De Pastor

 

Efeze 4 vers 11 en 12
En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot

apostelen, en sommigen tot profeten, en 

sommigen tot evangelisten, en sommigen 

tot herders en leraars. Tot de volmaking der

heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing

van het Lichaam van Christus

 

Wie is de pastor?

In vers 11 van Efeze 4 lezen wij over sommigen die herders en leraars zijn. Herder = in het Engels Pastor.

1) De pastor in het Grieks is poimain, een herder. Door de Bijbel heen lezen wij over kudden schapen waarover een herder gesteld is. In Psalm 100 vers 3 lezen wij: Weet, dat de Heere God is, Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide En in Handelingen 20 verse 28 lezen wij: Zo hebt dan acht op uzelf, en op de gehele kudde, waarover u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods  te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed

Een herder is verantwoordelijk voor het geestelijke voedsel, het leiden, bescherming en het algemene welzijn van de kudde die aan zijn zorg toevertrouwd is. De schapen van de kudde kennen geen richting, verdedigen zichzelf niet en vatbaar voor voeding. Dus de herder is de pastor, de leider en de schapen zijn volgers van de leider, pastor of herder.

2) Leraar zijn is het eerste werk van een pastor. Hij is bij uitstek de instructeur in de gemeente. Combineer de concepten van pastor-leraar de apostel Paul had geen twijfels in zijn gedachten hierover. Het model wat God beloofde aan Israel en wat Hij ook zou geven was dit: En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand"

3) Man van God. In I Timotheus 6 vers 11 lezen wij: Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen; en jaar naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid.  De meest belangrijke benaming van een pastor. Deze titel is herinnerd ons aan het Oude Testament waar God's profeten genoemd werden mannen van God zoals Elia I Koningen 17 vers 18, Elisa II Koningen 5 vers 14, Mozes in Ezra 3 vers 3 en David in Nehemia 12 vers 24. De implicatie is duidelijk: zijn leiderschapsrol komt van een speciale relatie tot en opdracht van de Heer als een communicator van Goddelijke waarheid. Het moest een man zijn, geen vrouw. Een vrouw kan geen pastor zijn wat God zegt in Zijn Woord. Zij kan andere taken doen binnen de plaatselijke gemeente.  Lees Efeze 5 vers 22. Een vrouw is onderdanig en dat betekent niet dat ze niets te vertellen heeft integendeel maar dat zij een hulp is van de man ook binnen de gemeente zoals God dit ook heeft gegeven en dat ze dit herkend en zich daarnaar schikt. 

4) Dienaar van Jezus Christus.  We lezen met elkaar I Timotheus 4 vers 6: Als gij deze dingen de broeders voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt. In het engels staat er Minister wat uit het Grieks is vertaald (diakonos) of deacon. Het is de dienstknecht in de activiteit van zijn werk. Hij is bezig in de uitvoering van God's orders. 

5) Dienaar van Christus. In het Grieks hypyretas. Letterlijk: een ondergeschikte roeier als op een galleischip. Een ander woord is assistent. I Korinthe 4 vers 1: Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. De bediening heeft een bestemming: door te roeien wordt het doel behaald. 

6) Dienaar van de Heere: In het Grieks lezen wij het woord doulos. Het betekent dus slaaf. Het is iemand die in stand houdt een blijvende relatie met onze Heere in een de capaciteit van een dienaar.  Terwijl hij anderen dient ziin dienst is voor de Heere ten eerste om Hem welbehaaglijk te zijn. Galaten 1:10 zegt ons: Want predik  ik nu de mensen of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus 

7) Medearbeider van God. In I Thessalonicensen 3 vers 2 lezen wij het volgende: "En hebben gezonden Timotheus, onze broeder , en Gods dienaar, en onze medearbeider in het Evangelie van Christus, om u te versterken, en u te vermanen van uw geloof" En in 2 Korinthe 6 vers 1 lezen wij: En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben.  Het Griekse woord hier is sunergos en dit woord komt er op neer in dienst van God als een assistent. Een die samen werkt met de Heere. De Heere is altijd nabij de pastor als die zijn pastorale lading uitdraagt, uitoefent. 

8) Uitdeler van de geheimenissen van God. In I Korinthe 4 vers 1 en 2 lezen wij: Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. En voorts worst in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde" De uitdeler of steward: in het Grieks staat er oikonomos. Een combinatie van oiko = huis en nomos is regel. De uitdeler was de manager van huishoudelijke zaken in Paulus dagen. De pastor is een uitdeler van de geheimenissen van God. De geheimenissen die aan Paulus ten eerste waren toevertrouwd en dat de pastor dit weer verder vertelt of uitdeelt aan anderen. Het is daarbij belangrijk zoals we al hebben kunnen lezen is dat de pastor ook getrouw mag zijn. De pastor zal bouwen op het fundament wat Paulus gelegd heeft namelijk Christus maar met wat voor materiaal? Hij kan bouwen met hooi, stoppels, hout of hij kan bouwen met kostelijke stenen, goud en zilver. De pastor behoort natuurlijk de bouwstenen te gebruiken die niet branden en hij behoort Gods Woord der Waarheid, het Evangelie van Gods Genade te verkondigen en ook recht te snijden Handelingen 20:24 en 2 Timotheus 2:15. 

De pastor als persoon:

Deel 1

In de pastorale brieven die de apostel Paulus schreef naar Timotheus en Titus de apostel Paulus schetst over de persoonlijkheid en het karakter die nodig zijn voor een goede pastor. In I Timotheus 4 vers 12 lezen wij het volgende: Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in Woord,  in wandel, in liefde, in de geest, in geloof, in reinheid. Als een voorbeeld voor gelovigen: de pastor  behoort een type (Grieks tupos) een model van Christelijke deugden zijn. Noteer dat er 3 uiterlijke en 3 innerlijke karaktereigenschappen zijn genoemd. Uiterlijk zijn dat de uitspraken, welbespraaktheid, beschaafde taal, persoonlijk gedrag en liefde (agape). Deze worden verwacht van de pastor. We lezen I Korinthe 4 vers 9: Want ik acht dat God ons, die de laatste apostelen zijn, ten toon heeft gesteld als tot de dood verwezen; want wij zijn een schouwspel geworden der wereld, en den engelen, en de mensen.  Dit gold voor Paulus en andere apostelen in de 2 e lijns en dit geldt ook voor het grote merendeel voor een pastor. 

Innerlijke karaktereigenschappen of karakteristieken zijn: Geest, geloof en reinheid. Het hart van de pastor behoort de doctrine geloven en dan is dit de boodschap van Gods Genade. En zijn vrijheid om zich rein te houden van corruptie en bezoedeling II Timotheus 2 vers 20en 21. Oplettendheid op gevaren zoals staat in vers 22. Hij behoort de waarheid, Gods Genade Evangelie verkondigen.

Deel 2

In II Timotheus 2 vers 3-7 lezen wij het volgende: "Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus. Niemand , die in de krijg dient, wordt ingewikkeld in de handelingen des leeftochts, opdat hij dien moge behagen, die hem tot de krijg aangenomen heeft. En indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden. De landman, als hij arbeidt, moet alzo eerst de vruchten genieten". 

Nu wij dit  gelezen hebben zien we 3 dingen hier in deze verzen te weten: een goed soldaat, een atleet (hardloper) en een huisverzorger of landman

1) De pastor is als een soldaat. He is geroepen tot de strijd op vele fronten. In zijn eigen leven zijn vleselijke natuur strijd met de geestelijke natuur Romeinen 7 vers 23. De dagelijkse zaken van het leven concurreren voor zijn tijd en aandacht, om vol te houden verwarrende invloeden sloopt hem van zijn effectiviteit  De duivel en zijn trawanten vallen ook aan.  Daarom ook de goede strijd des geloofs I Timotheus 6 vers 12. Veel mensen in het Lichaam van Christus blijven babies in het geloof net als de gelovigen te Korinthe I Korinthe 3: 1-2. De pastor als soldaat behoort de invloeden van de tegenstander in te zien en hardheid verdragen en de verdrukking ondergaan.  Hij moet zichzelf herinneren dat zulks een strijd  is een goede strijd van geloof is.  I Timotheus 1:18. De strijd zal gedurende de rest van zijn leven hier op aarde zijn. Als pastor behoor je te blijven strijden tot het einde van je leven net zoals de apostel Paulus deed II Timotheus 4 vers 7-8.

2 Paulus vergelijkt de  pastor met een hardloper, een atleet die streeft naar medailes. De pastor behoort te volgen  een stelsel van zelfverloochening en zelfdiscipline and hij goed loopt I Korinthe 9: 24 en 25. De pastor is net als de atleet een man die zichzelf altijd verbeterd. Hij streeft naar om een uitstekend vat te worden wat God kan gebruiken voor Zijn doel.  Lees II Timotheus 2 verse 20 en 21. Als hij andere mensen wil leiden naar volwassenheid in Christus en de diepe dingen van God leert behoort hij ook de vruchten van de Geest te laten zien aan de mensen. 

3 Tenslotte vergelijkt Paulus de pastor met een boer, landman. De landman cultiveert het land, ploegt, zaait, wied, bemest, geeft water en het meest moeilijke is rustig blijven, geduldig wachten op het resultaat.  We lezen hier dat hij eerst zelf de vruchten moet plukken dus voor een pastor is het belangrijk dat hij eerst goed de Schriften leest, bestudeerd zodat hij ze ook kan doorgeven aan andere mensen. 

De soldaat, de atleet en de landman delen allemaal de gemeenschappelijke noemer van geduld en uithoudingsvermogen in tegenspoed. De strijd is duur, de race/loop is lang. De oogst zal niet 's nachts gebeuren.  Daarom vertelt de apostel Paulus het volgende in II Timotheus 2 vers 24 en 25: Een dienstknecht des Heeren meot niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen. Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid.  De pastor realiseert zich dat zijn strijd niet tegen vlees en bloed is dus niet tegen mensen die zwak zijn of het niet helemaal op een rijtje hebben in de gemeente. Hij behoort voorzichtig en een voortdurende presentatie van Gods Woord wacht hij op Gods werk van Genade.  God geeft de wasdom en verandert levens tenslotte en niet de pastor. De pastor behoort niet dingen persoonlijk aan te trekken als de mensen van de gemeente tegenstaan of niet doen wat God van hen vraagt in Zijn Woord. 

DEEL 3

Het leren van anderen daar licht de focus op voor een pastor

Veel pastors zien Paulus als voorbeeld voor het Lichaam van Christus niet en dit kan leiden tot heel veel bezigheden die niet zijn naar de wil van God voor ons vandaag. Pastors zijn meer tegenwoordig bezig in het algemeen met tijd de besteden aan sociale aspecten en publieke relaties van mensen dan te besteden aan Gods Woord en ook te preken vanuit Gods Woord. Dit gebeurt in de zogenaamde Christelijke wereld. Het Woord van God komt er weinig aan bod. De nadruk ligt vaak op zingen langdurig, gebed, soms in zogenaamde tongen spreken en Gods Woord komt misschien maar 5 minuten aan de orde. Toch zegt God in Zijn Woord deze woorden: En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven , welke de goede en welbehaaglijke  en volmaakte wil van God zij" Romeinen 12 vers 2. Als je als pastor niet weet wat dit betekent en wat de wil van God is voor ons vandaag dan wordt het erg lastig en zeker voor de toehoorders binnen je gemeente.  Laten wij kijken wat de taak is van de pastor is binnen de gemeente:

I Timotheus 4 vers 13: Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren totdat ik kom! 

I Timotheus 4 vers 16: Heb acht  op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende zult gij en uzelven behouden, en die u horen

Titus 2 vers 1: Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt

Deze teksten laten zien dat de pastor is een leraar van de Bijbelse leer: God's Genade Evangelie. Het is erg belangrijk voor de pastor om deze teksten te kennen en ook uit te voeren en ook II Timotheus 3 vers 16 dat al de Schrift van God is ingegeven en is nuttig tot lering tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is. Dat de toehoorders niet meer als een vloed bewogen worden maar de waarheid betrachtende  in liefde , alleszins  zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus Efeze 4: 14 en 15. Daarbij is de pastor ook nog een evangelist en de pastor wordt verantwoordelijk gehouden later: II Timotheus 4 vers 1 en 2: Ik betuig dan voor God en de Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn koninkrijk: Predik het Woord, houd aan tijdelijk, ontijdelijk, wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.  Hier behoort de pastor goed van doordrongen zijn!

DEEL 4

ZELFSTUDIE

Ook de pastor zelf behoort veel te leren, te studeren en het allerbelangrijkste in zijn dagelijkse leven is dit, meer dan de gemeenteleden of de mensen die hij Bijbelstudie geeft. 

II Timotheus 2 vers 15

Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen,

een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord

der Waarheid recht snijdt

In het Engels staat er study en dat betekent in de oorspronkelijke tekst maak er haast mee, forwards, begeren om God beproefd voor te stellen een arbeider. Dus het Woord der waarheid namelijk het Evangelie der Genade Gods Handelingen 20:24, Kolossensen 1:5-6 altijd te onderscheiden van de rest van de Bijbel zodat het altijd logisch in elkaar blijft steken, dat alle puzzelstukjes precies op zijn plaats vallen. De pastor zal een nauwgezette werker behoren te zijn die veel energie en veel tijd besteed aan het bestuderen van Gods Woord (rechtgesneden) zodat hij een expert hierin wordt. Verzadigd met Goddelijke waarheid zal hij geen behoefte hebben om excuses te maken maar zal in staat zijn om het Woord van God te spreken met zekerheid, durf en authoriteit. Het is duidelijk dat het studeren van de Bijbel de meeste tijd in beslag neemt die hij heeft want het zijn de Schriften van God II Timotheus 3 vers 17 welke hem perfect maken en grondig inrichten voor alle goede werk.  Perfect is het Griekse woord artios wat betekent een aanleg hebben.  De Schriften leren ons te voorzien al het benodigde om het werk goed te doen. Hebreeen 4 vers 12 en in Psalm 19 vers 8 leren wij al dat de wet des Heeren volmaakt is bekerende de ziel; de getuigenis des Heeren is gewis, de slechte wijsheid gevende" Het gevolg is dat een pastor een kampioen wordt door Gods Woord te studeren, volwassen wordt in denken/handelen met mensen, dagelijks leven. De schriften van God aanwend, ze ook weet te vinden.  Al de Schrift van God is ingegeven en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is" 2 Timotheus 3:16 en als de pastor ook het Woord der Waarheid rechtsnijdt en dat blijft doen dan kan hij ook de gemeente of Bijbelstudiegroep leiden.  Lees voor uzelf II Timotheus 1:13 en hoofdstuk 2 vers 2. 

                 

 

 

 

De  Pastor en de oudste

Er zijn 5 overeenkomsten tussen pastor en oudste.

1) Petrus en Johannes waren oudsten en zij zijn ook twee pilaren van de gemeente te Jeruzalem Galaten 1 vers 9. In I Petrus 5 vers 1: De ouderlingen of oudsten, die onder u zijn, vermaan ik, die een medeouderling en getuige het lijden van Christus ben, en deelachtig der heerlijkheid, die geopenbaard zal worden. 

2) Jakobus en Petrus spreken over oudsten maar niet over de pastor. In Jakobus 5 vers 14 lezen wij: Is iemand ziek onder u? dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende  met olie in de Naam des Heeren. In de brief van Petrus vinden we niet het woord pastor, alleen het woord oudste. De pastor daarentegen heeft authoriteit maar die vinden wij niet terug in zijn brieven. 

3) Paulus in zijn betoog aan de oudsten te Efeze beschrijft de rol van een oudste als iemand die het overzicht heeft en de kudde ook moet voeden Handelingen 20: 17 en 28 net als I Petrus 5 vers 2. 

4) De apostel Paulus wijst de oudsten op hun verantwoording voor de gemeente. Het Griekse woord is epimelomai I Timotheus 3 vers 5.  Epi betekent over. 

5) De apostel Paulus wijst de oudsten op het onderwijs en hun rol daarin. In I Timotheus 3 vers 2 kunnen wij dit lezen. In Titus 1 vers 9 lezen wij : Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen.  In I Timotheus 5 vers 17 lezen wij: Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer" 

De pastor volgens Paulus: afzonderlijk van en boven de oudsten

1) De apostel Paulus addresseert 3 brieven. 2 daarvan naar Timotheus en 1 daarvan naar Titus. In I Timotheus 1 verzen 1 en 2 en in II Timotheus 1 vers 1 en 2 en in Titus 1:1 en 4 lezen wij over Paulus die naar hen schrijft. Hij schrijft naar hen persoonlijk en niet zoals in de andere brieven waar hij schrijft naar de oudsten en diakenen van een gemeente. Als het om een overheid/ bestuur  in de gemeente gaat spreek Paulus rechtstreeks tot de man die de leiding heeft. De brieven aan Timotheus en die aan Titus worden dan ook de pastorale brieven genoemd. 

2) Het patroon van Paulus: een mens aan de leiding. Het gedrag van deze persoon aan de leiding is erg belangrijk. In I Timotheus 3 vers 15 lezen wij: Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente van de levende God, een pilaar en vastigheid der waarheid. Timotheus en Titus hadden de positie van de hoogste autoriteit. In I Timotheus 1 vers 3 lezen wij : Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt blijven, als ik naar Macedonie reisde, zo vermaan ik het u nog, opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren. Timotheus was achtergelaten te Efeze om de zuivere boodschap van Gods Genade te verkondigen in Efeze en hij was bevolen om er voor te waken dat andere mensen geen andere leer zouden leren. Timotheus kreeg nog meer instructies van Paulus: Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome I Timotheus 4 vers 13 en in vers 16 lezen wij: Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin, want dat doende , zult gij en uzelven behouden, en die u horen. In de tweede brief aan Timotheus zegt de apostel Paulus de volgende woorden aan Timotheus: Ik betuig dan voor God en de Heere Jezus Christus, Die de levenden en de doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Konkinkrijk: Predik het Woord, houd aan tijdelijk, ontijdelijk, wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. En in vers 5 lezen wij: Maar gij wees wakker in alles, lijd verdrukkingen, doe het werk van een evangelist, maak dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij II Timotheus 4:1,2 en 5. 

In Titus 1 vers 5 lezen wij het volgende: Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, odpat gij, hetgeen nog ontbrak voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb.  Titus was te Kreta achtergelaten om dingen daar recht te zetten en van stad tot stad oudsten aan te stellen. Hij was die speciale autoriteit gegeven. Beide mannen hadden een grote verantwoordelijkheid gekregen. Op het einde van Paulus leven vraagt Paulus aan Timotheus om zo snel mogelijk te komen en hij zend dan Tychikus in de plaats van Timotheus naar Efeze om het leiderschap tijdelijk over te nemen.

3) Oudsten worden behandeld apart van de pastor in de pastorale brieven!  In I Timotheus 3 vers 1 t/m 7 lezen wij over de oudste en waaraan iemand moet voldoen wil hij dit worden. In Titus 1 vers 5 t/m 9 lezen wij ook over de qualificaties van de oudste. Nergens in de brieven aan Timotheus en Titus kunnen we lezen over de pastor. We lezen alleen over de oudste en de diaken. Maar Timotheus zowel als Titus waren pastors van respectievelijk de gemeente te Efeze en Titus was op Kreta degene die pastor was daar. 

4) Oudsten behoren bevestigd of aangesteld te worden. In Titus 1 vers 5 lezen wij nogmaals het volgende: Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb. Titus, de medebroeder van Paulus had deze taak gekregen om dit uit te voeren en het was geen gemakkelijke taak want wie was getrouw en wie kon voldoen aan die eisen? In de tijd dat Paulus leefde legden ze mensen die oudsten wilden worden de handen op maar dat moest niet met haast gebeuren want je moest wel eerst iemand kennen voordat dit ging gebeuren. I Timotheus 5 vers 22. Dit was de taak voor de pastor om dit te doen en Timotheus was een pastor in Efeze. Vandaar dat hij die instructie kreeg van Paulus. Timotheus had een bevestiging gekregen en we kunnen lezen in I Timotheus 4 vers 14 het volgende: Verzuim de gave niet , die in u is, die u gegeven is door de profetie met oplegging der handen des ouderlingschaps.  Timotheus was dus een pastor. De kracht om te bevestigen is een duidelijke tenaamstelling van autoriteit tot degene die bevestigd wordt. Tegenwoordig wordt dit in de vorm van een certificaat uitgedeeld aan degene die deze taak als pastor gaat uitvoeren. 

5) Oudsten of ouderlingen zijn onderworpen aan pastorale censuur. Paulus geeft aan Timotheus de volgende instructies in I Timotheus 5: 19 en 20: Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen. Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.  Ouderlingen behoren een voorbeeld te zijn binnen een gemeente. Zo niet dan behoort er een gesprek plaats te vinden via de pastor. De pastor is eindverantwoordelijke voor de gang van zaken in de plaatselijke gemeente en als 1 van de oudsten niet goed wandelt of handelt dan moet daarvan wat gezegd worden maar ook in tegenwoordigheid van alle mensen binnen de gemeente. De pastor is dus boven de oudste want anders zou hij een oudste niet kunnen bestraffen als die zondigt wat niet binnen de gemeente past. 

6) De hiërarchie van de bedieningsgaven aan de Gemeente, het Lichaam van Christus. Als er ooit een gemeente bestond die niet in orde was was het de gemeente te Korinthe. De eerste Korinthebrief is een catalogus van hun menigvuldige fouten in leer en praktijk.  En de apostel Paulus schrijft naar hen en probeert hen te corrigeren. In 1 Korinthe 12 vers 27 en 28 lezen wij: En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder. En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen. Wij weten nu inmiddels dat apostelen en profeten er niet meer zijn voor het Lichaam van Christus want Gods Woord is compleet. Ook krachten, gaven der gezondmakingen, menigerlei talen zijn verdwenen. Maar de leraar is gebleven. Dit is in de locale gemeente de pastor. Maar zult u zeggen leren oudsten ook niet. Ja natuurlijk, zij doen dit ook  en zij kunnen ook het leiderschap uitvoeren in de plaatselijke gemeente alleen 1 persoon is de eindverantwoordelijke en dat is de pastor zelf. Na de pastor, leraar komen de hulpen en de regeringen. Dus oudsten en diakenen zijn de assistenten van de pastor die hem helpen binnen de lokale gemeente. 

7) De bekendheid van de pastor vanwege de bekendheid van het Woord. Lees Efeze 4 vers 13 en 14. Het is voor de groei en opbouw van het Lichaam van Christus. In vers 15 van Efeze 4 lezen wij iets heel belangrijks: Maar de waarheid betrachtende  in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is , namelijk Christus. De pastor is het die leert en zelf ook de Schriften studeert en een werkman is die zich niet schaamt maar het Woord der Waarheid rechtsnijdt. 2 Timotheus 2: 15. 2 Timotheus 4 vers 2: Predik het Woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk, wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoeidheid en leer. Dit is wat een pastor behoort te doe! Een pastor zorgt voor de mensen in de gemeente dat ze groeien in het geestelijke leven en dat ze volwassen mensen worden in Christus niet alleen in positie maar ook in praktijk naast dat hij een voorbeeld behoort te zijn.  

De sleutel tot een effectief pastoraat

De nederigste pastor, voorganger, degene die weinig kans heeft gehad voor formele training en misschien weinig natuurlijke talenten heeft kan moed vatten in de sleutel tot effectiviteit in pastoraat en dat is geestelijkheid. Vergeet niet wat de apostel Paulus zei in II Korinthe 6 vers 9 en 10: Als onbekenden, en nochtans bekend; als stervenden, en ziet, wij leven; als getuchtigd, en niet gedood. Als droevig zijnde , doch altijd blijde; als arm, doch velen rijk makende; als niets hebbende, en nochtans alles bezittende. De apostel Paulus roemde in geen grote organisatie. Zelfs van zijn medebroeders en medestanders wordt het volgende gezegd in Handelingen 17 vers 6: En als zij hen niet vonden, trokken zij Jason en enige broeders voor de oversten der stad, roepende: Dezen, die de wereld in roer hebben gesteld, zijn ook hier gekomen. 

De echte geestelijke pastor of voorganger weet weinig over wereldse zaken maar hij geeft meer tijd aan het studeren van Gods Woord en is vaak in het gebed . Hij zal niet gauw tevreden zijn met zichzelf en hoogmoedig zijn maar nederig zijn en God elke dag vragen dat hij de pastor mag zijn zoals het hoort. 

De ware geestelijke pastor is net als Paulus: Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld Galaten 6 vers 14. En zal net als de apostel Paulus de begeerlijkheden der jonkheid vlieden en jagen naar rechtvaardigheid, geloof, liefde vrede met degenen die de Heere aanroepen ut een rein hart 2 Timotheus 2:24. De pastor houdt van mensen die verloren gaan en de mensen die God aan hem heeft toevertrouwd and hij wil onophoudelijk zwoegen voor hun bestwil. Hij zal zichzelf telkens gedragen als een dienstknecht van God en zal God vertrouwen om hem te gebruiken voor God's glorie. 

Hoe kan je nu aan deze eisen allemaal voldoen als pastor? 

De sleutel tot werkelijk effectief pastoraat is niet intellectueel talent of veel scholing of een afgeronde scholing of een enorme training. Ook geen beroemdheid. Het is geestelijkheid wat de wens om God te dienen en Zijn Woord gehoorzaam te zijn in het recht snijden 2 Timotheus 2:15. 

Echt leiderschap in het herdelijk ambt

Deel I

De volgende principes zijn erg belangrijk in leiderschap voor een pastor om te weten en ook in de praktijk uit te voeren: 

1)  Vertrouwen in God en in Zijn Woord is oneindig veel meer waard dan enig hoeveelheid zelfvertrouwen. In Spreuken 3 verzen 5-7 lezen wij bekende verzen: Vertrouw op de Heere met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken. Zijn niet wijs in uw ogen; vrees de Heere, en wijk van het kwade" Vaak in tijden van crisis zal de pastor zich jammerlijk niet geschikt vinden om de gemeente te leiden en te hoeden of behoeden voor kwade invloeden maar dit behoort hem dan op zijn knieeen te brengen naar God toe en Hem te vragen hoe verder te handelen en alles bij Hem neer te leggen en dit is tot verdediging van de tegenstander van God, de satan, die zijn trucks al klaar heeft staan in tijden van crisis. 

2)  Gezond verstand  is vaak meer waard  dan een briljante geest. In Psalm 111 vers 10 lezen wij het volgende: De vreze des Heeren  is het beginsel der wijsheid; allen die ze doen, hebben goed verstand. Zijn lof bestaat tot in eeuwigheid.  En in Kolossensen 1 vers 9 lezen wij: "Waarom ook wij, van die dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand  Lees voor uzelf I Korinthe 1 vers 19!

3) Een gevoelig geweten is een verdediging tegen mislukking en schande. Slechts met een schoon geweten kan je als pastor de vijand met vertrouwen tegemoet treden.  I Korinthe 4 vers 2: En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde"

Deel 2

4) Ontwijk nooit een echt serieus probleem. Je behoort als pastor dit onder ogen te zien. Verzin geen slinkse manier om er voorlopig mee om te gaan. Zie het zonder uitstel onder ogen of het probleem wordt erger. Laten wij lezen Efeze 6 vers 10 t/m 13: Voorts mijn broeders, wordt krachtig in de Heere, en in de sterkte Zijner macht. Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in de bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven. 

5) Pas op dat satan u uw staan voor de waarheid Kolossensen 1:5-6,  niet in gevaar brengt of u op een zijspoor brengt. Satan is een meester in dit. In 2 Korinthe 2 verse 11 lezen wij: Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend"

6) Wees direct alert:  tijdig, ontijdig, wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. 2 Timotheus 4 vers 2. Alles wat nodig is om een ​​zaak  te ruïneren inclusief God's werk is verwaarlozing. Lees voor uzelf Romeinen 12 verzen 11 t/m 13 eens goed door!!!

Deel 3

7) Waar de ten uitvoer wat belangrijke taken betreft, zie ze liever eerder dan later. om niet in de knoop te raken. Als je wacht gaat het lange duren om ze te vervolledigen. Snel genoeg bezorgd zijn is de zekerste weg naar prestatie en een meer ontspannen karakter. Spreuken 27 verse 1: Beroem u niet over de dag van morgen; want gij weet niet, wat de dag zal baren, brengen! Efeze 4 vers 14-16: Daarom zegt Hij, Ontwaakt gij die slaapt, en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten. Zie dan, hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. De tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn 

8) Het is belangrijk om om een ​​goede verstandhouding te hebben met degenen die hoger en die lager zijn in deze wereld. Kortom je behoort als pastor met iedereen goed kunnen omgaan. Verlies het contact niet Romeinen 1:12 en Filippensen 1 vers 3-5

9) Financiele integriteit en een groot voordeel in christelijk leiderschap. Niet alleen behoren we fiscaal eerlijk te zijn maar we moeten onmiskenbaar bewijs leveren. Lees II Korinthe 8 vers 20 en 21. Altijd expliciet indienen een compleet geschreven rapport van geld ontvangen en uitgegeven. 

                                                                                  Deel 4
10) De pastor behoort samen met de oudsten in een gemeente zuinig om te gaan met Gods werk (financieel) Vergeet niet dat vrijgevigheid en verkwisting niet hetzelfde zijn. Dus heel goed uitkijken waar het geld aan gespendeerd wordt als je een plaatselijke gemeente bent 

11) Hoe minder externe verlangens des te meer fijner het leven van de pastor zal zijn. In I Timotheus 6 vers 6 lezen wij: Doch de Godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging. Allerlei dingen verzamelen hier op aarde brengt weinig tot geen geluk. Alleen God's Woord brengt geluk en daardoor wordt ook de pastor en de oudsten opgebouwd. 

12) Naast een genadige houding van de pastor en oudsten behoort ook bedachtzaamheid. Ga er niet van uit dat alles wat je doet zal worden goedgekeurd door anderen maar neem ze in vertrouwen speciaal waar hun zorgen worden beïnvloed. Dit vermijdt misverstand. Persoonlijke bedachtzaamheid van ondergeschikten is altijd belangrijk. Lees hierbij Filippensen 2 vers 1 t/m 4.  

13) Wees snel om fouten te herkennen en ook toe te geven. Probeer hierbij niet het gezicht te redden. Het is beter toe te geven dat je een fout maakt als pastor en de periode daarna is erg mooi. Jakobus 5 vers 16

Deel 5

14) Als pastor behoor je voor het werk van de Heere telkens te disciplineren. Niet alleen voor jezelf maar ook voor de plaatselijke gemeente waar je als pastor bent aangesteld en ook je eigen gezin.  Lees I Korinthe 9 vers 25 en I Timotheus 3 verzen 4 en 5! 

15) Als pastor wees er zeker van dat jouw gedrag en gesprek en de gedachte achter dit zijn gezond. Dit verdient van degenen die jou het beste kennen Kolossensen 4 vers 5 en 6 en Titus 2:7 en 8. Zodat mensen niets kwaads kunnen zeggen over jou als pastor.

16) Het is wijs om als pastor je inspanningen niet te dun te spreiden. Een paar dingen goed doen is beter dan een heleboel tegelijk doen en dat dingen niet goed af zijn. Kolossensen 3 vers 23. 

Deel 6

17) Het is erg belangrijk om gezond te blijven en daar ook aan te werken als pastor. Het juiste voedsel, genoeg beweging, genoeg slaap/rust als het mogelijk is erg belangrijk dan de meest mensen realiseren. Het is makkelijk om eerder te sterven. I Korinthe 3 vers 16, I Korinthe 6 vers 9 en 20 Lees deze laatste schriften goed door!

18) Op oudsten vergaderingen/ontmoetingen is het erg belangrijk voor de pastor om snel om te horen traag om te spreken Jakobus 1 vers 19. Sensitiviteit behoort zeker bij de pastor te bestaan. 

19) Op oudsten vergaderingen is het belangrijk voor de pastor om voorzichtig niet te veel druk op de leden te hebben of te leggen om hen in jouw straatje te laten lopen Titus 1:7. Vergeet niet dat de oudsten in het werk van de Heere met jou als leider zijn.

20) Streef ernaar als pastor om op oudsten vergaderingen  in een paar woorden te zeggen wat belangrijk is. Dus niet al te veel zeggen maar to the point! 

21) Bovendien vergeet niet dat God de hovaardigen wederstaat maar de nederigen geeft Hij genade. Lees I Petrus 5 vers 5. Wij en zeker de pastor behoort zeer nederig te zijn t.o.v. Gods hand I Petrus 5 vers 6. 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Onze tijd hier op aarde

Onze tijd hier op aarde is erg kostbaar en tijd gaat zo razend snel mijn broeders en zusters. Daarom deze regel : jouw en mijn tijd hier op aarde is kostbaar. Laten wij de tijd niet verspillen. In Psalm 90 vers 12 zegt degene die deze Psalm schreef het volgende: Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.  Zoals we ook weten is dat bij de Heere 1 dag is als duizend jaren. Een dag weten wij duurt maar 24 uur. Wij leden van het Lichaam van Christus behoren de tijd ook goed in te delen. Voor een pastor is het belangrijk om de plaatselijke gemeente niet alleen Bijbels onderwijs te geven maar ook iedereen binnen de gemeente te attenderen op het lezen in de Bijbel. Laten wij in dit kader lezen I Timotheus 4 vers 13. Daar zegt de apostel Paulus tot Timotheus het volgende: Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kom. Dit geldt ook voor de pastor. Hij behoort zelf eerst te lezen, veel te lezen. Daardoor neemt zijn kennis toe en hij behoort ook anderen te stimuleren om de Bijbel te lezen, te bestuderen. Door veel te lezen kan hij ook de gemeente vermanen (stimuleren tot beter) en ook veel leren vanwege de kennis die hij vanuit Gods Woord krijgt van God. Een pastor behoort dit altijd te doen en te weten (epignosis) : Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Kolossensen 3: 1-3. Een pastor behoort ook met wijsheid te wandelen niet alleen voor alle gemeente leden maar ook degenen die niet geloven, die buiten zijn. Laat ons lezen Kolossensen 4 vers 5: "Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, de bekwame tijd uitkopende"  In het Engels staat er redeeming the time wat betekent dit eigenlijk? Dat je goed de tijd indeelt zolang je hier op aarde leeft als gelovige en in de positie bent van pastor. Efeze 5 verse 15 en 16 zegt ons dit ook: Ziet dan, hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. De tijd uitkopende dewijl de dagen boos zijn.  Dus genoeg tijd besteden aan zelfstudie in de Bijbel. het leren aan anderen, het vermanen, het lezen met de andere broeders en zusters in de gemeente. Geen tijd dus verkwantselen. Je door niets laten overheersen zoals media, hobby, werk etc.