Bijbelboek van de maand 

Maart

 

Het boek Ruth

Een omschrijving hiervan

 

 Door J.W.Weeda

 

 

Deel 1

 

Inleiding:

    Het boek Ruth heeft in onze Bijbel 4 hoofdstukken. Het boek is waarschijnlijk geschreven na de tijd van het boek Richteren ten tijde dat David leefde.  De geschiedenis van Ruth speelt zich  af ten tijde van Richteren.  In Ruth 4:17-22 lezen wij het volgende: “En de geburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader. Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewond Hezron; En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab; En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma; en Salmon gewon Boaz; en Boaz gewon Obed en Obed gewon Isai; en Isai gewon David.”

   Het boek Ruth is geen roman maar een liefdesverhaal. De belangrijkste figuren in het boek zijn Naomi, Ruth en Boaz. In het gehele Bijbelboek Ruth komt geen oordeel naar voren. We kunnen lezen dat Ruth de grootmoeder is van David. Ruth is één van de 4 vrouwen die genoemd zijn in de Bijbel in de Messiaanse lijn. De andere vrouwen zijn Thamar, Rahab en Bath-sheba.  Van oorsprong behoort Ruth tot het Moabitische volk. Dit is een volk dat afkomstig is van de nakomelingen van Lot, de neef van Abraham. We kunnen dit lezen in Genesis 19:36-37: “En de twee dochters van Lot werden berucht van hun vader. En de eerstgeborene baarde een zoon, en noemde zijn naam Moab; deze is de vader der Moabieten, tot op deze dag."   De Moabieten waren een  heidens volk en dit volk haat Israël als volk. Het boek Ruth beschrijft een  waargebeurde geschiedenis. 

 

 

    Hoofdstuk 1 van het boek Ruth:

       In dit hoofdstuk lezen wij dat ten tijde van de richters in Israel honger was. Een man uit Bethlehem, wat betekent huis van brood, Elimelech met zijn vrouw Naomi en hun 2 zonen verlaten Juda om tijdelijk te wonen in het land der Moabieten. Elimelech betekent God is koning. El = God. In de tijd van de Richters deed iedereen in Israel wat recht was in zijn of haar ogen. Er was geen leider van Israel of koning in die tijd. Richteren 21:25: “In die dagen was er geen koning in Israel; een ieder deed, wat recht was in zijn ogen”. Elimelech vlucht vanwege de hongersnood en vestigt zich met zijn gezin in Moab. In vers 3 lezen wij dat Elimelech in Moab sterft. Wij weten niet hoe of waarom hij sterft. Wat we wel waarschijnlijk weten is het feit dat Elimelech met zijn vrouw een verkeerde beslissing heeft genomen om in Moab te gaan vestigen vanwege de honger die heerste in Israel.  Hij had ook op God kunnen vertrouwen en kunnen blijven in Bethlehem.  Waarschijnlijk waren ElimeIech en Naomi blind in geestelijke zin en hadden hun vertrouwen niet op God gesteld.  In Deuteronomium 7:3 lezen wij dat de Israelieten zich niet moeten vermengen met andere volkeren, dat betekent dat hun zonen of dochters niet gaan trouwen met vrouwen of mannen van heidense volkeren. We lezen echter in  Ruth 1: 3,4: “En Elimelech, de man van Naomi stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen. Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam van de ene was Orpa, en de  naam van de andere Ruth; en zijn bleven aldaar omtrent tien jaren”  We hebben net in deze bovenstaande verzen gelezen dat de zonen van Naomi God niet gehoorzaamden en trouwen met Moabietische vrouwen.  De twee zonen Machlon en Chiljon hebben ieder een Moabietische vrouw en we lezen in vers 5 het volgende: “En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw (Naomi) overgelaten na haar twee zonen en na haar man” Naomi werd dus weduwe. Echter haar 2 schoondochters waren nog  bij haar, Orpa en Ruth.  Nergens lezen wij in hoofdstuk 1 dat er kinderen geboren waren uit deze huwelijken.  

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Deel 2                                

   

 

     Na dit alles hoort Naomi dat de hongersnood over is in Juda. In Ruth 1: 6 lezen wij: “Toen maakte zij (Naomi) zich op met haar schoondochters, en keerde weer uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de Heere Zijn volk bezocht had, gevende hun brood”  Naomi vertrekt vanuit Moab terug naar het land Kanaan (Juda) en haar schoondochters gaan met haar mee. Echter Naomi zegt tegen haar schoondochters dat zij terug moeten gaan naar hun eigen familie in Moab.  De schoondochters zijn niet van plan om haar alleen te laten gaan en willen mee met haar: “En zij zeiden tot haar: Wij zullen voorzeker met u weerkeren tot uw volk” Ruth 1: 10. Naomi haar antwoord op hen is het volgende: zij heeft geen man meer en  zij is te oud om nog kinderen te baren (zonen) dat zij de mannen zullen worden van deze vrouwen.  Om eventueel  daarop te wachten zou tenminste nog jaren duren.  Dit is niet meer mogelijk. Het klinkt niet hoopgevend voor de beide schoondochters maar het is wel de realiteit. Als ze terugkeren naar Moab dan krijgen ze misschien nog een toekomst en ook in het vinden van een nieuwe man.  In vers 13 lezen wij het volgende: “Zoudt gij zolang wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij zolang opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des Heeren is tegen mij uitgegaan.”  Nu wordt het wel heel emotioneel voor de beide schoondochters nu ze dit horen vanuit de mond van Naomi. Zij huilen en verheffen hun stemmen en Orpa kust haar schoonmoeder en gaat weer terug naar haar volk en haar familie in Moab.

     

       En wat doet Ruth? Gaat Ruth ook terug naar haar familie in Moab? Het antwoord hierop is nee. Ruth houdt Naomi vast, zij kleeft haar aan staat er in vers 14. Waarom gebeurt dit? Ze kan net als Orpa haar schoonzus weer terug naar haar volk. Toch doet ze dit niet en waarom doet ze dit niet?  Naomi vraagt haar weer terug te keren net als Orpa naar haar familie in Moab.  Ruth doet dit niet omdat zij ten eerste overtuigd is van de God van Israel en zij gelooft in God, de Almachtige.  In vers 16 en 17 lezen wij het volgende wat Ruth zegt tegen haar schoonmoeder Naomi: “Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weer te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de Heere en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!” Wat een mooi antwoord van Ruth die dat zegt tegen Naomi, haar schoonmoeder: uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Ruth geeft alles op en weet ook de gevolgen daarvan maar zij heeft haar vertrouwen volledig gesteld op God! De weg tot God was door het volk Israel, in dit geval door Naomi. Israel was het zegenkanaal voor de heidenen om tot God te komen. Dit was onder de bedeling van de wet.  Dus Ruth gaat met Naomi mee naar Bethlehem. Als Naomi en Ruth in de stad komen is de hele stad ontroerd over Naomi en zij vragen zich af of dit Naomi is (vers 19). Naomi zegt tegen de mensen dat ze haar Mara moeten noemen omdat God haar grote bitterheid heeft aangedaan. Het is voor haar inderdaad een bittere pil: haar man is overleden en haar zonen ook. Alleen haar ene schoondochter Ruth is met haar en ze komen terug in Bethlehem ten tijde van de gersteoogst. 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Deel 3

 

Naomi was teruggekeerd in Bethlehem samen met haar schoondochter Ruth en Naomi had in Bethlehem een familielid van haar man Elimelech. Deze man was erg rijk zo zegt het eerste vers in Ruth hoofdstuk 2 ons: “Naomi nu had een bloedvriend van haar man, een man, geweldig van vermogen, van het geslacht van Elimelech; en zijn naam was Boaz” We kunnen de naam Boaz ook lezen in Mattheus 1:5” En Salmon gewon Boaz bij Rachab, en Boaz gewon Obed bij Ruth en Obed gewon Jessai en Jesse gewon David” In Mattheus lezen wij over het geslachtsregister van onze Heere Jezus Christus naar de mens.  We gaan terug naar het boek Ruth . In vers 2 van hoofdstuk 2 lezen wij dat Ruth aan Naomi vraagt om op het veld te gaan en aren op te lezen en voegde zij er aan toe achter de persoon aan in wiens ogen ik genade zal vinden. Naomi vind dit goed wat haar schoondochter gaat doen en zegt “Ga heen, mijn dochter” Dit laat zien dat Naomi veel vertrouwen heeft in Ruth. Ruth als vreemde en van oorsprong  vijand van het Joodse volk gaat op het land werken wat niet haar land is!  Ruth gaat en komt op het veld van Boaz en leest achter de maaiers van Boaz de aren op. Boaz komt bij de maaiers die hij heeft langs en vraagt wie de jonge vrouw is die aren opleest. De jongen die over de maaiers is gezet vertelt Boaz wie dit is: de Moabietische jonge vrouw die met Naomi is teruggekeerd is vanuit Moab.  Daarna spreekt Boaz tot Ruth nadat hij alles heeft gehoord van de jongen over haar en hoe zij werkt. Boaz is heel erg blij dat Ruth op zijn land werkt. Zij vind genade in zijn ogen. De maaiers mogen haar ook niet aanraken want Boaz verbied het hen en als zij dorst heeft kan ze drinken van hetgeen de jongen geschept hebben. Hij wil ook bovendien dat zij niet weggaat maar blijft bij hem op het land. Lees vers 8 en 9 van hoofdstuk 2. Boaz was goed op de hoogte van Ruth’s geschiedenis. Dit kunnen wij lezen in de volgende verzen in 10 en 11: “Toen viel zij op haar aangezicht, en boog zich ter aarde, en zij zeide tot hem: Waarom heb ik genade  gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben? En Boaz antwoordde en zeide tot haar: Het is mij aangezegd alles, wat gij bij uw schoonmoeder gedaan hebt, na de dood van uw man, en hebt uw vader en uw moeder, en het land uwer geboorte verlaten, en zijt heengegaan tot een volk dat gij van de voren niet kendet”  Boaz kende dus Ruth’s geschiedenis: wat er precies was gebeurd.  Ruth in vers 10 is erg nederig: zij valt op haar aangezicht en boogt zich ter aarde. Voor ons als gelovigen in de Heere Jezus Christus is het ook belangrijk om nederig te zijn: zeker naar God in onze gebeden naar Hem toe om te knielen. Hoort wat Ruth zegt: waarom heb ik genade gevonden in uw ogen dat gij mij kent daar ik een vreemde ben?  Dit is iets om over na te denken ook voor ons als gelovigen. Wij hebben ook genade gevonden in de ogen van onze Heere God door de Heere Jezus Christus.  Wij waren ook vreemden voor Hem maar nu zijn wij dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Lees Efeze 2:13! Wat een geweldige God hebben wij. Wij zijn net als Ruth heidenen, wij waren  vreemdelingen  zonder de verbonden en beloften die God had met Zijn volk Israel, geen hoop hebbende en zonder God in deze wereld. In de tijd van Ruth was Israel het zegenkanaal tot God. Ruth ziet dit in en gaat met Naomi mee naar Bethlehem want zij zegt tegen haar schoonmoeder : uw God is mijn God en waar u sterft wil ik ook sterven, uw volk is mijn volk.” God is dezelfde God. Hij is niet veranderd! Alleen zijn handelen met mensen wel! Israel is nu niet meer het zegenkanaal onder de bedeling van genade waaronder wij nu als gelovigen leven. Hun val was de rijkdom der wereld. Lees Romeinen 11:11 en 12! Wij zijn leden van het lichaam van Christus 1 Korinthe 12:13. Wij zijn nu in Christus en door Zijn bloed aan het kruis voor ons gegoten voor onze zonden, hebben wij de vergeving van zonden en al de andere zegeningen! Wij zijn nu geen vreemdelingen meer maar medeburgers en huisgenoten van God door de Heere Jezus Christus!

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Deel 4

Ruth komt later weer bij Naomi met de oogst van het land van Boaz. In Vers 19 en 20 van hoofdstuk 2  lezen wij het volgende: “Toen zei haar schoonmoeder tot haar: Waar hebt gij heden opgelezen, en waar hebt gij gewerkt? Gezegend zij, die u gekend heeft! En zij verhaalde haar schoonmoeder, bij wie zij gewerkt had, en zei: De naam van de man, bij wie ik heden gewerkt heb, is Boaz. Toen zei Naomi tot haar schoondochter: Gezegend zij hij de Heere, Die Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en aan de doden! Voorts zei Naomi tot haar: Die man is onze nabestaande; hij is een van onze lossers” Naomi wist precies wie Boaz was, een familielid van haar overleden man en het was erg belangrijk dat de naam van haar man voortgezet werd, dat de familie voortgezet zou worden.  Wat we in Mattheus hoofdstuk 1 hebben gelezen als geslachtsregister van de Heere Jezus Christus  is Ruth de overgrootmoeder van David! Dit is erg belangrijk  want uiteindelijk lezen wij dat dit geslachtsregister leidt tot de Heere Jezus Christus.  Dus de lijn van mensen, de Messiaanse lijn,  die leidt tot Christus de Messias!  En Ruth vertelde Naomi ook dat Boaz tot haar gezegd had dat Ruth zich bij de jongens zou houden totdat de hele oogst klaar zou zijn.  Ruth ging daarop weer naar het veld van Boaz en hield zich op bij de maagden van Boaz om de aren te lezen totdat de gersteoogst en tarweoogst voleindigd waren en daarna bleef zij bij Naomi. Naomi neemt kort daarop het volgende initiatief en zegt tegen Ruth het volgende: “En Naomi, haar schoonmoeder, zeide tot haar: Mijn dochter! Zou ik u geen rust zoeken, dat het u welga? Nu dan, is niet Boaz, met wiens maagden gij geweest zijt, van onze bloedvriendschap? Zie, hij zal deze nacht gerst op de dorsvloer wannen.” Ruth 3: 1,2  Naomi ziet in dat er actie moet worden ondernomen want Ruth kan na dit niet alleen blijven.  Zij bedenkt een plan voor Ruth dat een oude Hebreeuwse gewoonte is in het land Israel. In Deuteronomium 25:5 en 6 lezen wij het volgende: “Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw van de verstorvene aan geen vreemde man daarbuiten geworden: de broeder van haar man tot haar ingaan, en haar zich tot vrouw nemen, en haar doen de plicht van eens mans broeder. En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, die zij zal baren, zal staan in de naam van zijn broeder, de verstorvene; opdat zijn naam niet uitgedelgd worden uit Israel” En dit is precies was Naomi voor ogen heeft: Ruth zal de vrouw worden van Boaz omdat hij de losser is van de familie en hij degene is die dit kan doen: lossen.  In de volgende verzen lezen wij het volgende: Naomi zegt tot Ruth: “Zo baad u, en zal u, en doe uw klederen aan, en ga af naar de dorsvloer; maar maak u de man niet bekend, totdat hij geëndigd zal hebben te eten en te drinken. En het zal geschieden, als hij neerligt, dat gij de plaats zult merken, waar hij zal neergelegen zijn, ga dan in, en sla zijn voetendek op, en leg u; zo zal  hij u te kennen geven, wat gij doen zult” Ruth 3:3,4  Wat zegt Ruth hierop? Zal zij gaan? Het antwoord op deze vragen is ja want zij zegt in vers 5 het volgende: “En zij zeide tot haar: Al wat gij tot mij zegt, zal ik doen” Dit laat zien dat Ruth een heel gehoorzame vrouw is, een volwassen vrouw. Wat Naomi haar zegt doet ze precies. Ze zegt tegen Boaz het volgende: “breid dan uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser”  Dit laat zien wat een vertrouwen deze jonge vrouw Ruth heeft in dit alles en Boaz zegt tot haar zeer genadig in vers 10: Gezegend zijt gij de Heere, mijn dochter! Gij hebt deze uw laatste weldadigheid beter gemaakt dan de eerst, omdat gij geen jonge gezellen zijt nagegaan, hetzij arm of rijk en verder zegt hij ook dat zij een deugdelijke vrouw is en dat dit bekend is onder de mensen, onder het volk Israel vers 11. Boaz begrijpt heel goed het doel van deze jonge weduwe en dat zij beschermd wilt worden door hem als zijn bruid.  Daarna  vertelt Boaz dat hij een losser is maar er is nog een losser vertelt hij. Hij is dus niet de enige om Ruth te lossen.  Verder vraagt hij dat zij de nacht bij hem zal blijven en dat pas in de ochtend duidelijk wordt of die andere losser haar wilt lossen. Is dat niet het geval dan zal Boaz haar lossen zo zegt hij. Ruth blijft de nacht slapen aan het voetendek  van Boaz op de dorsvloer, alleen dit mag aan niemand bekend worden.  Daarna geeft Boaz Ruth zes maten gerst mee voor Naomi en haar en gaat daarna de stad in. Ruth neemt dit mee voor Naomi en haar want zij mocht niet leeg tot haar schoonmoeder gaan. Naomi zegt tegen Ruth: “Zijt stil, mijn dochter, totdat gij weet, hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind zal hebben”  Ruth 3:18.  Zo eindigt dit hoofdstuk. Ruth heeft precies gedaan wat Naomi haar vroeg en wacht nu hoe de zaak afloopt wat betreft het lossen!  Conclusie is dat Ruth geen hoop heeft in een ander dan Boaz om haar te lossen gaat naar de dorsvloer waar Boaz zal slapen die nacht, riskeert alles en gelooft en vertrouwt op zijn goedheid en genade, zij heeft hem lief omdat hij haar eerst heeft liefgehad. Door dit te doen wort ze een met Boaz en wordt zij zijn vrouw. Boaz wil haar lossen en heeft ook de wil om haar te lossen, alleen er is nog een andere losser en hij behoort dit te bespreken met die ander.   

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Deel 5

Aan het einde van deel 4 hebben wij kunnen lezen dat Boaz de stad Bethlehem in gaat om met de andere losser over dit te praten en om te kijken of de andere losser Ruth wil lossen ja of nee. We lezen in Ruth 4 vers 1 het volgende: “En Boaz ging op in de poort, en zette zich aldaar en ziet, de losser, van wie Boaz gesproken had, ging voorbij; zo zeide hij: Wijk hierheen, zet u hier, gij , zulk een! En hij week daarheen, en zette zich.”  Boaz vraagt aan de andere losser of hij met hem wil gaan zitten om over het lossen van Ruth te praten. Heel opvallend is dat Boaz nog 10 andere mannen vraagt om er bij te zijn (vers 2). Juist 10 mannen van de oudsten der stad. Mensen juist met veel ervaring.  Het gaat over het land dat Elimelech had in Bethlehem. Naomi wilt dit land verkopen van haar overleden man. Het voorstel van Boaz aan de ander losser is dat hij dat stuk land koopt in het bijzijn van de andere 10 mannen die daarvan getuige zijn.  Daarbij krijgt hij ook Ruth, de Moabitische schoondochter van Naomi, die de vrouw was van de gestorven zoon van Naomi. De man is heel duidelijk daarop in zijn antwoord: hij kan niet lossen. (vers 6). Het gebruik daarna was dat de een zijn schoen uittrok en aan de ander gaf als bekrachtiging.  In vers 8 lezen wij het volgende: “Zo zeide deze losser tot Boaz: Aanvaard gij het voor u: en hij trok zijn schoen uit.”  De oudsten waren hiervan getuige dat Boaz alles aanvaard had wat van Elimelech, Chiljon en Machlon geweest was. (vers 9). In vers 10 lezen wij: “Daartoe aanvaard ik (Boaz) mij ook Ruth, de Moabietische, de vrouw van Machlon, tot vrouw, om de naam van de gestorvene over zijn erfdeel te verwekken, opdat de naam van de gestorvene niet worde uitgeroeid van zijn broeders, en van de poort zijner plaats: gij zijt heden getuigen” Boaz aanvaard het en wordt zo de losser van de familie. De 10 oudsten waren hiervan getuige. Dit betekent dat het bekrachtigd wordt. Boaz neemt Ruth tot zijn vrouw en zij samen krijgen een kind genaamd Obed.  De mensen in Bethlehem waren erg blij, voornamelijk de vrouwen wan die zeiden tot Naomi: “Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven: en Zijn Naam worde vermaard in Israel”  Wat een vreugde hadden deze vrouwen uit Bethlehem en zij prijzen de Heere dat Hij dit heeft gegeven heeft: een losser die Ruth kon lossen en dat ook deed. Obed  is de grootvader van David en zoals we al hebben gelezen was hij in de lijn van de Heere Jezus Christus. God geeft een losser, geweldig!  Later gaf God Zijn eigen Zoon om voor ons mensen te sterven aan het kruis, te verlossen van de macht van de zonde waarmee wij geboren worden, van de eeuwige dood. Hij heeft ons verlost! Niet alleen stierf Hij onze dood maar stond na 3 dagen op uit de doden om ons het eeuwige leven te geven. Lees I Korinthe 15:3,4.

      Naomi werd de voedster van Obed, haar kleinzoon. En de geburinnen (vrouwen) gaven hem een naam, zeggende : Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader” Hiermee eindigt dit mooie boek over Ruth. Lees het boek voor u zelf eens door en geniet van deze studie hierover !