Opvoeding

in het licht van de Bijbel

Een uiteenzetting van Efeze 6:4 door Thomas Bruscha

Vertaald vanuit het Engels

 

 

 

 

 

 

I Het doel van opvoeding:

 

 “…voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.” Efeze 6:4

 

Van:

Naar:

Resultaat:

 Afhankelijk

Onafhankelijk

(Zelfstandig)

Onvolwassen

Volwassen

(Zelfbeheerst)

Onverantwoordelijk

Verantwoordelijk

(Gedisciplineerd)

Vleselijk

Geestelijk

(Geleid door de Heilige Geest)

Kinderen

Volwassenen

(Al het bovenstaande)

 

 

 

 

II Hoe moeten ze opgevoed worden?

A “In de lering des Heeren”

B “In de vermaning des Heeren”

 

A “In de lering des Heeren”

“Lering” betekent:

  • Voeden – opvoeden door voorbeelden.

De opvoeding begint op de dag dat een kind geboren wordt en gaat dag en nacht door, voor de rest van uw leven. Een kind wordt opgevoed door uw persoonlijk voorbeeld (Spreuken 17:6).

  • Leren – opvoeding door onderricht.

       Deuteronomium 6:6,7 geeft ons een indruk, hoe nauwgezet en vanzelfsprekend dit leerproces behoort te zijn.

 

       Spreuken 22:6 laat zien dat het leerproces vroeg gestart moet worden.

 

       Jesaja 28:9,10 vertelt ons wanneer we moeten starten.

 

    Efeze 6:1-3 vertelt ons waar we moeten starten. Laten we beginnen waar God begint. De eerste verantwoordelijkheid die God van een kind verlangt is dat ze hun ouder in alles gehoorzaam zijn (Kolossenzen 3:20). Begin daar!

 

(Het A-B-C van het opvoeden van kinderen)

  1. “Kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam” Efeze 6:1

     Dit spreekt over een handeling. Een kind moet leren om te gehoorzamen. Het moet gehoorzaamheid aanleren. Dit is de eerste stap naar zelfdiscipline. Het begint met de ouders en wordt aan het burgerlijke gezag overgedragen en uiteindelijk aan God.

 

  1. “Eer uw vader en moeder” Efeze 6:2

     Dit spreekt over houding. Een kind moet leren om gezag te respecteren en te eren. Juiste handelingen die met een verkeerde houding gedaan worden, duiden op opstandigheid. God is evenzeer geïnteresseerd in onze houding als in onze daden. Hij weet dat ons hart tenslotte onze daden bepaalt, in het bijzonder als we volwassen zijn.

 

  1. “Opdat het u welga” Efeze 6:3

     Dit spreekt over de gevolgen. Iedere handeling leidt tot een resultaat. Een kind moet leren dat verkeerde daden en een verkeerde houding tot negatieve gevolgen leiden. Goede daden en een goede houding leiden tot positieve gevolgen.

 

  1. Disciplineren – op een goede manier, met liefde.

           Nadat een kind de juiste daden en de juiste houding aangeleerd zijn, en nadat een

           kind  is  geleerd dat zijn of haar daden en houding negatieve of positieve gevolgen     

           voor   zijn of haar leven hebben (Efeze 6:1-3); leren we verder uit Efeze 6:4 dat

           discipline het middel is om deze waarheden af te dwingen en te versterken.  Terwijl

           we  gewaarschuwd worden dat  de verkeerde manier van discipline de ontwikkeling    

           van het kind tegenwerkt.

 

“En gij vaders verwekt uw kinderen niet tot toorn”

    Dit spreekt over de verkeerde manier van disciplineren. Dit Schriftgedeelte is meer   bezorgd over de verkeerde manier van disciplineren dan dat het  ons leert  over de juiste discipline. Waarschijnlijk kunnen we het beste begrijpen wat goede discipline inhoudt als we eerst de verkeerde soorten van discipline onderzoeken Als we het gedeelte uit Efeze 6:4 vergelijk met het gelijksoortige vers in Kolossensen 3:21 leren we dat “verwekken tot toorn” betekent: een boosheid veroorzaken die tot ontmoediging leidt. Terwijl Gods plan voor disciplineren, een goede houding en goede daden aanmoedigt, zal de verkeerde manier van disciplineren, uitgevoerd op de verkeerde tijd, met verkeerde bedoelingen, een goede houding en goede daden ontmoedigen.

We zullen drie verkeerde vormen van discipline bespreken, die een kind tot toorn en ontmoediging kunnen aanzetten.

  1. Liefdeloze discipline

 

Dit is discipline die zonder liefde wordt toegepast. Bijvoorbeeld in het geval wanneer een ouder een kind disciplineert om zijn eigen boosheid te bevredigen (Hebreeën 12:9,10)

 

Laten wij als geestelijke ouders, disciplineren zoals God het doet, met liefde en altijd het belang van ons kind voor ogen houden (Hebreeën 12:6,11).

 

  1. Onrechtvaardige discipline

 

Niet alles in het leven is eerlijk en rechtvaardig, maar we kunnen er altijd van op aan dat God het juiste doet en dat Hij op een dag alle dingen recht zal maken (Genesis 18:25). Zonder enige vorm van gerechtigheid zou er geen zekerheid in ons leven zijn en niets dan chaos in de wereld. Evenals wij erop vertrouwen dat God het juiste doet, zullen onze kinderen erop vertrouwen dat wij het juiste doen.

 

Als wij dat vertrouwen beschamen door onrechtvaardige straffen,  vernietigen  we de ware betekenis van goed en kwaad die we aan onze kinderen willen meegeven.

Er zijn drie manieren waarop we onrechtvaardig kunnen disciplineren:

 

  • Een kind disciplineren voor een taak die hij niet aankan.

 

God verwacht nooit iets van ons waarvoor Hij ons niet heeft toegerust. Zoals opgroeien tot volwassen zonen en dochters die in staat zijn voor Hem te leven zonder zich aan de wet te onderwerpen. God heeft ons eerst Zijn Heilige Geest gegeven (Galaten 3:23-26; 4:1-7).

 

We kunnen geen volwassen gedrag verwachten van een onvolwassen kind; we moeten onze kinderen, net zoals iemand die onder de wet is, duidelijke opdrachten geven. We moeten niet vergeten dat het lichaam van een kind nog steeds in ontwikkeling is, en dat morsen met melk, vallen en hun broek scheuren behoort tot het opgroeien en geen daad is van opstandigheid.

 

Wij als ouders die volwassen zijn en door de geest geleid  worden, behoren te disciplineren als het nodig is, uit genade, met liefde, boos over zonde, maar niet boos op het kind. Onze houding moet er een zijn van onverdiende gunst tegenover onze kinderen, hen disciplineren ter wille van henzelf, en  hen verzekeren van onze liefde en volledig “herstel” na de discipline.

 

  • Discipline voor de leer.

 

Niemand wordt verantwoordelijk gehouden voor wetten die nog niet bestaan (Romeinen 5:13,14). God kan echter mensen buiten de wet oordelen omdat Hij hun hart kent (Romeinen 2:14,16).

 

Wij als ouders moeten kinderen van te voren vertellen wat ze wel en niet mogen doen. Alleen als een duidelijke opdracht niet opgevolgd wordt, moet tuchtiging volgen.

 

  • Discipline die te zwaar is voor de overtreding

Al de wetten van God (en van de mens) kennen een straf voor iedere overtreding die relevant is naar de mate van overtreding.

 

Wij moeten ook zorgvuldig zijn in het disciplineren van onze kinderen op een juiste en eerlijke manier naar de mate van hun overtreding.

 

  1. c) Geen discipline (dit is de derde vorm van onrechtvaardige discipline).

 

Als discipline “liefdevolle bemoediging” inhoudt, betekent geen discipline “liefdeloze ontmoediging”. Er zijn drie manieren waarop sommige ouders discipline vermijden”

 

1) Door te schreeuwen in plaats van te straffen.

Laten we duidelijk stellen dat “schreeuwen” geen vorm van discipline is. Het zal daarentegen waarschijnlijk erg ontmoedigend en zelfs zenuwslopend zijn.

2  Door een man die het tuchtigen aan de vrouw overlaat.

Als de man zijn God-gegeven positie en verantwoordelijkheid als hoofd van zijn huisgezin niet waarmaakt, zal de gedaante van het hoofd in het gezin zeer verwarrend zijn voor de kinderen en tot  meer problemen leiden.

 

3 Door onwetendheid of luiheid

Vaak wordt tuchtiging eenvoudigweg vermeden door onwetendheid of luiheid. Dit is een vorm van kindermishandeling of –verwaarlozing. Het is fout altijd tegemoet te komen aan de behoeften van een  kind. Een kind heeft discipline nodig omdat:

  • We van nature allen zondaars zijn, inclusief uw kind (zie Spreuken 19:18-21; 22:15; 23:13.14).
  • Tuchtiging geeft een kind de grenzen aan die het behoort te weten: wat, wanneer, waar, hoe lang en hoe ver zij kunnen gaan.
  • Het ergste dat met een kind kan gebeuren (of zelfs met u) is aan zijn lot overgelaten te worden (zie Spreuken 29:15,17).

 

 

 

B “In de vermaning des Heeren”

Het lijkt erop dat “lering” het belangrijkste middel van opvoeden is gedurende de kinderjaren; gedurende de adolescentie wordt “vermaning” de belangrijkste factor in de opvoeding.

 

“vermaning” betekent: mondelinge vermaning en waarschuwing, zoals we in Handelingen 27:9 en I Korinthe 10:11 kunnen lezen.

Vermanen” betekent: aansporen, of opwekken, iemand zijn slecht gedrag voorhouden, iemand ernstig waarschuwen.

 

Eenvoudig gesteld: Vermanen betekent: wijsheid overbrengen! (Kolossensen 1:28 en 3:16)

 

Als we een kind waarschuwen en vermanen en het geeft daaraan gehoor, maakt het hem wijs, voordat het het kwaad over zichzelf zal brengen (Prediker 4:13; 12:1,8-14).

 

Het is verstandig om II Timotheüs 3:16 te lezen. Hier vinden we Gods volmaakte voorbeeld voor de volmaking van de heiligen. Daar vinden we ook het goddelijke plan dat wij als ouders mogen volgen om onze kinderen in de Here te vermanen. Daar leren we:

 

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;”

 

1 Lering                      We moeten onze kinderen vermanen met de  juiste leer uit de Bijbel.

2 Wederlegging         We moeten hen vermanen en overtuigen op grond van de Schrift, hun zondige houding en daden aan de kaak stellen en hen waarschuwen voor de verleidingen van de zonde.

3 Verbetering            We moeten hen vermanen om hun verkeerde gedachten en daden te ordenen.

4 Onderwijzing          We moeten hen waarschuwen dat alle onrechtvaardigheid gevolgd zal worden door een terechte straf.

 

Het woord “onderwijzing” in bovenstaande tekst is hetzelfde Griekse woord dat als

“kastijding” vertaald wordt in Hebreeën 12:5 en “lering” in Efeze 6:4. We leren hieruit dat

terwijl de manier van disciplineren kan veranderen als iemand ouder wordt, niemand ooit

discipline die tot verbetering leidt, uit de weg zal gaan.  Een jong kind kan straf krijgen. Een

ouder kind kan vermaand en onderlegd worden. Zelfs een volwassene wordt

gedisciplineerd, want hij moet zelf boeten voor de gevolgen van zijn zonde en elke zonde

heeft zijn gevolgen . Leer en vermaan uw tieners hierover!