De brief van Jakobus

 

Een vers bij vers studie

In het licht van Gods Bedeling van Genade

door 

J.W.Weeda

Introductie:

Deze brief behoort tot de algemene brieven zoals dit onze Bijbels staat samen met de brieven van de apostel Petrus, Judas en Johannes. Dit kan soms wat misleidend zijn want het geeft de indruk aan ons dat deze brieven waren geschreven aan Joden en Heidenen maar deze brief begint met Jakobus, een dienstknecht van God van de Heere Jezus Christus aan de twaalf stammen, die in de verstrooing zijn: zaligheid. Wie waren die 12 stammen? Maken wij als heidenen, oorspronkelijk niet Joden, deel uit van de 12 stammen? Het antwoord hierop is nee. De 12 stammen zijn Israel dus de apostel Jakobus die deze brief geschreven heeft, geinspireerd door God II Timotheus 3:16, schrijft aan Israel, de Hebreeen! In Galaten 2 vers 9 en 10 lezen wij het volgende: En toen Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan. Nu is de vraag wie waren de besnedenen? Antwoord: de Joden. Zij waren de besnedenen.

Deze brief is een onderdeel dus van de Profetische Schriften een heeft een tweevoudig doel:Ten eerste praktische vermaningen voor de gelovigen in het Koninkrijk op deze aarde en ten tweede instructies en waarschuwingen voor de gelovigen van het Koninkrijk die geroepen worden en moeten volharden in het geloof tijdens de Grote Verdrukking. 

Er zijn in deze brief van Jakobus heel veel overeenkomsten met de aardse bediening van onze Heere Jezus Christus. Er zijn 15 verzen in deze brief die betrekking hebben op de zaligprekingen op de berg door de Heere Jezus Christus. We gaan een vers noemen en die is in Jakobus 5 vers 12 wat samengaat met Mattheus 5 vers 34 t/m 37. In Jakobus 5 vers 12 staat geschreven: "Doch voor alle dingen, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch enige andere eed; maar uw ja zij ja, en het neen, neen; opdat gij in geen oordeel valt" In Mattheus 5 vers 34 t/m 37 kunnen wij lezen: "Maar Ik zeg u: Zweert helemaal niet, noch bij de hemel, omdat hij is de troon van God; Noch bij de aarde, omdat zij is de voetbank Zijner voeten; noch bij Jeruzalem, omdat zij is de stad van de grote Koning. Noch bij uw hoofd zult gij zweren, omdat gij niet een haar wit of zwart kunt maken; Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit de     boze"

De persoon Jakobus:

Nu komt de vraag wie was Jakobus? Jakobus is niet een van de twaalf apostelen  want die Jakobus was de zoon van Zebedeus Mattheus 10: 2 en 3 dus deze Jakobus is niet te verwarren met de Jakobus die door de Heere Jezus op aarde gekozen werd om zijn discipel te zijn en later apostel. Wie was dan deze Jakobus wel? Hij was de halfbroer van de Heere Jezus Christus. Nadat de Heere Jezus Christus was geboren kregen Jozef en Maria verder nog kinderen. Een daarvan was Jakobus en de anderen waren Joses, Juda en Simon. Lees voor uzelf  Markus 6: 3 en 4. Toen de Heere Jezus Christus in Nazareth was werd Hij erg gehinderd door de mensen want Hij sprak met de mensen die Hij kende en vooral Zijn familie. Hij was niet geliefd bij zijn familie. Zijn broers (half) geloofden niet in Hem. Laten wij lezen Johannes 7 vers 5: Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem" Al die tijd dat zij Hem kenden geloofden zijn broers niet in Hem. Pas na Zijn opstanding is het dat 2 van zijn broers voor zover wij dit weten gingen geloven in Hem. Een daarvan is Jakobus en de andere is Judas of Juda. Dus deze Jakobus is in de tweede lijn een apostel. Lees I Korinthe 15 vers 7. In Handelingen 1 vers 14 lezen wij: Deze allen waren eendrachtig volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broeders. Dit was nadat Jezus Christus naar de hemel, naar Zijn Vader was gegaan met de hemelvaart.  In Galaten 1 vers 19 lezen wij dat Paulus in Jeruzalem was en niemand anders daar ontmoette dan Jakobus, de broeder des Heeren. Dus Jakobus is de broeder des Heeren en hij vertegenwoordigde samen met Petrus en Johannes de besnedenen. In Galaten 2:9 lezen wij: "En toen Jakobus, en Cefas en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was bekenden, gaven zij mij en B arnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan"

Jakobus, de broeder des Heeren erkent dat met de apostel Paulus God een nieuwe bedeling, de bedeling van Gods Genade is begonnen en dat het Evangelie van Gods Genade aan Paulus is toevertrouwt en gezamelijk nemen Jakobus, Petrus en Johannes, Paulus en Barnabas een besluit: Jakobus, Petrus en Johannes gaan alleen naar de besnedenen de Joden die geloven in Christus en Paulus en Barnabas gaan naar de onbesnedenen de niet Joden, Heidenen en alleen de armen behoorden niet vergeten te worden. Daarom schrijft de apostel Jakobus aan de 12 stammen die zijn in de verstrooing dus de besnedenen/Joden.  

 

Jakobus 1 vers 1

Jakobus, een dienstknecht van God en 

van de Heere Jezus Christus; aan de 

twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn
zaligheid

Vers 1: Lieve broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus: Jakobus introduceert zichzelf als dienstknecht van God en van de Heere Jezus Christus! De term dienstknecht komt van het Engelse woord servant en dit weer afgeleid van het Griekse woord doulos wat gedefinieerd wordt als slaaf: een slaaf die lager was dan de laagste persoon. Na de opstanding van Christus en als Christus Zichzelf aan hem verschijnt komt Jakobus tot geloof in de Heere Jezus Christus. Daarvoor geloofde hij niet in Christus. Aan wie schrijft hij deze brief? Het antwoord hierop is aan de twaalf stammen die in de verstrooiing zijn. Wie zijn deze 12 stammen? Hij schrijft aan de Joden, de Hebreeen, de gekozen natie Israel van God die in de verstrooiing zijn! Jakobus schrijft dus naar de 12 stammen die vertrooid ergens anders wonen onder de vele volkeren. Hiermee erkent Jakobus de eenheid van de 12 stammen. Jakobus schrijft aan de gelovigen van hen die overgebleven zijn van deze 12 stammen. Zij zijn de Koninkrijks gelovigen want zij verwachten het 1000 jarig Koninkrijk op aarde en Christus als Koning Die 1000 jaar gaat regeren. Dit is de toekomst van Israel dus ook van deze overgeblevenen waarnaar de apostel Jakobus schrijft.

Jakobus 1: 2

Acht het voor grote vreugde mijn broeders, 

wanneer gij in velerlei verzoekingen valt 

 

Vers 2: Zoals we al weten van vers 1 schrijft Jakobus naar de Joden en de overgebleven gelovige Joden die in de Heere Jezus Christus geloven. Hij noemt ze ook broeders hier in vers 2. Diverse verzoekingen. Het heeft onder de bedeling van Gods Genade nu voor ons vertaald altijd een negatieve klank want de duivel verleid nu mensen en soms ook ons als gelovigen in Christus,  maar hier schrijft Jakobus naar de gelovige Joodse broeders en dit heeft een andere betekenis hier namelijk een test om de gelovige zijn geloof te testen. Het zijn beproefingen en dit kunnen wij lezen in Hebreeen 11 vers 17 waar staat geschreven het volgende: "Door het geloof heeft Abraham, toen hij beproefd werd. Isak  geofferd, en hij die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd" Hier in dit vers heeft het een positief iets want in vers 12 lezen van Jakobus 1  het volgende: Zalig is de man die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen; welke de Heere beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben" Dus daarom kunnen de broeders het voor grote vreugde achten. 

Jakobus 1:3

Wetende dat de beproeving van uw

geloof lijdzaamheid werkt

 

Vers 3: Hier in dit vers leren wij dat de beproevingen die een gelovige Hebreeer in zijn geloof behoort te ondergaan lijdzaamheid werkt. Wat betekent lijdzaamheid? Dat iemand door al deze beproevingen berusting ondervind. Door deze beproevingen moet de gelovige wachten op God die in hem de lijdzaamheid werkt. We gaan kijken naar een vers in I Petrus 1 vers 7 waar staat geschreven: "Opdat de beproeving van uw geloof, die veel kostbaarder is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus" Beproevingen werken voor de gelovige zegt dit vers. Het werkt naar lijdzaamheid dus berusting, geduld en ook de drijfveer om verder te gaan als dingen niet meezitten. 

Jakobus 1:4

Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij volmaakt mag zijn

en geheel oprecht , in geen ding nalatig

 

Vers 4: De wil van God voor deze Koninkrijks gelovigen (Joden/Hebreeers) is dat ze volmaakt  mogen zijn. Net als een brandweerman die allerlei testen moet ondergaan om een perfecte brandweerman te kunnen zijn. Dus testen zijn een soort competities en dat moet de gelovige hier ook doen om dat volmaakte te bereiken. Wij als gelovigen onder deze Bedeling van Gods Genade Efeze 3: 1-3 zijn al volmaakt in Christus. Wij hoeven dat niet te bereiken met testen/werken. Zijn volbrachte werk aan het kruis heeft ons al volmaakt gemaakt in Christus! Lieve broeders en zusters hier staat het geschreven in Kolossensen 2:10: "En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht" Wat een zegening mijn broeders en zusters en geluk wat wij helemaal niet verdienden maar toch hebben gekregen door Gods Genade, door Zijn liefde jegens ons. Prijst Hem Die dit alles voor ons heeft gedaan!  Hier staat volmaakt mag zijn en geheel oprecht in geen ding nalatig. Hoe vaak zijn wij als gelovigen niet nalatig in de praktijk van alle dag. We mogen weten door het rechtsnijden dat deze brief is geschreven aan de gelovigen die het Koninkrijk wat op aarde zal komen binnengaan. Dit is niet onze hoop want die is hemels mijn broeders en zusters Filippensen 3:20-21! Wij, gelovigen onder deze bedeling van Gods Genade,  leven nog hier op aarde en ons leven hier op aarde is verre van perfect door de aanwezigheid van de zonde. We hebben vaak te maken met tegenslagen in ons leven, ervaren verdrukkingen maar wij roemen ook in de verdrukkingen zegt de apostel Paulus,  wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop. Romeinen 5: 3-4. Gelukkig zijn wij in positie perfect/volmaakt in Christus!!! 

Jakobus 1:5

En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, 

Die een ieder mild geeft, en niet verwijt; en zij zal 

hem gegeven worden              

 

Vers 5: Met het minder worden van het Evangelie van het Koninkrijk aan Israel en het aardse programma het is twijfelachtig dat de apostel Jakobus verwijst hier naar de bovennatuurlijke gave van wijsdom. Als de gelovigen waarnaar Jakobus schrijft het aan wijsheid ontbreekt dan vertelt Jakobus hier dat ze de wijsheid van God mogen begeren net als Salamo dit deed naar God toe in I Koningen 3:7-9 waar staat geschreven het volgende: "Nu dan Heere, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan. En uw knecht is in het midden van Uw volk, dat Gij verkoren hebt, een groot volk, dat niet kan geteld noch gerekend worden, vanwege de menigte. Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk  te richten, verstandig onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten? Dit vroeg dus Salamo van God en deze wijsdom kreeg hij ook van God en zo kunnen de gelovigen waarnaar Jakobus schrijft dit ook doen zegt hij hier in dit vers in de toekomst waarneer de Grote Verdrukking er is en het veel moeilijker voor de mensen wordt om in God te blijven geloven. Als ze dit begeren zullen zullen ze het ontvangen van God: het zal gegeven worden staat hier!  

Jakobus 1:6

Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende

want die twijfelt, is een baar der zee gelijk,

die door de wind gedreven en op

en neergeworpen wordt

Vers 6: Als er gebrek is aan wijsheid bij de gelovige dan zegt de apostel Jakobus hier dat hij de wijsheid van God behoort te begeren in het geloof. Geloof is vertrouwen hebben in, aannemen dat het zo is en dat God dit kan geven. Daarbij behoort niet getwijfeld worden. In Mattheus 21 vers 21 en 22 lezen wij het volgende: "Doch Jezus antwoordende zeide tot hen (de discipelen): Voorwaar zet Ik u, Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleen doen, wat aan de vijgeboom is geschied, maar indien gij ook tot deze berg zei: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden. En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen" Dit komt overeen wat wij hier in Jakobus 1 vers 6 zien. Alles wat je begeert in het gebed en vertrouwende/gelovende zal je ontvangen! Zo gaat God weer werken ten tijde van de Grote Verdrukking en daarna. Nu onder deze bedeling van Gods Genade werkt dit niet zo. Wij kunnen om iets bidden of iets begeren en wij ontvangen dit niet meteen, misschien wel nooit. Laten wij Filippensen 4 vers 6 en 7 gaan lezen met elkaar: "Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods , die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus" Gods Genade is genoeg. II Korinthe 12 vers 9 Lees dit voor u zelf goed door!  Het is nu niet bid en u zal gegeven worden of wat je begeert dat zal je gegeven worden en zo zien wij dus dat Jakobus niet tot ons persoonlijk schrijft maar tot de 12 stammen en dat is Israel en voor de toekomst. Wij hebben als gelovigen wel eens twijfels en dan vertrouwen wij niet op God. Het is belangrijk om te weten dat indien wij ontrouw zijn Hij getrouw blijft want Hij kan Zichzelf niet verloochenen. II Timotheus 2 vers 13. 

Even terugkomend op dit vers is als iemand hier twijfelt hij wordt vergeleken met de baar van de zeer die door de wind gedreven en op en neergeworpen wordt. De apostel Jakobus wilde dat deze Koninkrijks gelovigen beslissende waren t.o.v hun tegenstander de duivel. Zij moesten God aanroepen in het geloof Die hen vrij Zijn wijsheid zal geven en ook de moeilijke omstandigheden waarin zij verkeren zouden verdragen en ook volhouden. 

Jakobus 1:7

Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen

zal van de Heere

Vers 7: De mens die twijfelt als hij of zij wat vraagt aan de Heere vertrouwt niet op God die hem of haar dat geven zal. Het is dan in de toekomst voor de Joden die geloven bid en u zal gegeven worden wat dan werkt in het leven van de gelovige. Als iemand dan twijfelt dan verwacht hij of zij het ook niet van de Heere. Dus de gelovige in Christus in de toekomst na de opname van de Gemeente zal niet behoren te twijfelen aan God. Twijfel is echt een zonde wat de mens doet. Nu twijfelen wij ook wel eens en zijn wij ontrouw daardoor. God echter blijft getrouw, Hij kan Zichzelf niet verloochenen II Timotheus 2:13. Nu onder deze bedeling van Gods Genade lieve broeders en zusters is het niet bid en u zal gegeven worden want zo werkt God niet onder deze bedeling Efeze 3:1-3 . Het is juist Filippensen 4 : 6 en 7. De vrede van God die alle verstand te boven gaat zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus en Zijn Genade is genoeg!

Jakobus 1:8

Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen

Vers 8: Wat betekent dit: een dubbelhartig man? Een dubbelhartig persoon is iemand die zich beter doet voorkomen dan hij eigenlijk is, het is iemand met twee tegengestelde karakters. Hij gelooft in God en in de praktijk doet hij allerlei dingen wat tegen Gods regels of wetten ingaat. En nu het tweede woord ongestadig. Wat betekent ongestadig? Telkens veranderende in gedrag of denkwijze. Dit is een dubbelhartig man. Hij is niet stabiel in zijn leven/in al zijn wegen. Hij heeft geen rust en straalt dit ook uit! Jakobus wilde dat deze gelovigen,  die het Koninkrijk binnen gaan in de toekomst, beslissend zouden zijn in het gezicht van de tegenstander, de duivel. Zij konden tot God roepen in het geloof Die hen vrijelijk de wijsheid zou geven en dat ze ook de omstandigheden konden verdragen.   

 

Jakobus 1:9

Maar de broeder, die nederig is roeme in zijn hoogheid

Vers 9: De apostel Jakobus schrijft hier naar de gelovige Joden in de verstrooing en wil dat degene die deze brief leest een juiste houding heeft over wereldse bezittingen. Jakobus schrijft dus naar degenen die alles hebben verkocht aan bezittingen en legden de opbrengst aan de voeten van de apostelen. In Handelingen 4 verse 34 lezen wij het volgende: "Want er was ook niemand  onder hen die gebrek had; want zovelen als er bezitters  waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten de prijst der verkochte goederen en legde die aan de voeten der apostelen."  Na de steniging van Stefanus, God's woordman resulteerde dit dat de Koninkrijks gelovigen verstrooid werden over de naties van deze wereld. Jakobus wilde niet dat zij keken naar hun armoede die nu ontstond maar dat ze keken naar hun hoge positie wat zij zouden bezitten in het koninkrijk. Hij wilde dat zij boven de teleurgestelde omstandigheden zouden leven. Zij waren een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk" I Petrus 2:9

Jakobus 1:10

En de rijke in zijn vernedering; want hij zal als een bloem van het gras voorbijgaan.

Vers 10: De apostel schrijft hier over de rijke man. Wat bedoelt de apostel Jakobus hiermee? In dit hoofdstuk wordt de broeder bedoeldt die arm is en hier de broeder in de Heere die rijk is. Wat de apostel bedoelt is dit dat er ook rijke mensen zijn die geloven alleen zij behoren te realiseren dat rijkdom niet alles is en dat dit zeker tijdelijk is omdat dit aards is en dat hij dit ook behoort te accepteren dat dit zo is. Zij relatie met Christus is meer belangrijk dan al die schatten op aarde want die geven veel onrust en lieve broeders en zusters dit is nu ook zo onder de Bedeling van Gods Genade waarin wij als gelovigen als leden van het Lichaam van Christus onder vallen. Je kunt al die rijkdommen, schatten niet meenemen als je sterft. Mattheus 6 vers 19 t/m 21 past erg goed bij deze verzen: "Vergadert u geen schatten op de aarde, waar de mot en de roest ze verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; Maar vergadert u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze verderft, en waar de dieven noch doorgraven noch stelen. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. 

Jakobus 1:11

Want de zon is opgegaan met de hitte en heeft het gras dor gemaakt

en zijn bloem is afgevallen, en de schone gedaante van haar 

aanschijn is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken

Vers 11: We zien het in de natuur hoe snel dingen dor worden of bloemen verwelken door de zon als het heet is in de zomer. En dit vergelijkt de apostel Jakobus met de rijke die in zijn wegen zal verwelken. De rijke man en zijn rijkdommen zijn als een wilde bloem op het veld die vergaan. Het leven is maar kort en daar komt het op neer dus de les is dat als je rijk bent en veel hebt hiervan maar kort kan genieten want net als de bloem is het leven zo voorbij. Ook voor ons als gelovigen in de Here Jezus Christus hier op aarde en we weten dat wij onder de Bedeling van Gods Genade leven Efeze 3:1-3. Ook voor ons gaat de tijd hier op aarde erg snel mijn broeders en zusters! Wat is 40 jaar? Het gaat zo snel

Jakobus 1:12

Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal

geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen; 

welke de Here  beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben

Vers 12: Oorspronkelijk staat er gezegend is de man (Engels blessed is the man). Verzoeking hier in dit vers komt van het Griekse woord peirasmos: een ervaring met kwaad. Het kan ook een proces zijn wat God zend om het geloof te testen van de gelovige. Genesis 22 vers 1 en Hebreeen 11 vers 17: Door het geloof heeft Abraham, toen hij beproefd werd, Izak geofferd, en hij die de beloten ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd. De sleutel om verzoeking te verdragen is weerstaan en als het nodig is vluchten wat Jozef deed toen de vrouw van Potifar hem wilde vangen door sex met hem te hebben. Dit kunnen wij lezen in Genesis 39 de verzen 6 t/m 12. Als de mens dit doet zegt de apostel Jakobus hier in dit vers zal de mens de kroon des levens ontvangen. In het geval van Jozef: hij wist dat God het kwaad zou vergelden Romeinen 12:19. God heeft beloofd de kroon des levens aan hen die Hem liefhebben, die verzoekingen verdragen en door de verzoekingen heenkomen net als Jozef. 

Jakobus 1:13

Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word door God verzocht; 

want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf

verzoekt niemand

Vers 13: Hier in dit vers komt het erop neer dat er niets in God is waarop het kwaad een beroep kan doen. God is vrij van kwaad. Hij is Liefde, zonder zonde. Wij mensen zijn van nature kwaad en slecht doordat wij zondaars zijn. God kan niemand verzoeken want God is zonder zonde. Degene die dit wel doet is de satan, hij kan mensen verzoeken en verleiden. In Ezechiel 28 vers 14-16 lezen wij het volgende over satan: "Gij waart een gezalfde, overdekkende  cherub; en Ik had u alzo gezet; gij waar op God's Heilige berg; gij wandelde  in het midden der vurige stenen. Gij waart volkomen in uw wegen, van de dag af, dat gij geschapen zijt, totdat er ongerechtigheid in u gevonden is. Door de veelheid van uw koophandel hebben zij het midden van u met geweld vervuld, en gij hebt gezondigd; daarom zal Ik u ontheiligen van Gods berg, en zal u, gij overdekkende cherub! verdelgen uit het midden van de vurige stenen! Satan wilde net als God zijn. Hij verlangde naar de eer en glorie die was met recht bestemd voor onze Here Jezus Christus. In zijn rebellie tegen God heeft hij een 1/3 van zijn engelen meegenomen. Deze rebellie of strijd zal eindigen als de duivel met zijn engelen in de poel des vuurs geworpen zijn Mattheus 25:41. Dus satan en zijn engelen proberen mensen te verleiden/ verzoeken om kwaad te doen en niet God lieve broeders en zusters. Mensen worden verzocht in het algemeen door hun eigen begeerlijkheden en de satan speelt daar een grote rol in. Natuurlijk als gelovigen kunnen wij daar weerstand aanbieden. 

Jakobus 1:14

Maar een ieder wordt verzocht , als hij 

door zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken

en verlokt wordt

Vers 14: Het is duidelijk God kan niet verzoeken en Hijzelf kan niet verzocht worden met het kwade omdat hij God is en zonder zonde. De mens, u en ik zijn wel zondaars. Hier zegt Jakobus tegen de gelovige Joden het volgende dat als een mens verzocht wordt hij door zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt. Dit komt door de zondeval: de eigen begeerlijkheid. Naar iets verlangen wat niet van God is en dat is zonde. Het is ook een algemene waarheid: de mens begeert, verlangt iets. Een voorbeeld uit de Bijbel is Genesis 13 verse 10: En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde eer de Heere Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des Heeren, als Egypteland, als gij komt te Zoar" Lot begeerde om daar te wonen met zijn gezin en zijn vee! Vers 13 En de mannen van Sodom waren boos, en grote zondaars tegen de Heere" In eerste instantie zag Lot dit niet want hij begeerde om daar te wonen en werd afgetrokken en verlokt hierdoor. Er schuilt dus wel een gevaar in lieve broeders en zusters. En dit komt voor ons ook dagelijks voor. Van nature willen we altijd maar meer en meer en vaak komen wij bedrogen uit net als Lot destijds. 

Jakobus 1:15

Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde 

voleindigt zijnde baart de dood. 

Vers 15: Eva was totaal verleid door de satan in de vorm van de slang en Adam wist heel goed wat de slang (de duivel) aanbood. Adam  was weggetrokken door zijn begeerlijkheid om als God te zijn. Hij wilde het verschil tussen goed en kwaad. De apostel Jakobus zegt hier in dit vers dat als de lust heeft verwekt dit zonde voortbrengt. Adam's lust voor macht gaf geboorte om te zondigen. In zijn trots rebelleerde hij tegen God en at van de verboden vrucht.  Door deze ongehoorzaamheid kwam er zonde in deze wereld en de zonde ging door tot alle mensen. Door de zonde de dood, de eeuwige dood. Romeinen 3:23 zegt ons het volgende: Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods" Romeinen 5: 12 zegt ons: "Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo is de dood tot alle mensen doorgegaan, in welke allen gezondigd hebben" Dus wij ook van nature zijn zondaars mijn broeders en zusters!  Van nature net als Adam toen hij zondigde miste hij Gods heiligheid en heerlijkheid.  Wat we net gelezen hebben is een feit dat de dood tot alle mensen is doorgegaan en alle mensen( inclusief wijzelf) missen de heerlijkheid van God!  De slang had hen ingefluisterd en beloofd dat ze zouden zijn gelijk God. Inderdaad goden van henzelf en dienend elke vleselijke eetlust van de zondige natuur. Van het moment van de zonde ging de mens rennen en zich verbergen voor God. De glorie van God waarmee Adam en Eva bekleed waren voor de zondeval was nu van hen verdwenen want God kan niet Zichzelf bevinden temidden van zonde. Daarom wisten ze ook dat zij naakt waren. Zij schaamde zich en hadden een schuldgevoel en zochten dingen om zichzelf te bedekken zoals vijgebladeren. 

Jakobus 1:16

Dwaalt niet, mijn geliefde broeders!

Vers 16: Wat de apostel Jakobus zegt tegen de 12 stammen in de verstrooing is dat ze niet behoren te dwalen: dus niet zondigen! Zij , de broeders van Jakobus, zouden niet als Adam zich moeten laten verleiden en door begeerlijkheden zich te laten aftrekken. Ook een herinnering voor hen dat God niet verleid of verzoekt om zonden te doen en dat Hij ook niet verzocht wordt! God heeft altijd het beste met de gelovige voor in Zijn gedachten. Dit is algemene waarheid en ook voor ons om bij stil te staan mijn broeders en zusters in Christus! Romeinen 8:28: "En wij weten, dat hun, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk hun, die naar Zijn voornemen geroepen zijn"  De consequenties van zondigen is de dood Lees Romeinen 6:23! 

Jakobus 1:17

Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven, van de 

Vader der lichten afkomende, bij Wie geen verandering is,

of schaduw van omkering

Vers 17: Dit vers is een algemeen vers in de Bijbel mijn broeders en zusters in de Here Jezus Christus. Wij mensen kennen geen gave, geen volmaakte gift. Ja we geven elkaar misschien cadeaus met verjaardagen of hier in Nederland met Sinterklaas of Kerst maar dit zijn geen volmaakte cadeaus. Hier staat alle goede gave en volmaakte gift (cadeau) komt toch van boven van God de Vader. Hij is de Vader der lichten! In I Timotheus 6 vers 16 lezen wij: "Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Die geen mens gezien heeft, noch zien kan. Welke zij eer en eeuwige kracht. Amen" God is Licht en Hij bewoont ook een ontoegankelijk licht. Hij is de Vader der lichten. In Genesis 1 vers 3 zegt God: Daar zij licht! en daar werd licht. Dit was het Licht van God wat scheen in de duisternis. God verandert nooit. HIj is Dezelfde en blijft Dezelfde. God is soeverein. Wat betekent soeverein? Oppermacht, wordt gedefinieerd als “Gods heerschappij over Zijn schepping in relatie met Zijn bestuur ervan; soevereiniteit is Gods heerschappij over de volledige realiteit.” Zijn goedheid kanl leiden dat alle mensen tot bekering kunnen komen. Maar de mens zijn antwoord aan God dat hij de goedheid en volmaakte gift niet nodig heeft. In Romeinen 2 vers 5 lezen wij Maar naar uw hardheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelf toorn als een schat, in de dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods" Dit is de ongelovige mens en er zijn er miljoenen die zo zijn mijn lieve broeders en zusters!  De perfecte gaven of cadeaus waar hier over gesproken wordt zijn geestelijke dingen waarmee Hij ons maar niet alleen ons want in dit vers gaat het over Israel, Zijn volk mee zegent: eeuwig leven en regeneratie! Hij is de Schepper van alle lichten. Ook Zijn Woord is een licht voor mijn pad en een lamp voor mijn voet Psalm 119:105. God is puur en kan geen zonden verdragen in Zijn nabijheid en allen die in Zijn nabijheid zullen zijn behoren perfect te zijn dus heilig/apart want Hij is heilig welke is alleen bereikbaar is door Christus verlossende werk aan het kruis op Golgotha! 

Jakobus 1:18

Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard

door het Woord der Waarheid, opdat 

wij zouden zijn als eerstelingen van

Zijn schepselen

Vers 18: Jakobus bemoedigde de gelovigen hier die door moeilijke tijden heen moesten over het feit dat zij de eerstelingen van Gods creatie of schepping waren. Het Woord der waarheid hier is het Evangelie van het Koninkrijk. Zij waren dus opnieuw geboren door het Woord der Waarheid. Dit ook in de context wat de Here Jezus Christus zei tegen Nicodemus in Johannes 3: 3-5. Laten wij dit eens lezen: "Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. Nicodemus zeide tot Hem: Hoe dan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in de buik van zijn moeder ingaan, en geboren worden?  Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan" De Here sprak van een opnieuw geboren worden in geestelijke zin. We zien hier twee dingen namelijk geboren worden uit water. Wat betekent dit? De waterdoop wan een expressie van geloof maar hier spreekt de Schrift over iets anders: het is een verwijzing naar het Woord van God. Johannes 15 vers 3 zegt ons: Gij zijt rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb" Ten tweede wordt gesproken over de Geest die overtuigt de zondaar van zijn zonden en regenereert hem. Johannes 16 vers 8 en 9 zegt ons: "En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid, en van oordeel; Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven" Wat gold voor Nicodemus gold ook voor degenen waarnaar Jakobus deze brief schrijft. Wie zijn degenen waarnaar Jakobus schrijft: het waren degenen die op het Pinksterfeest te Jeruzalem Handelingen 2 waren gered. Zij waren de eerstelingen van Gods schepselen! Als God weer met Israel verder gaat na de Bedeling van Gods Genade Efeze 3:1-3 waaronder wij als gelovigen leven, dan zijn dezen de eerstelingen en de brief van de apostel Jakobus  zal een belangrijke rol gaan spelen in het leven van deze mensen die ook in de Grote Verdrukking zullen leven. 

Jakobus 1:19

Zo dan , mijn geliefde broeders, een ieder

mens zij ras om te horen, traag om te 

spreken, traag tot toorn

Vers 19: Een ieder mens zij ras om te horen. Wat betent dit ras om te horen? In het Engels be swift to hear. Dit is snel om te horen. In Prediker 5 vers 1 staat geschreven: "Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste zich niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht; want God is in de hemel, en gij zijt op de aarde; daarom, laat uw woorden weinig zijn" traag tot toorn. Niet gauw toornig, boos. Dit behoorden de mensen waarnaar Jakobus schreef te doen. In Psalm 119 vers 11 lezen wij: Ik heb uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou" Dit zou hen helpen om zichzelf te bevrijden van boosheid, haat en de wens om zich te wreken tegen degenen die hen vervolgden en veel kwaad aandeden/ aandoen. Dit zal allemaal plaatsvinden in de toekomst als de profetische klok weer gaat tikken en Gods plan met Israel weer hervat wordt

Jakobus 1:20 en 21

Want de toorn van de man werkt Gods gerechtigheid niet.

Daarom, afgelegd hebbende alle vuiligheid en overvloed van boosheid,

ontvangt met zachtmoedigheid het Woord, dat in u geplant wordt hetwelk

uw zielen kan zaligmaken.  

 

Vers 20 en 21: Jakobus waarschuwt de broeders hier in dit vers dat toorn of  boosheid hen niet dichter tot Gods gerechtigheid brengt. Jakobus bemoedigt deze broeders dat zij weg zouden doen alle vuiligheid en overvloed van boosheid en slechte dingen en zich zouden richten tot Gods Woord. Zij behoorden in het licht te wandelen en zich te binden aan Gods Woord. In Psalm 119 vers 11 lezen wij het volgende: "Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou" Zie wat Gods Woord doet met mensen en dit geldt nog steeds, ook onder de bedeling van Gods Genade! Alhoewel Jakobus schrijft naar de Joodse broeders en ook de Joodse broeders in de toekomst in de Grote Verdrukking. Gods Woord bevrijd je van boosheid, bitterheid en haat en juist degenen die hen vervolgden te liefhebben. Zij moesten dus terugkeren tot Zijn Woord wat in hen gepland was en wat hen zou bevrijden van alle boosheid en andere zonden. 

Jakobus 1:23

En weest daders des Woords, en niet alleen hoorders

uzelf met valse overlegging bedriegende

Vers 23: Jakobus zegt tegen de gelovige Joden die onder de wet leven hier het volgende: weest daders van het Woord en niet alleen maar hoorders. We kunnen in dit verband het verhaal van de goede Samaritaan erbij halen. De Samaritaan had liefde voor man die was neergeslagen door de rovers. Hij liet hem niet liggen maar verzorgde zijn wonden en nam de gewonde man mee en bracht hem bij de herberg en gaf de herbergier geld om voor de gewonde man te zorgen. De priester en de leviet die goed waren in Gods Wet en Zijn Woord faalden. Waarom? Zij hadden geen medelijden en liefde voor de neergeslagen man op de weg. Laten wij lezen Mattheus 22: 37-40: "En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben de Heere uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel  uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten"  Nu zult u zich afvragen of wij ook daders van het Woord van God behoren te zijn. Ten eerste leven wij als leden van het Lichaam van Christus 1 Korinthe 12:13 niet onder de Wet maar onder de Genade Romeinen 6:14 zegt ons duidelijk het volgende: Want de zonde zal over u niet heersen (wat de wet van God bracht) want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade" Wet doet zonde kennen Romeinen 7:7.  Wij leven onder een andere bedeling of oikonomia van God mijn lieve broeders en zusters in de Heere en wij zijn geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen" Efeze 2:10. Als wij Gods Woord niet rechtsnijden dan weten wij ook niet onze positie in Christus en dan zullen deze woorden hier voor ons moeilijk worden. Onder de wet: je wilt het goede doen maar je wordt telkens met je zondige natuur geconfronteerd: Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik" Romeinen 7:17. Dank God dat Hij ons verlost heeft van de wet en dat Hij ons geplaatst/gezet heeft onder Zijn Genade!

Jakobus 1:24

Want hij heeft zichzelf bemerkt, en is weggegaan

en heeft terstond vergeten , hoedanig hij was

Vers 24: Jakobus gebruikt hier een spiegel in dit vers als een metafoor voor het Woord van God. De spiegel van Gods Woord stelt bloot de hoorder van de wet als een zondaar die geen tijd heeft om het beter te gaan doen en snel vergeet hij zijn precaire staat. Dus de wet laat hem telkens zien dat hij een zondaar is en wet doet zonde kennen alleen de mens doet telkens weer zonde dus vergeet hij wie hij is en komt weer bij het punt wat de wet zegt tegen hem. 

Jakobus 1: 25

Maar die inziet in de volmaakte wet,

die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze,

geen vergetelijk hoorder geworden zijnde,

maar een dader des werks, deze, zeg ik,

zal gelukzalig zijn in dit zijn doen

Verse 25: Jakobus hier in dit vers prijst de mens die volhard in de perfecte wet, de volmaakte wet die de vrijheid is. Deze mens kijkt in de spiegel van Gods Woord der wet en ziet dat hij behoort de wet te gehoorzamen. De perfecte of volmaakte wet staat synoniem met de Bergrede wat staat geschreven in Mattheus hoofdstuk 5, 6 en 7.  In Mattheus 5 vers 48 lezen wij het volgende: Weest gij dan volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemel is, volmaakt is.  Dit staat synoniem of komt overeen met Jakobus 1:4: Doch de lijdzaamheid hebben een volmaakt werk, opdat gij volmaakt mag zijn en geheel oprecht, in geen ding nalatig"  En zo zijn er nog een paar teksten ten eerst die te maken hebben dat de gelovigen moesten vermijden onzekere rijkdommen: Mattheus 6:19-20 en Jakobus 5:1-3 (lees deze voor uzelf goed door) en wat gelovigen in het geloof zullen vragen  zullen zij ontvangen gelijk. Hierbij horen teksten als Mattheus 7:7-8 en Jakobus 1: 5, 6 en 5: 15) Lees deze ook voor uzelf door.In de bergrede zit de perfecte wet van vrijheid en de bergrede is de standaard voor rechtvaardigheid die ook zal heersen als de Heere Jezus Christus hier op aarde als koning gaat regeren in het Duizendjarig rijk. Dus deze tekst is puur gericht tot de Joden die ook in het Duizendjarig rijk deel van uit zullen maken. Wij als leden van het Lichaam van Christus hebben een hemelse hoop en zijn niet onder de wet maar onder Gods Genade Romeinen 6:14, I Korinthe 15:51-53, I Thessalonicensen 4:13-18, Titus 2:13, Filippensen 3:20-21! 

Jakobus 1: 26

Indien iemand onder u dunkt, dat hij godsdienstig is, en hij zijn 

tong niet in toom houdt, maar zijn hart verleidt, diens

godsdienst is ijdel

Vers 26: Er zijn nogal veel religies of godsdiensten vandaag de dag in de wereld als je ernaar kijkt. Al deze godsdiensten zijn in de tweede zin want in die godsdiensten hebben mensen geen persoonlijke relatie met Christus. Puur Christendom is een persoonlijke relatie met Christus. Al de religies of godsdiensten die je ziet in deze wereld zijn vals. De enige echte religie of godsdienst was de Judaisme en die was verordend door God. Religie is werken. Dit is puur en simpel. Jakobus schrijft hier over de Jood die door alle emoties offers bracht, vastte en bad publiekelijk liet zien dat hij religieus was of godsdienstig maar zijn losbandige of tomoloze tong liet zijn echte natuur zien. Door te vloeken en lelijke dingen te zeggen had hij zichzelf al verleid in de gedachten dat hij geaccepteerd zou zijn van God op basis van zijn goede werken. Echter schrijft  Jakobus dat zijn godsdienst persoonlijk ijdel dus tevergeefs was. De man die echter geloofde in de Naam van de Heere Jezus Christus was opnieuw geboren en er was een verandering van hart en gedachte en richting en zodoende zijn tong was onder controle van het Woord van God. Vandaag wij als gelovigen zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. Efeze 2:10. Dat wij daarin zouden wandelen in de goede werken maar dit is niet altijd het geval en dat is de natuur van Genade mijn dierbare broeders en zusters. Wij kunnen zondigen. Onze tongen zijn niet onder controle van Gods Woord, onder controle van de Heilige Geest. Wij zondigen elke dag weer en soms zeggen wij ook verkeerde dingen. Wij kunnen echter kiezen of wij dienen Christus en laten ons leiden door Gods Geest wat samengaat met Gods Woord of wij dienen de zonde.  

Jakobus 1:27

De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader

is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking,

en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld

Vers 27: In dit laatste vers van Hoofdstuk 1 lezen wij over de zuivere en onbevlekte godsdienst. De enige echte godsdienst die door God ingesteld was was Judaisme, onder de wet dienen. Doen wat de wet zeide en hier in dit vers: wezen en weduwen bezoeken die verdrukt worden. Heel belangrijk was dus om te zien naar anderen wat een bevel was. In I Johannes 3 vers 18 lezen wij: "Mijn kinderen, laat ons niet liefhebben met het woord, noch met de tong, maar met de daad en waarheid. Dus niet alleen geloven in de wet maar dit ook samen doen met daden: wezen en weduwen bezoeken die het heel moeilijk hebben omdat ze verdrukt worden. Dit zal zeker weer een rol gaan spelen in de Grote Verdrukking waarin een heleboel gruwelen zullen plaatsvinden. Ten tweede lezen wij hier dat Jakobus schrijft hier aan de Joden in de verstrooing en zegt dat ze zich onbesmet bewaren van de wereld die God niet kent en ongelovig is. Dus in wezen afscheid nemen van deze wereld en zich ook niet bemoeien met de wereld die in zonde is. Dit behoren zij te doen en zeker als de profetische klok weer gaat tikken en deze broeders en zusters in de Grote Verdrukking terecht komen. Dus ze behoren zich te scheiden van de wereld net als Abraham deed toen hij moest kiezen of in de heuvels blijven of naar de grote steden Sodom en Gomorra wat Lot zijn neef dus deed. Lot woonde eerst in tenten maar later verhuisde hij met zijn gezin naar Sodom en verloor zijn getuigenis want Lot werd een vriend van de wereld en dit is in de toekomst absoluut niet goed om dit na te volgen maar als gelovige je buiten de wereld te houden die niet gelooft in God. 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jakobus 2 vers 1

Mijn broeders, hebt niet het geloof van onze 

Heere Jezus Christus, de Heere der 

heerlijkheid, met aanneming des persoons

Vers 1: Jakobus spreekt hier tot de 12 stammen die in de verstrooing zijn en Joodse gelovigen, zijn broeders. 

Hij wil eigenlijk hier mee zeggen dat zij niet zijn als de Heere Jezus Christus, als God zijn waarbij geen aanneming

deze persoons is. Zij, de broeders die hij hier in de brief naar schrijft hadden wel voorkeur voor mensen en dit gaat

hij ook uitleggen in het tweede vers wat hierop volgt. En dit behoort dus anders te zijn: toon aan niemand favorieten. Dus niemand is favoriet. Elk mens is gelijk zoals God het ook ziet. Dit geldt ook voor ons als gelovigen die nu onder de bedeling van Gods Genade leven: voor God is er geen aanneming des persoons. De ene mens is niet beter dan de andere of een rijke is niet beter dan een arme of iemand die niet goed kan leren en  gehandicapt is niet slechter dan iemand die hoogbegaafd is of een goed stel hersens heeft. 

Jakobus 2:2

Want zo in uw vergadering kwam een man met een

gouden ring aan de vinger, in een sierlijke kleding,

en er kwam ook een arme man in met slechte kleding

 

Vers 2: Jakobus legt in dit vers de aandacht op de vergadering of gemeente om zijn punt te illustreren. De vergadering hier is het woord in het Engels assembly en voor de Joden is dat de synagoge. Elke sabathdag kwamen de Joden bijeen in de synagoge om de Schriften te horen die voorgelezen werden en om God te eren en te aanbidden. Dan komt Jakobus met een praktisch punt hier: stel er komt een man binnenin de synagoge voor het eerst met een gouden ring aan zijn vinger en sierlijke kleding en er komt daarna ook een arme man binnenin de synagoge die slechte kleding draagt. Wat dan? Dat is de vraag en deze vraag wordt ook gesteld in het volgende vers 3.

Jakobus 2:3

En gij zoudt aanzien degene die de sierlijke kleding draagt en 

tot hem zeggen; zit gij hier op een eerlijke plaats; en zoudt 

zeggen tot de arme, staat gij daar; of: zit hier onder

mijn voetbank 

Vers 3: Menselijkerwijs door de zondeval lieve broeders en zusters zouden wij hetzelfde doen als in dit voorbeeld. Degene die mooie en sierlijke kleding aanheeft die mag op een ereplaats zitten en degene die dat niet heeft, de arme die moet maar ergens gaan staan  of op de grond zitten. Degene die dus aantrekkelijk is die bevalt ons wel en die niet aantrekkelijk is daar besteden we geen aandacht aan en wij allen hebben deze neigingen ook net als in dit voorbeeld. Mooi en aantrekkelijk trekt aan en lelijk en oud, vies dat stoten we af. We zijn in onze gedachten heel gemakkelijk al aan het oordelen en verkeerde dingen denken. Onder de bedeling van Gods Genade waaronder wij leven is er bij God geen aanziens des persoons. Wij hebben dit wel omdat wij niet zonder zonden zijn. De aanwezigheid van de zonde is er altijd zolang we hier op aarde wonen lieve broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus. Je ziet dit overal gebeuren in deze wereld. Nu hebben wij in Nederland een anti discriminatiewet die zoiets zou verbieden of in ieder geval discriminatie verbiedt maar in de praktijk werkt dit niet geheel. Voor God zijn alle mensen gelijk en er is geen onderscheid voor Hem. Het gaat hier in dit voorbeeld ook nog dat de Boodschap van Christus en dat is het Goede Nieuws van het Koninkrijk  voor iedereen is die de synagoge binnentreed. Iedereen is dus welkom want God houdt van ieder mens en ook in de toekomst lieve broeders en zusters waar dit vers ook naar toewijst. 

Jakobus 2:4

Hebt u dan niet in uzelf een onderscheid gemaakt,

en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?

Vers 4: Jakobus laat de mensen hier nadenken over wat ze hebben gedaan als zij de rijke persoon wel een eerlijke plaats geven en de arme man niet. Natuurlijk maak je dan onderscheid en heb je bij jezelf een oordeel klaar. Jakobus wil met dit vers zeggen tot de gelovige Joden dat als gelovige in de Heere Jezus Christus  niemand behoort voor te trekken en dit geldt ook nu mijn lieve broeders en zusters in de Heere Jezus Christus. God ziet het hart aan en er is bij Hem geen onderscheid tussen mensen en zo behoren wij ook in Hem geen onderscheid te maken en ook niet in onze dagelijkse wandel. Dus het geldt niet alleen voor de Joden die gelovig zijn en in de toekomst maar ook zeker ook voor ons die onder een andere bedeling namelijk de Bedeling van Gods Genade Efeze 3:1-3 leven. Je maakt zegt Jakobus hier jezelf tot rechter van kwade overleggingen en dat is zonde doen. Om de rijke man meer aantrekkelijk te vinden dan de arme heeft puur te maken met egoisme. 

Jakobus 2:5

Hoort, mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld,

om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen van het Koninkrijk , hetwelk 

Hij beloofd aan hen, die Hem liefhebben?

Vers 5: Jakobus was ontsteld over de houding van velen in de synagoge die de armen verachten. God heeft juist de armen van deze wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof zegt Jakobus hier. Dit betekent niet als een mens arm is hij ook automatisch gered is. Het betekent hier dat de armen het Goede Nieuws of Evangelie van Christus, het Evangelie van het Koninkrijk eerder aannemen als de rijken. God heeft de gelovige armen gebruikt om Zijn wil bekend te maken omdat zij van nature dichter naar de raad van Zijn wil willen luisteren dan de rijken. In de tijd dat Christus op aarde kwam waren de rijken zo met hun zaken bezig dat ze zich niet van bewust waren  dat de Messias was gekomen. Christus werd geboren in een stal en in armoede in Bethlehem en Hij werd gelegd in een kribbe. Hij werd geboren in armoede zodat wij mensen rijk konden worden. 2 Korinthe 8 vers 9 zegt ons: "Want gij weet de Genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil  is arm geworden, dat Hij rijk was opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden"

Jakobus 2:6

Maar gij hebt de armen oneer aangedaan. Overweldigen u niet de rijken, en

trekken zij u niet voor de rechterstoelen? 

Vers 6: De Joden waarnaar Jakobus schrijft in de verstrooing hadden de armen vergeten omdat zij de rijken aantrekkelijker vonden dan de armen. Zij waren onder de wet en ook onder de wet van God was er geen onderscheid tussen arm en rijk bij God. God ziet het hart aan en niet de buitenkant. Mattheus 22:16.  Het is fout die zij gemaakt hadden: zij hadden de armen oneer aangedaan. Zij hadden zich zo gedragen: ze hadden de armen genegeerd en dat is net als je gedragen als de rijke mensen die niet gered zijn. Natuurlijk hebben wij deze zelfde praktijken vandaag de dag ook en deze zonden gepleegd door gelovigen in Christus geven geen goed voorbeeld. Onder Gods Genade en het Evangelie van Gods Genade leven wij nu  en op basis van Gods plan nu, geen verschil tussen Jood en niet Jood, arm en rijk Efeze 2: 11-22 is het heel belangrijk dat wij juist de armen ook gedenken. Niet uit moeten maar graag willen helpen.  

Jakobus 2:7

Lasteren zij niet de goede naam, die over u 

aangeroepen is? 

 

Vers 7: Zij, degenen waarnaar Jakobus zijn brief richt hadden de armen oneer aangedaan en de rijken hadden ze juist de beste plek gegeven binnen de synagoge. Er werd schande over gesproken omdat in de wet van God staat dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Dit hadden ze dus niet gedaan dus andere mensen hier buiten stonden lasterden hen. Spraken dus kwaad over hen. Zij hadden een goede naam omdat zij in Christus geloofden en de wet hielden. Door hun houding riepen zij dit over hen uit. Nu 2000 jaar later heb je dit op grote schaal omdat er zoveel meer mensen op deze aarde wonen. Ook wordt er vaak gelasterd over gelovigen in Christus of over kerkmensen. Waarom omdat heel veel mensen onder hen zich houden aan heel veel wetten en/of regels en die vaak overtreden en dan spreken de mensen die daar buiten staan schande over. Het is vaak voor een buitenstaander dan om te besluiten om niet te gaan geloven in Christus. Lieve broeders en zusters, mensen. Wij leven niet onder de wet zoals deze Joden waar Jakobus zijn brief aan schrijft. Wij leven door genade door het geloof. Romeinen 6:14, Galaten 5;1. Wij als gelovigen leven onder een andere Bedeling namelijk de Bedeling van Gods Genade Efeze 3:1-3. 

Jakobus 2:8

Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift:

Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, zo doet gij wel

Vers 8 In Leviticus 19 vers 18 lezen wij het volgende: "Gij zult u niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen van uw volk ; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelf; Ik ben de Heere. Dit zegt de Heere tegen het volk Israel en hier in dit vers van Jakobus worden de mensen vermaant de koninklijke wet te volbrengen. Jakobus schrijft naar de Joden in de verstrooing en zij zijn onder de wet van God: als je je naaste liefhebt als jezelf dan doe je goed zoals de wet zegt. Als de luisteraars luisteren naar de boodschap die Jakobus van God tot hen zegt dan zouden ze niet overspel plegen, dan zouden ze niet stelen van hun naaste en hun naaste pijn doen. Maar zij hadden gezondigd zoals we al gelezen hadden en daarom waren zij overtreders van de wet want wij lezen in het volgende vers het vervolg. Ze hadden niemand vermoord. Nee dat klopt maar ze hadden de wet wel overtreden. Want in het volgende vers lezen wij het volgende:

Jakobus 2:9

Maar indien gij de persoon aanneemt, zo doet gij zonde, en 

wordt door de wet bestraft als overtreders

Vers 9: Wat hadden de Joden die geloofden en onder de wet waren gedaan? Ze hadden onderscheid gemaakt tussen de rijke man met sierlijke kleding toegelaten in hun synagoge of vergadering en de man die arm was met slechte kleding hadden ze onder hun voetbank gezet. Zij hadden dus onderscheid gemaakt en de persoon aangenomen die rijk was. Door de wet waren zij overtreders en door de wet werden zij bestraft. Dus degenen die leefden onder de wet worden ook geoordeeld door de wet. In Romeinen 2 vers 13 lezen wij: Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden. Jakobus zijn verlangen was dat de lezers van zijn brief waarnaar hij de brief schrijft barmhartighed en genade toonden naar de arme man (armen) zodat zij in de Dag des Oordeels ook mochten juichen in het oordeel en niet dat zij verweten werden dat zij onbarmhartig en ongenadig waren. 

      Wij zijn leden van het Lichaam van Christus mijn broeders en zusters en ook wij kunnen deze zonden doen zoals zij deden. Wij zijn geen haar beter alleen wij zijn beter af want onze zonden zijn betaald door het bloed van Christus Efeze 1:7, Kolossensen 1:14. Wij hebben de vergeving van zonden en wij leven niet onder de wet maar onder Gods Genade. Romeinen 6:14. Met vallen en opstaan behoren wij te leren hoe wij met onze medemensen om behoren te gaan en daarvoor hebben wij de brieven van de apostel Paulus nodig die ons deze richtlijnen geeft. Dit zijn Romeinen t/m Filemon. Wij leven onder een andere bedeling en daarom kunnen wij deze brief die gericht is aan Joodse gelovigen in Christus die in de verstrooing waren en ook voor de Joden in de toekomst na de opname van de Gemeente in het licht lezen van de Paulinische waarheid, de brieven van de apostel Paulus en dan kunnen wij nu ook waarderen wat wij wel hebben in Christus namelijk vrijheid! Galaten 5:1. 

Jakobus 2:10

Want wie de gehele wet zal houden, en in een 

zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle

Vers 10: De mensen waarnaar Jakobus schrijft hadden de wet overschreden want zij hadden een wet overtreden en daarmee de gehele wet die aan Mozes was gegeven om te doen. Lieve broeders en zusters: wet doet zonde kennen. Door de wet weten wij wat zonde is. Degenen die leefden onder de wet zullen ook geoordeeld worden door de wet. Wat was nu het doel van de wet? Om deze vraag te beantwoorden gaan wij naar Galaten 3 vers 19: Waartoe is dan de wet? Zij is om de overtredingen daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, die het beloofd was, en zij is door de engelen besteld in de hand van de middelaar. En in vers 21 van dit zelfde hoofdstuk: "Is dat de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet ghegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn" Dus wet doet zonde kennen en de mensen die onder de wet waren konden nooit aan die wet voldoen en hadden altijd schuld. 

Jakbous 2:11

Want Die gezegd heeft: Gij zult geen overspel doen, Die heeft ook gezegd:

Gij zult niet doden. Indien gij nu geen overspel zult doen, maar zult doden,

zo zijt  gij een overtreder der wet geworden

Vers 11: In Exodus 20 vers 13 en 14 lezen wij over de Wet der tien geboden die een onderdeel zijn van de 613 geboden die God instelde voor het volk Israel om die te houden. Er staat hier geschreven: "Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken" God had dit gezegd ten eerste aan Mozes en daarna mocht Mozes dit aan het volk Israel doorgeven en indirect had de gehele wereld hier mee te maken. Jakobus zegt tegen de Joden in de verstrooing: indien iemand van hen geen overspel doet maar wel iemand anders dood dan is hij zeker een overtreder van de wet. Conclusie als je een wet niet gehoorzaamd houdt je je niet aan de wet en ben je een overtreder van de wet van God. De Wet van God door Mozes kon de mens niet redden. Romeinen 7 vers 10: En het gebod dan ten leven was dat is mij ten dood bevonden. En in vers 14: Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde" Door de wet wisten mensen wat zonden was en is. Het was en is onmogelijk voor de mens om de gehele wet te houden. 

Jakobus 2: 12

Spreekt alzo, en doet alzo, als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden. 

Vers 12: Degene die onder de wet leefde (de Joden) zullen worden geoordeeld door de wet. De perfecte wet van vrijheid. De Heere gebruikt deze wet om gerechtigheid te beheersen in het koninkrijk. Zoals wij al hebben gezien gaat het specifiek over relaties onder het Wettisch systeem en wordt het motief achter de actie tentoongesteld. In Mattheus 7: 1-5 lezen wij het volgende om dit duidelijk te maken: "Oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet zal  u wedergemeten worden. En wat ziet gij de splinter, die in het oog van uw broder is, maar de balk, die in uw oog is, merkt gij niet?  .......uit te doen vers 5  Het komt er hier op neer dat degene die onder deze wet leeft geen genade toont dat aan hem ook geen genade zal getoond worden.  Nogmaals de apostel Jakobus wens was dat zijn lezers genade zouden tonen naar de armen: dat in de Dag des Oordeels zij zouden juigen in het oordeel en niet geoordeeld zouden worden van hun ongenadige houding. Het is de wet houden en die ook doen. Galaten 3 vers 12 zegt ons: "Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal daardoor leven"

Jakobus 2:13

Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over degene, die geen 

barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt 

tegen het oordeel. 

Vers 13: In Mattheus 6 verse 14 en 15 lezen wij het volgende: Want indien gij de mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw Hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij de mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.  Broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus. Wij zijn niet onder de wet maar onder Gods Genade Romeinen 6:14: "Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade" Degene en dit waren de Joden waarnaar Jakobus schrijft (in het verleden)  moesten anderen vergeven als hen wat kwaad was aangedaan. Als ze dit niet deden dan werden ze ook niet vergeven door hun hemelse Vader. Dus barmhartigheid doen is erg belangrijk. Het is niet alleen de wet horen maar ook de wet doen. Door barmhartig te zijn altijd weer wordt degene die onder de wet is niet geoordeeld. Hoe moeilijk zal dit zijn mijn broeders en zusters: volharden tot het einde, tot de Dag des Oordeels moet degene die onder de wet is. Hij of zij is net als wij een zondaar en wij weten in Romeinen 7 vers 14 het volgende: "Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde" Mijn broeders en zusters: gelukkig leven wij onder een andere bedeling: De bedeling van Gods genade en wij zijn door Christus gered Die het einde der wet is! Galaten 5 vers 1 zegt ons: "Staat dan in de vrijheid met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet weer met het juk der dienstbaarheid bevangen" Hij heeft de wet aan het kruis genageld! Lees Kolossensen 2:14! Wij leven onder een geweldige bedeling of administratie oikonomia van God. Christus heeft het oordeel voor ons gedragen aan het kruis op Golgotha. Hij heeft betaald voor onze zonden en is begraven en opgestaan en heeft ons het eeuwige leven gegeven om niet! Wat een geweldige rijkdom hebben wij als gelovigen en leden van het Lichaam van Christus! Laten wij erg dankbaar zijn en God elke dag voor dit danken. 

Jacobus 2 vers 14

Wat nuttigheid is het, mijn broeders, 

indien iemand zegt, dat hij het geloof

heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat

geloof hem zaligmaken?

Vers 14: Jakobus schrijft tot degenen die onder de wet zijn, de Joden in de verstrooing! Hij zegt hier dat het geloof en werken samengaat. Beste broeders en zusters als men niet het rechtsnijden zou kennen dan zouden deze woorden voor veel onzekerheid brengen in ons leven. Ten eerste zijn wij niet onder de wet. Dit is geschreven naar Joden die onder de wet zijn en dan gaan geloof en werken samen. Het een kan niet zonder het ander. Ja maar u zal kunnen reageren dat als je gelooft mensen het ook behoren te zien van de buitenkant en hoe iemand zich gedraagt en dat zijn toch ook werken? Onder deze bedeling van Gods Genade waaronder wij leven lieve broeders en zusters gaan geloof en werken niet samen. Werken maken geen onderdeel uit van zijn behoudenis. Romeinen 4:5 zegt ons: " Doch hem, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid." Dan spreekt Jakobus 2 vers 14  tot mensen die onder een andere bedeling leven mijn broeders en zusters! . Het is dan en voor het volk Israel  in de toekomst: geloof en werken gaan samen. Romeinen 10 vers 5 zegt dit zo mooi: "Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens die deze dingen doet, zal daardoor leven en in Galaten 3 vers 12 staat geschreven: Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal daardoor leven. De werken der wet samen met het geloof speelt een belangrijk rol voor degene die onder de wet leeft. 

Jakobus 2 vers 15

Indien er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden

hebben aan dagelijks voedsel

Vers 15: Om dit goed te illustreren gebruikt Jakobus dit voorbeeld hier in dit vers. In I Johannes 3 vers 17 lezen wij het volgende:" Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem? Het komt er op neer dat degene waarnaar Jakobus zijn brief schijft or richt ook mensen in nood gaat helpen  en zijn of haar hart niet toesluit voor hem of haar. Als er dan mensen naakt zijn die een broeder of zuster is dan kregen deze mensen kleding om zich te bedekken. Als ze dan gebrek hadden aan voeding dan kregen ze voedsel van de broeder of zuster waarnaar dit geschreven is. Dus geloof en werken gaan samen want de conclusie aan het einde van dit hoofdstuk is dat het geloof zonder de werken dood is.

 

Jakobus 2 vers 16

En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat heen in vrede,

wordt warm, en wordt verzadigd; en gij zoudt hun niet

geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?

 

Vers 16: Het komt erop aan dat geloof en werken samengaan. Het zou best eens kunnen dat een heleboel Christelijke organisaties hun grondslagen hebben vanuit deze teksten. Natuurlijk behoren wij als gelovigen ook de armen helpen in deze wereld maar wij leven onder een andere bedeling dan de mensen waarnaar Jakobus schrijft. Onze redding hangt niet af van wat wij in de praktijk doen. Wij zijn behouden door genade door het geloof Efeze 2:8-9 en wij mogen staan in Gods werk. Hij heeft het werk voor ons voorbereid. Efeze 2:10. Stel dat iemand een broeder of zuster nu zoals in deze verzen geen eten of drinken of geen kleding of bijna geen kleding heeft dan is het natuurlijk dat wij helpen of geld geven zodat zij dit kunnen krijgen. Alleen het is niet zoals het hier staat dat als wij het niet doen niet behouden zijn.

Jakobus vraagt zich af wat het nut als je niets doet en zegt wordt warm en wordt verzadigd en men helpt niet. In het vorige vers hebben wij I Johannes 3 vers 18 gelezen met elkaar en nu lezen wij ook vers 18 van hetzelfde hoofdstuk: "Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met het woord, noch met de tong, maar met de daad en waarheid" Het is geloof en werken en niet slechts geloof . Dit gaat altijd samen onder de wet. Geen woorden dus maar daden. Deze slogan hoor je ook veel in de wereld o.a. in het voetballied van de voetbalclub Fijenoord Rotterdam.  Waarschijnlijk vinden deze woorden zijn oorsprong in deze teksten. 

Jakobus 2 vers 17

Alzo ook het geloof, indien  het de werken niet heeft, is bij zichzelf dood. 

Vers 17: Dus geloof zonder daden, zonder werken is een dood geloof zegt Jakobus hier. Zijn hoorders konden dit volledig accepteren vanwege de economie waaronder zijn leefden. Zij leefden onder de wet, zij waren Joden en het was niet alleen de wet geloven maar juist doen. Daardoor zouden mensen leven. De werken der wet waren net zo belangrijk als er in te geloven. Nogmaals mijn broeders en zusters wij leven niet zoals de hoorders van Jakobus, wij zijn geen Joden en leven niet onder de wet maar onder Gods Genade Romeinen 6:14.  Nu zult u zich afvragen hoe zit het dan bij ons als leden van het Lichaam van Christus want door deze verzen kan je dus in de war raken. Dat kan lieve broeders en zusters als u het rechtsnijden niet toepast of niet kent 2 Timotheus 2:15. Naar wie schrijft Jakobus? Antwoord: naar de 12 stammen die n de verstrooiing zijn! Hij schrijft niet tot ons mijn broeders en zusters, leden van het Lichaam van Christus. Hij schrijft aan de 12 stammen en dat is Israel! Wij zijn geen Israel of geestelijk Israel. Wij zijn oorspronkelijk Heidenen, uit de volkeren en God handelt onder de bedeling van Genade Efeze 3:1-3 met individuele mensen zoals u en ik en niet met het volk Israel. Lees Romeinen 11:11, 25. Ja maar zult u zeggen er moet toch wel iets zichtbaar zijn in mensen die geloven in Christus? Ja zeker. Wij behoren ons te laten leiden door Gods Geest wat samengaat met Gods Woord. Gods Geest leeft in ons, daarmeer zijn wij verzegeld Efeze 1:13,14. In Galaten 5 vers 25 staat geschreven: Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door Geest wandelen" Dit gaat samen met Gods Woord en in vers 22 van ditzelfde hoofdstuk staat dit: Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid"  Als wij lieve broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus ons laten leiden door Gods Geest van volgt ook de  vrucht van de Geest in ons. God werkt dan door middel van Zijn Geest in ons. Hij doet beiden het willen en het werken in ons! Het werkt dus anders dan degenen die onder de wet zijn naar wie Jakobus dit schrijft! Zij behoren altijd te volharden in dit. Als wij ontrouw zijn  en dat is nu onder de bedeling van Gods Genade waaronder wij leven, Hij blijft getrouw, Hij kan Zichzelf niet verloochenen! II Timotheus 2:12. Redding nu is alleen door het geloof en niet anders Romeinen 4:5. Efeze 2:8-9. Geen werken dus! 

Jakobus 2:18

Maar zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik 

heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken,

en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen. 

 

Vers 18: Een andere man stapt nu naar voren en zegt ik heb de werken. Jakobus nu vraagt de eerste man laat mij uw geloof zien zonder uw werken. Dit kan simpelweg onder de bedeling waaronder Jakobus zich bevond niet want geloof kan niet apart  van werken. De tweede man is in staat zijn geloof te laten zien uit zijn werken want die bevestigen dat. Dus het is geloof en werken wat samengaat. 

 

Jakobus 2:19

Gij gelooft , dat God een enig God is; gij doet wel , 

de duivelen geloven het ook, en zij sidderen 

Vers 19: Wat wil Jakobus met dit vers zeggen tot gelovige Joden die in de verstrooiing zijn? Jakobus had vaak gehoord van mensen in Israel dat zij in God geloofden. Jakobus observeerde deze mensen en zag geen vruchten in hun levens die dit zouden kunnen bevestigen en dit was essentieel onder het Evangelie van de besnijdenis. Daarom zegt hij dat de duivels ook geloven maar zij sidderen. Met andere woorden zij zijn bang. In Markus 1:24 lezen wij het volgende wat de onreine geest riep naar Christus: "Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods" Duivels erkenen dat Christus de Heilige Gods is maar zijn bang. De gevallen engelen van satan  geloven dat er een God is maar zij hebben geen verlangen om te leven voor de Here God. In feite trotseren en verzetten zij zich tegen God. Zij sidderen en dit laat zien dat zij weten wat ze te wachten staat bij het oordeel wat komt. 

 

Jakobus 2:20

Maar wilt gij weten,o ijdel mens, dat het

geloof zonder de werken dood is?

 

Vers 20: Dit is de vraag die Jakobus stelt aan de hoogmoedige mens! Zijn conclusie is dat het geloof zonder de werken dood is. De hoogmoedige mens wil weten of het geloof zonder de werken dood is. Jazeker zegt Jakobus en dit was zijn conclusie. Geloof en werken gaan altijd samen!  Geloof alleen is niet genoeg. 

Jakobus 2:21

Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, 

toen hij Izak, zijn zoon , geofferd heeft op het altaar? 

 

Vers 21: Abraham, onze vader! Abraham is de vader van de Joden waarnaar Jakobus schrijft. Laten wij lezen Genesis 22 vers 9 en 10: En zij kwamen op de plaats die God hem gezegd had; en Abraham bouwde aldaar een altaar, en hij schikte het hout, en bond zijn zoon Izak, en legde hem op het altaar boven op het hout. En Abraham strekte zijn hand uit, en name het mes om zijn zoon te slachten" Ten eerste geloofde Abraham God. Hij vertrouwde op God en er kwam ook actie gelijk want hij zou met een mes zijn zoon slachten. Hij was in staat om zijn enige zoon Izak te offeren voor God op het altaar. Wij broeders en zusters lezen in Romeinen 4 vers 2 en 3 het volgende: "Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God. Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid" Nu onder de bedeling van Gods Genade waaronder wij leven mijn broeders en zusters zijn wij net als Abraham gerechtvaardigd door het geloof, door Christus. Onder de wet waaronder Jakobus leefde en ook voor de toekomst voor het volk Israel weer geldt dit: geloof en werken gaan samen om gerechtvaardigd te worden. Nu is de vraag zijn wij beter dan de Joden waarnaar Jakobus schrijft? Het antwoord daarop is nee maar wij zijn beter af omdat wij nu niet onder de wet maar onder Gods Genade leven. Romeinen 6:14. Romeinen 3: 23 en 24 zegt ons het volgende: "Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn Genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is"  Wij worden alleen door het geloof, het geloof van Christus gerechtvaardigd en nu is het niet geloof en werken! 

Jakobus 2: 22

Ziet gij wel, dat het geloof mede gewerkt heeft met zijn werken,

en het geloof volmaakt is geweest uit de werken? 

 

Vers 22: Nogmaals lieve broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus lezen wij hier dat geloof mede werkt met werken en dat het geloof pas volmaakt is uit de werken. Welke werken? Werken van de Wet van God. In het Engels staat er perfect. Dus werken kunnen nooit of konden nooit redding geven, hebben zij ooit als uitdrukking van geloof redding gebracht. Betekent dit dat werken op zichzelf doeltreffend zullen zijn? Nee is het antwoord hierop. Werken zullen alleen baten als de uitdrukking en bewijs van het geloof zoals Jakobus die duidelijk hier uitlegt. Een voorbeeld kunnen wij lezen in Markus 16 vers 16 waar staat geschreven: "Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden" Dit was Gods plan met het volk Israel: Geloof en werken en de werken zijn waterdoop. Dus God eist waterdoop onder zijn handelen met Israel Zijn volk om gered te worden. Wij zijn door God's Genade door het geloof gered en niet uit de werken opdat niemand zou roemen Efeze 2:8-9! Lees deze teksten goed door en laat dit tot u doordringen en maak deze teksten eigen! Waterdoop symboliseerde het afwassen van zonden en niet zoals in de Christelijke wereld gezegd wordt dat dit symbool staat voor een nieuw leven met Christus mijn broeders en zusters!  Op het moment dat wij de Heere Jezus Christus aanvaarden als persoonlijk Verlosser kregen/krijgen wij een nieuw leven met God door Hem! Wij hoeven geen werken zoals waterdoop te doen om dat nieuwe leven te symboliseren. In Hem zijn wij nieuwe mensen broeders en zusters! Dit zegt God in Zijn Woord van Genade tot ons. Efeze 2:15 zegt ons: "Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee (Jood en niet Jood) in Zichzelf tot een nieuwe mens zou scheppen, vrede makende"  Hij heeft het Werk voor ons gedaan, al het Werk op Golgotha! Waarom dan toch die symbolische rituelen/werken doen? Het doen van deze rituelen of werken is een uiting van de mens dat hij of zij God's Woord niet begrijpt of niet wil begrijpen en God niet vertrouwt op Zijn Woord! 

Jakobus 2:23

En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt:

En Abraham geloofde God , en het is hem

tot rechtvaardigheid gerekend, en hij is een 

vriend van God genaamd geweest 

 

Vers 23: Broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus. Abraham geloofde God en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend. Abraham werd alleen gerechtvaardigd uit het geloof. Romeinen 4 vers 3 bevestigt dit: Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid" God rechtvaardigt niet mensen op grond van werken hoewel de werken onder de wet samen met geloof was. Abraham werd een vriend van God. Genesis 15 vers 6: En hij geloofde in de Heere, en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. Abraham was getrouw aan God en werd zo een vriend van God en hij was gewillig om zijn zoon Izak te offeren op het altaar en dit laat zien dat zijn geloof was oprecht! 

Jakobus 2:24

Ziet gij dan nu, dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, 

en niet alleen uit het geloof? 

Vers 24: De conclusie is dus dat werken die gedaan werden konden mensen niet behouden, de werken gaven eenmaal redding als expressies van het geloof. Dus geloof zonder de werken was niet genoeg onder de wet waaronder Jakobus leefde en hij schreef dus ook naar gelovige Joden die onder de wet waren. 

Jakobus 2:25

En evenzo ook Rachab, de hoer, is zij niet uit de werken

gerechtvaardigd geweest, als zij de gezondenen heeft

ontvangen, en door een andere weg uitgelaten?

Vers 25: Rachab leefde in Jericho en heeft de verspieders vanuit Israel verborgen gehouden en later liet zij hen neer met een touw door het venster van haar woning op de stadsmuur van Jericho en wist zo de mannen te helpen ontsnappen. Zij geloofde in de God van Abraham, Izak en Jacob en wist wat God gedaan had en hoe Hij Israel had bevrijd van de Egyptenaren en meer en haar geloof ging samen met de werken dat zij daardoor gerechtvaardigd werd. Zij was een hoer en zij en haar familie werden gespaard met de verwoesting van de stad Jericho door Israel. Alle inwoners van de stad werden gedood alleen zij en haar familie bleven gespaard.  Lees Jozua 6: 21-25

Jakobus 2:26

Want gelijk het lichaam zonder geest dood is,

alzo is ook het geloof zonder de werken dood

 

Vers 26: Duidelijke woorden mijn broeders en zusters! Het lichaam zonder geest is dood. Een lichaam kan niet zonder een geest leven want het lichaam zonder de geest is dood. Dat zie je ook als iemand gestorven is. Het lichaam blijft over maar de geest en ziel zijn uit het lichaam en het lichaam wat overblijft is dood. Er is geen leven meer in het lichaam. En zo is het ook met het geloof stelt Jakobus: het geloof zonder werken is dood. Dus onder de wet waaronder Jakobus leeft is het geloof en werken. Deze kunnen niet zonder elkaar. Dit is de conclusie van het dit tweede hoofdstuk mijn broeders en zusters. Wij leven gelukkig onder een andere bedeling, de bedeling van Gods Genade en om gered te worden is het alleen geloof Romeinen 4:5. Wij mogen wandelen in de werken die God heeft voorbereid Efeze 2:10! Lees dit vers en bestudeer dit vers! En hiermee eindigt dit tweede hoofdstuk van Jakobus! 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jakobus 3 vers 1

Zijt niet vele meesters, mijn broeders, wetende, 

dat wij te meerder oordeel zullen ontvangen

Vers 1: Wat betekenen deze woorden: zijt niet vele meesters mijn broeders?  Jakobus schrijft hier naar de 12 stammen, het volk Israel. Meester hier betekent in het Grieks didaskalos wat betekent instructeur of leraar. Jakobus was bang dat veel van zijn Joodse broeders die verlangden om een positie te krijgen als leraar van Gods Woord  in de Gemeente van het Koninkrijk niet bevoegd waren om les te geven. Deze broeders waren niet geroepen om leraars te zijn. Het was niet alleen het Woord brengen maar ook met wat voor motief de persoon anderen wilde leren en de intentie van het hart en ook wat hij zal leren en hoe het anderen leerde. Dus de apostel Jakobus waarschuwt degene die het Woord bracht  dat hij kon ontvangen het oordeel. 

Jakobus 3 vers 2

Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in 

woorden niet struikelt, die is een volmaakt man,

machtig om ook het gehele lichaam in de toom te houden

 

Vers 2: Het gaat in dit vers over het feit dat inclusief de apostel Jakobus zelf struikelde in veel wegen. Hij moest net als alle anderen er hard aan werken. Tekortkomingen en fouten maakt nu eenmaal de mens omdat hij of zij een zondaar is. Het Woord van God laat mensen zien wat zonde en struikelen is. Een volmaakt man is gevoelig voor het feit hoe hij zich uitdrukt met zijn gedachten. Hij disciplineert zichzelf om de waarheid in liefde uit te spreken en dit heeft invloed op het gehele lichaam zodat ook het lichaam daardoor in toom gehouden kan worden. Dit is tot eer en glorie van God en het bouwt de gelovige hier die hier door Jakobus wordt aangesproken ook op. Dus conclusie: de tong, spreken, woorden nemen een grote rol in tot relatie van het lichaam.

Jakobus  3 vers 3

zie wij leggen de paarden tomen in de monden

opdat zij ons zouden gehoorzamen, en 

wij leiden  daarmee hun gehele lichaam om

Vers 3: Jakobus gebruikt voor de tong tot relatie het lichaam het voorbeeld van het paard. De bit voor het paard wordt gebruikt om het paard de gewenste of juiste richting op te sturen voor de bereider van het paard. De bit heeft effect op het gehele lichaam van dit dier. Het dier gehoorzaamt dan beter dan dat er geen bit in zijn mond (gehemelte is). Zo is het dus ook met de tong wat een relatie heeft met het lichaam en waarmee men zijn eigen lichaam in toom kan houden. Conclusie: De bit is is dus een toom in de mond van het paard en het paard gehoorzaamt degene die op hem/haar rijdt. 

Jakobus 3 vers 4

Ziet ook de schepen, hoewel zij zo groot zijn, en van harde winden

gedreven, zij worden omgewend van een zeer klein roer,

waarheen ook de begeerte des stuurders wil

Vers 4: Jakobus gebruikt ook het voorbeeld van schepen. Door harde winden kunnen zij roerloos worden maar het roer van een schip is heel belangrijk want die doet wat de bestuurder van het schip, de kapitein wil. Dus het schip met een roer is niet roerloos want de degene die het schip bestuurt , de stuurman, kan door middel van het roer het schip besturen. Dit ter vergelijk met de tong van de mens. Met de tong kan de mens zijn lichaam ook in toom houden. 

Jakobus 3 vers 5

Alzo is ook de tong een klein lid, en roemt nochtans grote dingen, 

Zie , een klein vuur, hoe grote hoop houts het aansteekt

Vers 5: In vergelijking met het roer van het schip is de tong ook een klein lid. Lid van ons eigen lichaam maar heel erg belangrijk voor ons mensen. In dit hoofdstuk beschrijft Jakobus wat een mens kan doen met zijn tong in relatie wat voortvloeit van de zondige natuur. De tong is gelijk vuur en kan heel gevaarlijk zijn. Wat mensen zeggen tegen andere mensen kan van veel invloed zijn. Je kan andere mensen heel veel kwetsen met je tong want daar spreek je mee. In Romeinen 3 vers 13 en 14 lezen wij het volgende over de mens en zijn zondige natuur: "Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid. De tong kan meer dodelijk zijn dan welke oorlog ook. Dus Jakobus waarschuwt zijn lezers dat de tong een wereld kan zijn van ongerechtigheid. Ook wij die leden van het Lichaam van Christus zijn behoren ook uit te kijken wat wij zeggen tegen andere mensen via onze tong. 

Jakobus 3 vers 6

De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid;

alzo is de tong onder onze leden gesteld, welke het 

gehele lichaam besmet, en ontsteekt het rad onzer

geboorte, en wordt ontstoken in de hel

 

Vers 6: De tong van de mens is ook een vuur. Een wereld der ongerechtigheid spreekt hier Jakobus tot de Joden. Natuurlijk is de tong van nature ook een vuur en er komt veel ongerechtigheid uit de mens door de tong te gebruiken daarvoor (spreken). Soms is de tong erg scherp. Als gelovigen in Christus behoren wij vaak uit te kijken wat wij zeggen, dat wat we zeggen in overeenstemming mag zijn met Gods Woord. De tong is een lid van ons lichaam maar wel een heel belangrijk lid. Als we geen tong zouden hebben dan konden wij ook niet praten. Met onze tong kunnen wij ons gehele lichaam besmetten. Hier in verband met de zondige natuur waarmee wij geboren zijn. De tong is pas gevaarlijk als iemand de tong niet meer onder controle heeft. Een tong die niet onder controle is kan destructief zijn. Een voorbeeld hier van is Judas Iskariot. Het hart van Judas was een vruchtbare grond voor satan om de zaden te planten van verraad. In Mattheus 26 vers 14-16 lezen wij het volgende: Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters, En zeide: Wat wilt gij mij geven en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen. Van toen af zoch hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.   De tong van Judas besmette zijn hele wezen! Hij Judas hoorde zijn Meester zeggen dat een Hem zou verraden maar hij Judas weigerde zijn slechte weg de rug toe te keren. De tong van Judas was een vuur van hel zoals hier wordt gezegd in dit vers ontstoken in de hel.