hen schrijft. Hij schrijft naar hen persoonlijk en niet zoals in de andere brieven waar hij schrijft naar de oudsten en diakenen van een gemeente. Als het om een overheid/ bestuur  in de gemeente gaat spreek Paulus rechtstreeks tot de man die de leiding heeft. De brieven aan Timotheus en die aan Titus worden dan ook de pastorale brieven genoemd. 

2) Het patroon van Paulus: een mens aan de leiding. Het gedrag van deze persoon aan de leiding is erg belangrijk. In I Timotheus 3 vers 15 lezen wij: Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente van de levende God, een pilaar en vastigheid der waarheid. Timotheus en Titus hadden de positie van de hoogste autoriteit. In I Timotheus 1 vers 3 lezen wij : Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt blijven, als ik naar Macedonie reisde, zo vermaan ik het u nog, opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren. Timotheus was achtergelaten te Efeze om de zuivere boodschap van Gods Genade te verkondigen in Efeze en hij was bevolen om er voor te waken dat andere mensen geen andere leer zouden leren. Timotheus kreeg nog meer instructies van Paulus: Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome I Timotheus 4 vers 13 en in vers 16 lezen wij: Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin, want dat doende , zult gij en uzelven behouden, en die u horen. In de tweede brief aan Timotheus zegt de apostel Paulus de volgende woorden aan Timotheus: Ik betuig dan voor God en de Heere Jezus Christus, Die de levenden en de doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Konkinkrijk: Predik het Woord, houd aan tijdelijk, ontijdelijk, wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. En in vers 5 lezen wij: Maar gij wees wakker in alles, lijd verdrukkingen, doe het werk van een evangelist, maak dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij II Timotheus 4:1,2 en 5. 

In Titus 1 vers 5 lezen wij het volgende: Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, odpat gij, hetgeen nog ontbrak voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb.  Titus was te Kreta achtergelaten om dingen daar recht te zetten en van stad tot stad oudsten aan te stellen. Hij was die speciale autoriteit gegeven. Beide mannen hadden een grote verantwoordelijkheid gekregen. Op het einde van Paulus leven vraagt Paulus aan Timotheus om zo snel mogelijk te komen en hij zend dan Tychikus in de plaats van Timotheus naar Efeze om het leiderschap tijdelijk over te nemen.

3) Oudsten worden behandeld apart van de pastor in de pastorale brieven!  In I Timotheus 3 vers 1 t/m 7 lezen wij over de oudste en waaraan iemand moet voldoen wil hij dit worden. In Titus 1 vers 5 t/m 9 lezen wij ook over de qualificaties van de oudste. Nergens in de brieven aan Timotheus en Titus kunnen we lezen over de pastor. We lezen alleen over de oudste en de diaken. Maar Timotheus zowel als Titus waren pastors van respectievelijk de gemeente te Efeze en Titus was op Kreta degene die pastor was daar. 

4) Oudsten behoren bevestigd of aangesteld te worden. In Titus 1 vers 5 lezen wij nogmaals het volgende: Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb. Titus, de medebroeder van Paulus had deze taak gekregen om dit uit te voeren en het was geen gemakkelijke taak want wie was getrouw en wie kon voldoen aan die eisen? In de tijd dat Paulus leefde legden ze mensen die oudsten wilden worden de handen op maar dat moest niet met haast gebeuren want je moest wel eerst iemand kennen voordat dit ging gebeuren. I Timotheus 5 vers 22. Dit was de taak voor de pastor om dit te doen en Timotheus was een pastor in Efeze. Vandaar dat hij die instructie kreeg van Paulus. Timotheus had een bevestiging gekregen en we kunnen lezen in I Timotheus 4 vers 14 het volgende: Verzuim de gave niet , die in u is, die u gegeven is door de profetie met oplegging der handen des ouderlingschaps.  Timotheus was dus een pastor. De kracht om te bevestigen is een duidelijke tenaamstelling van autoriteit tot degene die bevestigd wordt. Tegenwoordig wordt dit in de vorm van een certificaat uitgedeeld aan degene die deze taak als pastor gaat uitvoeren. 

5) Oudsten of ouderlingen zijn onderworpen aan pastorale censuur. Paulus geeft aan Timotheus de volgende instructies in I Timotheus 5: 19 en 20: Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen. Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.  Ouderlingen behoren een voorbeeld te zijn binnen een gemeente. Zo niet dan behoort er een gesprek plaats te vinden via de pastor. De pastor is eindverantwoordelijke voor de gang van zaken in de plaatselijke gemeente en als 1 van de oudsten niet goed wandelt of handelt dan moet daarvan wat gezegd worden maar ook in tegenwoordigheid van alle mensen binnen de gemeente. De pastor is dus boven de oudste want anders zou hij een oudste niet kunnen bestraffen als die zondigt wat niet binnen de gemeente past.